Bekijk het origineel

Ambt vraagt kwaliteiten

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Ambt vraagt kwaliteiten

Ds. Den Butter: norm voor ouderlingschap is verlaagd

4 minuten leestijd

GARDEREN - Voor gemeenteopbouw zijn goede ouderlingen noodzakelijk. Dat stelde ds. P. den Butter gistermorgen op de laatste dag van de Haamstede-conferentie in Garderen. „Niet iedereen is geschikt voor ouderling. Daarvoor zijn gaven nodig. Ik denk dat we tegenwoordig de norm hebben verlaagd. Dat we bepaalde noodzakelijke eigenschappen even vergeten”.

„Hoe staat het met de eigenzinnigheid van ambtsdragers? Dat ze niet te beschuldigen mogen zijn van veel overdaad en zich niet begeven tot veel wijn?” De christelijke gereformeerde predikant uit Middelhamis stelde dat niet allen die ooit belijdenis hebben gedaan ambtsdrager kunnen worden. „Ze moeten kwaliteiten hebben. Het zijn geen functionarissen of mensen met een hobby, maar huisverzorgers Gods, geestelijke economen”.

Ds. Den Butter hield tijdens de jaarlijkse predikantenconferentie een referaat over gemeenteopbouw. Godvruchtige ouderlingen aanstellen was een van de vijf adviezen die hij zijn collega’s daarvoor gaf Hij baseerde zich op Titus 1 en 2, waar Titus’ gemeenteopbouwwerk op Kreta aan de orde komt. „Gemeenteopbouw hoeven we niet te leren als bedrijfskunde en management. We hoeven geen retour Willow Creek te nemen. We leren door in geestelijk opzicht een retourtje Kreta te nemen”.

Hij raadde verder aan zuiver in de leer te blijven. „De leer die naar de godzaligheid is, is geput uit het onbedriegelijke Woord van God. De zaligheid van de kerk en de eer van God zijn ermee verbonden. Dan komt het nauw. Het moet niet ongeveer waar zijn. Het zit in die eentiende procent waar de leer afwijkt van de gezonde leer. Daarin ligt dodelijk gevaar. Ouderlingen moeten thuis zijn in de Bijbel zoals een vrouw in de keuken”.

Goede gemeenteopbouw kenmerkt zich volgens de predikant ook door het weerleggen van de dwaalleer. Ds. Den Butter signaleerde in onze dagen een toenemend wetticisme, dezelfde dwaling als die van de Kretenzen. „In sommige gemeenten mogen mannelijke dopelingen geen doopjurk meer aan. Dit is een symptoom van een godsdienst waarbij het om de wet gaat en niet om God”.

Muilkorf

„Aan de andere kant dreigt het gevaar van mensen die zichzelf zo in de ruimte stellen, dat ze bijvoorbeeld vrijetijdskleding tot zondagse kleding verheffen. Alsof het niet waar is dat wie God Hefkrijgt, ook Zijn wet bemint”. De hardheid aan beide kanten neemt toe, aldus de predikant. In het muilkorven van de tegensprekers met de gezonde leer ziet hij de oplossing.

Leef vanuit de genade, noemde de predikant uit Middelhamis het belangrijkste advies dat hij ten aanzien van gemeenteopbouw gaf „Op dit gebied is veel werk te doen. Veel gemeenteleden kennen het leven uit de genade niet. Of ze zijn wel ernstig, maar hebben duidelijkheid nodig. Ook zijn er mensen die de gedachte hebben gekregen dat op dit punt alles wel in orde is, terwijl dat niet zo is”.

Verder acht de predikant leven overeenkomstig de wil van God noodzakelijk. „De genade Gods wil ook gezien worden. De Heere wil dat Zijn volk heilig is. Hij wil het beeld van Christus hersteld hebben”. De.christelijke gereformeerde predikant drong er bij zijn collega’s op aan bij de hoofdzaken te blijven. „Doe niet wat mensen van u verwachten. U moet zelf weten of u ernaartoe gaat als een van de gemeenteleden een herbouwde winkel opent. Maar dat heeft niks met de zaak te maken. Dat is alleen om uw eigen sociale imago op te poetsen. De bruid van Christus moet als reine maagd aan de Bruidegom worden voorgesteld. Wij moeten rentmeesters over de tijd zijn”.

Wonden

Ds. A. P. Voets, hervormd predikant in Middelhamis, sloot de conferentie en stond stil bij Elia bij de Horeb (1 Koningen 19). Hij ging onder andere in op het feit dat Eha zijn klacht tweemaal uitstort voor zijn God. „Dat heeft God toegestaan. Er is een plaats bij God waar we de wonden door eigen zonden, maar ook de wonden die we in het dienen van God opliepen, mogen laten zien”. „Alleen”, waarschuwde hij, „dat is met onze monden en onze handen een gevaarlijk werk. Want’wie brengt zichzelf niet mee in de klachten voor God. Bij wie is het hart zo rein dat hij in de klacht alleen maar Gods Woord laat wegen en zichzelf niet? Dat kan er maar Eén zijn, de Heere Jezus”.

Eha was volgens de predikant niet zuiver. „Hij wilde niet alleen dienstbaar zijn aan de raad van God. Daar was hij het niet mee eens. Het medicijn tegen deze kwaal is de persoonlijke en innerlijke overgave aan de Heere en Zijn dienst”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 september 1997

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

Ambt vraagt kwaliteiten

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 september 1997

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken