Bekijk het origineel

Journalisten geweerd bij politieonderzoek

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Journalisten geweerd bij politieonderzoek

„Experiment met verslaggever niet herhalen”

3 minuten leestijd

DEN HAAG - Minister Sorgdrager van justitie vindt dat journalisten niet mogen meedraaien in rechercheonderzoeken. Een experiment in Rotterdam, waarbij een verslaggever van deze krant was betrokken, is dan ook niet voor herhaling vatbaar.

Dat blijkt uit het antwoord van minister Sorgdrager op schriftelijke vragen van de kamerleden Rouvoet (RPF) en De Graaf (D66). Aanleiding voor de vragen was een artikelenseriein deze krant over het Nosy-project van de Rotterdamse recherche.

Het betrof een onderzoek naar de illegale handel in bedreigde diersoorten. Met toestemming van de hoofdofficier van justitie in Rotterdam draaide RDverslaggever W. J. de Bruin enkele maanden mee in dit onderzoek. In deze krant deed hij daar verslag van. Daarbij was hij gebonden aan een schriftelijke overeenkomst met het Rotterdamse korps.

Tapgesprekken

Minister Sorgdrager geeft toe dat de RD-joumalist inzage heeft gehad in de integrale verslagen van afgetapte telefoongesprekken. Dat is volgens haar in strijd met de Wet op de politieregisters. Zij heeft de hoqfdofficier van justitie in Rotterdam hier intussen op gewezen. Overigens ontkent de minister opnieuw dat de joumaUst zelf tapgesprekken heeft uitgeluisterd, terwijl deze wel degelijk meeluisterde.

In antwoord op eerdere vragen van Rouvoet en De Graaf verdedigde de minister de overeenkomst tussen het politiekorps en de RD-verslaggever nog. De kamerleden namen daarmee geen genoegen en stelden nieuwe vragen. De minister erkent nu met zoveel woorden dat de overeenkomst niet dqor de beugel kan.

RPF’er Rouvoet kan zich volledig vinden in de conclusie van Sorgdrager, maar is toch niet tevreden over haar antwoord. „Laat duidelijk zijn dat Wim de Bruin geen blaam treft. Hij heeft een verzoek ingediend en dat is ingewilligd. Maar De Graaf en ik vinden dat de minister dit incident moet aangrijpen om richtlijnen op te stellen voor alle hoofdofficieren van justitie en korpschefs”. Met name de reality-programma’s op de t v nopen tot dergelijke richtlijnen, vindt Rouvoet. Er tekent zich een trend af dat tv en kranten bij het volgen van pohtieactiviteiten de privacy schenden. Dat kan niet. Daarom zeggen wij: Minister, grijp deze gelegenheid aan om landelijke normen uit te vaardigen”.

Derde serie

Rouvoet en De Graaf overwegen om die reden een derde serie vragen te stellen. „Dat gaat relatief vrij ver, maar het is een belangrijke zaak. Journalisten moeten hun werk kunnen doen en hebben een essentiële taak. Maar zij dienen geen inzage te hebben in gegevens die volgens de wet alleen toegankelijk zijn voor beëdigde ambtenaren”.

Gisteren werd officieel bekendgemaakt dat RD-verslaggever De Bruin met ingang van 1 september benoemd is tot parketvoorlichter van het Landelijk Bureau Openbaar Ministerie. Deze dienst valt onder de minister van justitie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 30 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's

Journalisten geweerd bij politieonderzoek

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 30 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's

PDF Bekijken