Bekijk het origineel

Schmitz voelt niets voor ruimere regels

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Schmitz voelt niets voor ruimere regels

Debat geeft geen uitsluitsel over Gümüs

4 minuten leestijd

DEN HAAG - Staatssecretaris Schmitz van Justitie voelt er niets voor om naar aanleiding van de publiciteit rond het Turkse gezin Gümüs de zogenaamde ‘witte’-illegalenregeling te versoepelen op de wijze zoals PvdA en D66 dat voorstellen. Dat bleek gisteren in een debat met de Tweede Kamer over deze kwestie. Van de manier waarop D66 en PvdA de regeling willen verruimen, is Schmitz „een voorstander”.

De precieze politieke lading van deze woorden werd gisteren in het debat niet duidelijk. Vandaag wordt over de motie van D66 en PvdA gestemd. Neemt de Kamer de motie aan, dan zal Schmitz wellicht direct daarna aangeven of zij de motie uit wil voeren. Het is ook mogelijk dat zij opnieuw kabinetsberaad wil.

D66 en PvdA stelden gisteren voor de peildatum van de ‘witte’-illegalenregeling te verleggen naar 31 december dit jaar. Op dit moment geldt als peildatum de dag van de aanvraag van een verblijfsvergunning. Gümüs heeft zijn verblijfsvergunning in 1994 aangevraagd. Teruggerekend vanaf dat tijdstip kan hij slechts aantonen twee jaar en tien maanden in Nederland te hebben gewerkt en premies betaald. Als hij terug mag rekenen vanaf de peildatum 31 december 1997, de dag waarop de regehAg voor ‘witte’ illegalen officieel afloopt, komt hij aan ruim vijf ‘witte’ werkjaren in Nederland.

Omdat hij daarmee nóg niet aan de criteria van de regeling voldoet -de desbetreffende circulaire vereist dat ie mand aan kan tonen zes jaar in Nederland te hebben gewerkt en premies en belasting te hebben betaald- stellen D66 en PvdA tevens voor in het algemeen een ruimhartiger illegalenbeleid te voeren. Wat deze fracties betreft moet met name de mate van inburgering, die bijvoorbeeld blijkt uit het hebben van schoolgaande kinderen, zwaar meetellen.

Gevolgen

Het voorstel van D66 en PvdA wordt gesteund door GroenLinks, SP en Groep Nijpels. Daarmee is een ksönermeerderheid nog niet binnen bereik.

Schmitz is van de voorstellen van haar partijgenoten „geen voorstander”. Zij wees er gisteren op dat de regeling op deze manier niet helderder wordt en dat onduidelijk is welke gevolgen de aangepaste regeling heeft voor gezinnen in vergelijkbare situaties. Schmitz verkiest de huidige regeling en vindt dat zij die de afgelopen jaren consequent heeft uitgevoerd. Ook verzette zij zich gisteren tegen de gedachte dat er de afgelopen tijd met het gezin Gümüs gesold zou zijn. „Nadat Gümüs was uitgeprocedeerd, heb ik van meet af aan duidelijk gemaakt dat het gezin wat mij betreft uitgezet moet worden en dat aan het uitstel van de uitzetting geen rechten of hoop mogen worden ontleend”.

Voor GPV en RPF is juist het „gepingpong” tussen kabinet en Kamer over de kwestie-Gümüs aanleiding de regering te vragen „of het na de gebeurtenissen van de afgelopen week moreel nog verantwoord is het gezin Gümüs terug te sturen”. Deze fracties willen dat de regering de beslissing over Gümüs heroverweegt. Zij hebben dit standpunt in een motie vastgelegd. Schmitz „ontraadt deze motie ten sterkste”. Dan vindt zij een algemene aanpassing van de regels, om op die manier Gümüs in Nederland te houden, nog een betere weg. „Maar over de aard van die aanpassing bestaat binnen de Kamer en binnen de coalitie tot nu toe geen overeenstemming”, aldus Schmitz.

Onrechtvaardig

Schmitz werd in haar opstelling gisteren gesteund door VVD, CDA en SGP. CDA-woordvoerster Bijleveld noemde de bestaande ‘witte’-illegalenregeling „rechtvaardig en barmhartig”. „ Ju de normen versoepelen of voor deze familie een uitzondering maken, zou juist onrechtvaardig zijn tegenover alle anderen die reeds zijn uitgewezen”, aldus Bijleveld.

SGP-woordvoerder Van den Berg hield vast aan het standpunt dat hij een week geleden ook uitciroeg, toen nog namens de drie kleine christelijke fracties gezamenlijk. Hij vindt het staatsrechtelijk onjuist dat de Kamer de precieze inhoud van een circulaire vorm gaat geven en vindt dat ook in het geval van Gümüs de bestaande regels toegepast moeten worden. „Bannhartigheid is voor een christelijke fractie een belangrijk begrip, maar het maakt voor ons wel veel uit of iemand in zijn eigen land vervolging te wachten staat of dat daarvan in het geheel geen sprake is”, aldus de SGP’er.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 september 1997

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

Schmitz voelt niets voor ruimere regels

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 september 1997

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken