Bekijk het origineel

Er ligt voor nog wel duizend jaar werk

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Er ligt voor nog wel duizend jaar werk

Conferentie in Oslo moet verdragstekst tegen landmijnen opleveren

5 minuten leestijd

APELDOORN - De weg naar afschaffing van antipersoneelsmijnen ligt bezaaid met obstakels. De deze week begonnen conferentie in Oslo moet het pad effenen. Ruim honderd landen onderhandelen gedurende drie weken over de ontwerptekst van een verdrag dat in december in Ottawa in stemming zal komen. Gisteren riep secretaris-generaal Kofi Annan van de Verenigde Naties in de Noorse hoofdstad op tot een algemeen verbod op productie, gebruik, opslag en uitvoer van alle “ap”-mijnen.

Al in 1980 vond in VN-verband een poging plaals het gebruik van landmijnen in te dammen. Een door 65 landen ondertekend protocol bij een verdrag over de inperking van conventionele wapens legde hel gebruik van de verraderlijke wapens aan banden. In 1995/1996 kwam een dringend noodzakelijk gebleken aanscherping van het protocol tot stand. Bij de VN-ontwapeningsbesprekingen in Geneve is de aanpak van “the poor countries’ weapon” een vast programmapunt.

Telkens terugkerende beelden in de media van verminkte mannen, vrouwen en kinderen hebben bij het grote publiek een afkeer tegen landmijnen teweeg gebracht. Internationale organisaties als het Rode Kruis voeren acties om de aandacht levend te houden. Ook de persoonlijke inzet van de Britse prinses Diana betekende een stimulans in de strijd tegen landmijnen. „De uitgebreide aandacht van de pers, die de prinses overal volgt, zorgt ervoor dat de boodschap goed overkomt”, schreef een periodiek van het Rode Kruis onlangs.

Consensus

Voor velen gaan de besprekingen in Geneve te langzaam. Zolang afdoende maatregelen uitblijven, neemt het aantal mijnen jaarlijks met twee miljoen toe. Op ‘t ogenblik liggen er al ruim honderd miljoen, verspreid over zeventig landen. Elk kwartier loopt ergens ter wereld iemand op een mijn. De persoonlijke gevolgen en maatschappelijke kosten zijn enorm.

Het ruimen van mijnen is een kostbare aangelegenheid. Hoewel een doorsnee landmijn voor slechts drie tot dertig gulden te verkijgen is, belopen de kosten van het opruimen al gauw tot het dertigvoudige van dat bedrag. Tegenover elke opgespoorde en vernietigde mijn staan twintig nieuwe exempla ren. Een onaanvaardbare ontwikkeling, vond een aantal landen. Daarom gingen in oktober vorig jaar in de Canadese hoofdstad Ottawa onderhandelingen van start die moeten leiden tot een totaalverbod op mijnen. In tegenstelling tot de gesprekken in Geneve, is besluitvorming in wat inmiddels het “Ottawaproces” is gaan heten, niet gebonden aan consensus. De deelnemende landen beslissen met een tweederde meerderheid. „Wij verwachten veel meer van het Ottowa-proces dan van de besprekingen in VN-verband”, zegt woordvoerster Debbie de Wagenaar van het Rode Kruis, die de besprekingen in Oslo bijwoont.

Oostenrijk heeft een ontwerptekst voor een verdrag opgesteld. Daarover voeren de vertegenwoordigers van ruim honderd landen momenteel overleg. Tot de ap-mijnen waarover het gaat behoren niet slechts mijnen die rechtstreeks tegen personen zijn gericht. Ook mijnen die zowel tegen voertuigen als tegen mensen effectief zijn, vallen naar verwachting onder de categorie uit te bannen wapens. Wapens die daarentegen: uitsluitend tegen voertuigen zijn gericht, vallen erbuiten.

Geen uitstel

Secretaris-generaal Bj0rn Skogmo van de conferentie in Oslo liet deze week aan het begin van de conferentie een optimistisch geluid horen. Hij uitte de verwachting dat de gedelegeerden wel overeenstemming zouden bereiken over de verdragstekst, zij het wellicht met inbegrip van uitzonderingsbepalingen. Maar juist in de ontsnappingsclau sules schuilt een gevaar. Van verschillende kanten klinken waarschuwende geluiden. De Wagenaar: „Het Rode Kruis pleit voor zo strikt mogelijke criteria”. Uitzonderingen doen volgens haar afbreuk aan het principe van een totaalverbod. Als er problemen zijn, dan moeten de landen die maar bespreken op de geplande statenbij eenkomsten, vindt het Rode Kruis.

Die probleemgevallen zijn niet slechts een theoretische mogelijkheid. Na lang aarzelen besloten de Verenigde Staten vorige maand toch te zullen deelnemen aan de onderhandelingen. De bedenkingen van Washington zijn terug te voeren op twee punten. De eerste is de verdediging van Zuid-Korea tegen het communistische Noorden. Het Pentagon meent dat het gebruik van mijnen noodzakelijk is, gelet op de militaire condities ter plaatse. De twee de betreft de combinatie van ap-mijnen met anti-tankmijnen, waarvan de Amerikaanse militaire strategen gebruik willen blijven maken. In gevechtssituaties zijn de anti-tankmijnen zodoende minder gemakkelijk uit te schakelen.

„Als de VS vasthouden aan de eis van twee uitzonderingen, zullen andere landen geen probleem hebben met het vinden van vergelijkbare uitvluchten. De kans zoveel levens te redeen mag geen verder uitstel lijden”, schreef de New York Times in een hoofdredactioneel commentaar. Groot-Brittannië bij-, voorbeeld meent mijnen nodig te hebben voor een doeltreffende verdediging van de Falkland-eilanden.

Zwaargewond

Behalve de landen die tijdens de conferentie dwarsliggen, vormen ook de niet-deelnemers een probleem. Als Rusland en China, om twee grote afwe- zigen te noemen, aan de zijlijn blijven staan, maakt dat de kans op succes niet veel groter. „Het is belangrijk dat duidelijk paal en perk wordt gesteld aan het gebruik van landmijnen”, zegt De Wagenaar. „Ook publicitaire druk kan daaraan bijdragen.” Zij noemt als voorbeeld het verbod op “dumdum”-kogels in 1925: „Toen waren ook niet alle grote landen aanwezig”. Toch betekende het verbod op de kogel soort die in het lichaam uiteenspat het begin van het einde voor het gebruik ervan.

Intussen vrezen deskundigen in ‘t veld dat de grote aandacht voor een anti-ap-mijnverdrag de aandacht afleidt van het minder opvallende werk van het mijnen ruimen. „Niet de landmijnen maai’ de slachtoffers zijn het probleem”, zegt de Britse mijnenruimer Paul Jefferson in weekblad Time. Jefferson, die zelf zwaargewond raakte bij zijn werk, benadrukt dat het ruimen de sleutel vormt bij het reduceren van slachtoffers: „Het kan gebeuren. Het is geen zwarte kunst”.

Voorzitter Tore Skedsmo van de “demining unit” van de VN-vredesoperaties raakt „soms gefrustreerd van al die mensen die goede sier maken met èen mooi verdrag tegen mijnen”. Zijn eenheid heeft een „wanhopig gebrek aan geld”. De naar schatting 10.000 mijnenruimers wereldwijd kunnen het werk niet klaarspelen. In het huidige tempo zou het nog duizend jaar duren voordat alle mijnen zijn opgeruimd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 september 1997

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

Er ligt voor nog wel duizend jaar werk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 september 1997

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken