Bekijk het origineel

Kwarteeuw dominee op artikel 8

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Kwarteeuw dominee op artikel 8

Emeritus predikant ds. A. Bijkerk verruilde bank voor stoel

7 minuten leestijd

DOETINCHEM - Op zijn 42e deed hij intrede als christelijk gereformeerd predikant Een enkel jaar ervoor mocht hij preken. Dat deed hij in zijn -voor 25 gulden vermaakt- trouwpak. Ds. A. Bijkerk, emeritus te Doetinchem, werd dominee op artikel 8, vanwege zijn singuliere gaven. Hij herdenkt vandaag dat hij 25 jaar geleden het ambt op zich nam.

„Kijk”, zo reageert ds. Bijkerk op de vraag hoe dat nu zit met de drie predikanten Bijkerk in liet jaarboekje. „Dat zit zo. G. Bijkerk uit Enschede is mijn jongste broer, die me alle drie de keren bevestigde. En G. M. uit Beverwijk is de jongste zoon van mijn oudste broer. Wij waren thuis met drie jongens en een meisje”.

Ds. Bijkerk vertelt dat zijn wieg in Zaanda-.n stond. Hij groeide er ook op en zal nog op een Fröbelschool, de voorloper van de kleuterschool. In die plaats deed de jonge Bijkerk de mulo en daar ging hij ook vervolgens naar kantoor.

„In de oorlog ontdekte ik wat honger was. Drie keer mocht ik met mijn vader mee om met een geleende handkar voedsel te halen in Noord-Holland. Tochten van drie, vier en één van vijf dagen. Tijdens mijn catechisaties vertel ‘ik het nog steeds. We leerden toen wat en afhankelijk leven is. „Jongelui”, zeg ik dan, „ik gun jullie die tijd niet. Toch mis je wat. Het laat je je leven lang niet meer los als je vader, vlak bij huis en vlak voordat de spertijd ingaat, huilend bij zijn kar stilstaat. Hij dankte de Heere voor zo veel eten dat hij thuis mocht brengen”.

Zeven kwartier

De emeritus ziet het allemaal nog helder voor zich. „De boeren onthaalden ons goed. Voor een gulden per nacht mocht je slapen en kreeg je ‘s morgens te eten. En er is nooit wat afgepakt. We beseften heel goed dat we in alle opzichten bewaard moesten worden”. Ds. Bijkerk gaat even rechtop in zijn stoel zitten als hij zegt: „En ik kan het nóg niet hebben als er eten wordt weggegooid. De mens moet beseffen dat hij geen korrel kan laten groeien”.

Het voorval met de handkar typeert tegelijk het klimaat waarin de ‘Bijkerken’ opgroeiden. „Een afhankelijk leven. Ik herinner me nog ds. H. C. Binee, van wie ik ook mijn eerste catechisatie kreeg. Hij preekte met een tussenzang en de dienst duurde zeven kwartier. Daarmee stak hij toen wat lengte betreft niet eens ongunstig af bij anderen die wel twee uur aanhielden. Ik heb best bewondering voor de predikanten van toen. Ze preekten lang en veel en waren bovendien goede herders”.

Ds. P. H. Seggelink vormde de jonge Bijkerk. „Hij nam me mee in zijn preken. Voor mijn besef was dat een echte christelijke gereformeerde dominee, die goed duidelijk maakte waar het op aankwam. Het gaat erom het genadeverbond voluit te verkondigen en tegelijk te wijzen op de noodzaak van het delen daarin door geloof en bekering”.

Terugkijkend constateert ds. Bijkerk dat eigenlijk van jongsaf de begeerte tot het ambt bij hem leefde. „Maar tegelijk was er het besef dat je er persoonlijk iets van moest kennen én dat je een roeping had. Dat ontbrak beide bij me. Totdat iemand me in mijn 36e levensjaar vroeg of ik geen dominee wilde worden. Een preek van prof. M. Boertien over Jesaja 42, het gekrookte riet dat niet verbroken zal worden, was daarnaast in mijn persoonlijk geestelijk leven en mijn zicht op het ambt van beslissende betekenis”. De procuratiehouder van de Nutsspaarbank was toen al getrouwd en het echtpaar kreeg zes kinderen. „Ik zocht contact met ds. J. P. Versteeg, de latere professor. Die stond bij ons in de buurt, in Wormerveer. Hij gaf me het boek van prof. Ridderbos over Paulus’ theologie. „Begin er maar in, dan kunnen we zien of je kunt studeren”. In een schrift maakte de student in spe aantekeningen van de moeilijke termen.

Geen 3 maar 8

Ds. Versteeg zag er wat in en de kerkenraad verleende het noodzakelijke attest om te kunnen studeren. „Ik vroeg aan ds. Versteeg: „Dominee, mag ik dan soms al een stichtelijk woord spreken naar artikel 3 van de kerkorde?” De latere hoogleraar dacht even na en antwoordde: „Het is beter dat we het met artikel 8 proberen”. Dat verraste me, want de kerkorde biedt daarmee de mogelijkheid om zonder studie van Grieks en Latijn via een speciaal studiepakket toch predikant te worden”.

Het werd een studie van’ toch nog zes jaar in de vrije tijd. De laatste twee jaar werkte Bijkerk nog vier ochtenden bij de spaarbank, „Dat was net voldoende voor de ziektekosten en om in aanmerking te komen voor kinderbijslag”. Ook financieel was dé studie een opoffering voor het gezin. Vandaar dat het zwarte trouwpak met streepjesbroek -„onverwoestbaar”naar de kleermaker ging om als ‘preekpak’ te dienen.

Leiding

„Op de verjaardag van mijn vrouw deed ik examen voor de classis. Dat was op 15 maart 1972. Ik kreeg mijn eerste beroep na een preek in Gorinchem op 26 maart. „Maar het werd Aalten”. Hij stond daar zes jaar, om vervolgens Putten te dienen. Na zeven jaar verliet hij de Veluwe om predikant te worden in de geboorteplaats van zijn vader, Delft.

Op 1 mei 1995 ging hij met emeritaat. Het paar vestigde zich in Doetinchem, de gemeente die ze vanuit het dertig kilometer verderop liggende Aalten kenden. „De Heere leidt, ook na je 65e. Met Doesburg en Nijmegen vormt christelijk gereformeerd Doetinchem één verband, met twee predikantsplaatsen. Ds. J. Breman staat er. Er is een vacature. Ik verricht een dag pastoraat en vervul heel wat preekbeurten. Het klikt goed met collega Breman”.

Kloof

Twee dingen houden de emeritus nog steeds bezig. „We hebben het als kerkmensen financieel vaak zo goed. Toch zie ik steeds meer een tweedeling optreden tussen kerkgangers. De kloof tussen arm en rijk wordt almaar groter. De man met een vorstelijk salaris zit naast de weduwe die nauwelijks of net niet kan rondkomen. Of naast die vader die werkloos is en zijn kinderen niet kan geven wat hij zou willen. We hebben daar te weinig oog voor.

Als christen geloven we toch dat Handelingen 2:45 nog geldig is? Daar staat: „En zij verkochten hun goederen en have, en verdeelden dezelve aan allen, naar dat elk van node had”. De diaconie zou een sturende taak moeten hebben. Bewust heb ik in de laatstgehouden biddagpreek benadrukt dat de Heere Jezus ons leerde bidden om óns dagelijks brood. Niet om mijn brood. Dat betekent iets voor de christelijke gemeente anno 1997”.

Eenheid

Kerkelijke eenheid ligt de predikant ook op het hart. Hij ziet hier en daar wel samenwerking, maar geen echte kerkelijke eenheid. „Eenheid zou wel moeten, maar het kan eigenlijk ook niet. Onze kerken, de vrijgemaakten en de Nederlands gereformeerden hebben elk hun vleugels, waardoor het niet tot eenheid kan komen”.

De kerken zouden volgens hem meer gebruik moeten maken van de richtlijnen die er zijn voor plaatselijke federatie. „Op sommige plaatsen is dat reeds het geval met de Nederlands gereformeerden. Met vrijgemaakten komt het hier en daar op gang. Maar waarom zouden we dat ook niet begeren én zoeken met gereformeerde gemeenten en hervormde-bondsgemeenten, waar dat enigszins mogelijk is? Bovendien valt er heel wat samen te werken voor je aan federatie toe bent. Als je de Heere liefhebt, heb je je eigen kerk lief maar ook andere kerken die ernst maken met Gods Woord”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 30 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's

Kwarteeuw dominee op artikel 8

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 30 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's

PDF Bekijken