Bekijk het origineel

Niet te starten, moeilijker te stelen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Niet te starten, moeilijker te stelen

„Ook alle oude(re) auto’s moeten een startonderbreker hebben”

6 minuten leestijd

Elke 2 minuten wordt in ons land een auto opengebroken. Elke 16 minuten wordt er één gestolen. Omdat sinds enige tijd vrijwel alle nieuwe auto’s standaard zijn voorzien van een startonderbreker, zijn nu de oudere zonder zo’n ding aan de beurt. Ook middenklassers en goedkopere wagens. En vooral dus ook oudere auto’s. Vorig jaar was van de meer dan 31.700 gestolen automobielen ruim 85 procent 3 jaar of ouder.

In Nieuwegein had gistermiddag de aftrap plaats van de Landelijke Actie Startonderbreker: “Niet te starten, niet te stelen”. Een startonderbreker is een stuk elektronica dat de brandstoftoevoer en de stroomvoorziening blokkeert; de bestuurder kan die blokkade opheffen met een pincode of een code die door de sleutel naar de auto wordt gestuurd.

De actie is een initiatief van het Nationaal Platform Criminaliteitsbeheersing (NPC), of eigenlijk een onderdeel daarvan: de Stuurgroep Autocriminaliteit. Ih de stuurgroep -binnenkort een stichting- werken samen de ministeries van justitie, binnenlandse zaken en verkeer en waterstaat, de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW), de politie, het Verbond van Verzekeraars, de ANWB, de RAI en de Bovag.

Het aantal autodiefstallen in Nederland daalde in 1996 voor het eerst, nadat het jarenlang was gestegen tot 34.654 in 1995. Vorig jaar verdwenen er 31.711 auto’ s en in de eerste zes maanden van 1997 vonden 15.880 eigenaren hun auto niet meer terug op de plek waar ze hem achterlieten.

De dalende trend is in de meeste Europese landen waarneembaar, weet ing. T. A. Koopmans van de Stichting Certificering Motorrijtuigbeveiliging (SCM) in Capelle aan de IJssel, zij het dat in België, Zweden, Griekenland en Spanje de diefstalcijfers na een aanvankelijke daling weer stijgen. „Uit de cijfers blijkt [Zonneklaar dat oudere voertuigen in toenemende mate gestolen worden. „Was in 1986 de gemiddelde leeftijd |yan de diefstalauto nog 2 tot 3 jaar. inmiddels is die gestegen tot 9 a 10 jaar”.

Ongeloof

Volgens E. A. M. Kiewik van de alarmcentrale SOS-International is autodiefstal iets waarvan veel mensen in eerste instantie niet kunnen geloven dat het hun is overkomen. „De vraagstelling van een hulpverlener -„Weet u zeker dat u uw voertuig daar voor het laatst heeft achtergelaten?”maakt vaak de twijfel en het ongeloof nog groter. Zelfs de leaserijder, van wie men nogal eens zegt dat hij het niet zo nauw neemt met het voertuig, is vaak helemaal van zijn stuk gebracht”.

In Nederland rijden meer dan 4 miljoen auto’ s rond zonder startonderbreker, op een totaal van ruwweg 6 miljoen. Sinds 1 januari 1997 moeten alle nieuwe auto’ s met een nieuwe typegoedkeuring verplicht worden afgeleverd met een startonderbreker, vanaf 1 januari 1998 moeten alle nieuwe auto’ s deze diefstalbeperkende accessoire hebben. Dat betekent dat de groep auto’ s zonder onderbreker steeds kleiner wordt en daarom steeds meer kans maakt op diefstal.

Vanaf de derde week van september staat op iedere apk-brief die naar een autobezitter wordt verstuurd informatie over de startonderbreker. „De nationale actie heeft tot doel bezitters van niet-beveiligde voertuigen van het stijgende diefstalrisico op de hoogte te brengen. Het doel is door het op grote schaal beveiligen van het nog niet beveiligde deel van het Nederlandse wagenpark het diefstalcijfer eind 1999 terug te brengen tot maximaal 50 procent van het cijfer van 1995”, zegt Koopmans (SCM).

Terugvinden

G. Wesselink, directeur van de Stichting Aanpak Voertuigcriminaliteit (SAV i.o.), vult daarbij aan dat in dat geval het terugvindpercentage zich zal stabiliseren op 50 procent, tegen 66,2 in 1996 en 67,6 in 1995. Wesselink hoopt dat in 2000 60 procent van het Nederlandse wagenpark is uitgerust met technieken die diefstal ontmoedigen, „met een beveiligingsniveau dat is afgestemd op de waarde van de auto”. Er bestaan ook plannen voor de diefstalpreventie van de resterende 40 procent van het wagenpark.

Volgens Wesselink moét in 2000 het administratief omkatten „nagenoeg onmogelijk zijn, zijn de kosten en het risico van het technisch strippen, kitten en omkatten sterk verhoogd en worden professionele helers effectief bestreden”. In dat jaar moet er ook een eenduidig stelsel van publieke (politie) en private (onder andere verzekeraars) informatieuitwisseling zijn met de meeste Europese landen inzake gestolen auto’ s. „In 2000 moet het vervolgtraject na een diefstal een zodanige vorm hebben dat binnen een uur na signalering de opsporing in werking kan treden en dat de afhandeling in Nederland binnen twee weken na opsporing kan worden afgerond”, zegt Wesselink.

In technologisch opzicht verwacht de Stichting Aanpak Voertuigcriminaliteit -behalve van de toepassing van de startonderbreker- veel baat te hebben bij zogenaamde “trackingen tracing-systemen” (systemen voor plaatsbepaling). „Een belangrijk middel voor de aanhouding van met name de professionele auto- en werktuigdief. Een eerste proef is voorzien voor de maanden november ’ 97 tot en met juni ’ 98”. Met dergelijke systemen is een gestolen voertuig feilloos op te sporen via satelliettracering.

Tags

Daarnaast heeft de Stichting Aanpak Voertuigcriminaliteit nog een pijl op haar boog, de zogenaamde tags of chips. „Tags zijn als middel voor objectidentificatie geschikt bij het terugvinden of opsporen van gestolen voertuigen en voertuigonder delen. De gedeeltelijke invoering van tags in de motorbranche in Engeland heeft een reductie van het aantal diefstallen met ongeveer de helft opgeleverd. Ook voor Nederland verwachten we er veel van”.

In begin en eind 1996 liet de SCM in samenwerking met het Vermiste Auto Register (VAR) haar bestanden van beveiligde voertuigen controleren op diefstal. De belangrijkste conclusies uit de vergelijkingen zijn dat beveiligde voertuigen een drie tot vijf keer zo kleine kans hebben op diefstal, dat systemen met een pincode tot drie keer zo effectief zijn als andere, dat ruim de helft van de diefstallen van beveiligde auto’ s met de sleutel gebeurt en dat woning- en bedrijfsinbraak om de sleutels te stelen hand over hand toenemen.

Wesselink: „Sleuteldiscipline is voor veel mensen nog moeilijk. Autosleutels horen niet bij de voordeur op een tafeltje te liggen. En wie ze in de kleedkamer van de sporthal achterlaat, vraagt ook om moeilijkheden”. Koopmans: „Het autoalarm is het sluitstuk van het beveiligingsplan. Kies de beste parkeerplaats, neem waardevolle spullen altijd mee. Laat daarnaast een goed elektronisch beveiligingssysteem inbouwen en zie erop toe dat het goed gebeurt. Een goed systeem dat slecht is ingebouwd zal vaak nog slechter functioneren en minder beveiliging bieden dan een slecht systeem dat correct is ingebouwd”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 2 september 1997

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Niet te starten, moeilijker te stelen

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 2 september 1997

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken