Bekijk het origineel

De toren brandde als een fakkel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De toren brandde als een fakkel

Rhenen steekt na 100 jaar Cunerakerk weer in brand

5 minuten leestijd

RHENEN - Zware regenbuien teisteren de Grebbeberg. Een onweer trekt over Rhenen. Ineens een bliksemschicht die inslaat in de toren van de Cunerakerk. Brand! Omwonenden haasten zich osa statenbybels en andere waardevolle spullen te redden uit het godshuis. De toren, het kerkdak, het orgel en drie nabijgelegen huizen vallen ten prooi aan de vlanunea

Eind deze week is het precies honderd jaar geleden dat de inwoners van Rhenen een angstige nacht in gingen. Reden voor de stad om deze gedenkwaardige brand op aanstaande vrijdag te reconstrueren. Compleet met de dramatiek van toen. Alleen echte vlammen zullen er niet te zien zijn. Deze worden door lichteffecten vervangen.

“Rhe.ien in Vuur en Vlam!” is de titel van het schouwspel. Het plein Koningshof, met de oude, karakteristieke huisjes, zal het toneel zijn. Oude straatlantaarns, toortsen, figuranten in de personen van plaatselijke plattelandsjongeren in authentieke kledij en een oude brandspuit uit Renswoude zetten dit alles i.n een historisch perspectief. De stadsomroeper doet zijn ronde. Rhenen een eeuw terug.

Om ongeveer negen uur ‘s avonds wordt door luidsprekers en lichteffecten het noodweer met bliksem gesimuleerd. Een kwartier later slaat de ‘bhksem’ in de toren.

De eerste brandhaardjes worden zichtbaar. Als de eerste ‘vlammen’ uit de toren slaan, komen bewoners -de figuranten- in paniek uit hun huizen rennen. Ze gaan de Cunerakerk binnen om spullen te redden.

Zinken emmers

De Rhenense brandweer, later geassisteerd door de brandweer van Renswoude, rukt uit jmet authentiek materiaal en burgers worden gemaand actief mee te werken. Bluslijnen worden gevormd en met de oude brandspuiten en zinken emmers vol water wordt de brand na een uur geblust. Via de luidsprekers krijgen de toeschouwers uitleg bij wat er gebeurt.

Al enkele maanden is conservator Michel Sijnesael van het museum Het Rondeel in Rhenen bezig om het spektakelstuk op de rol te zetten. „Wat wij organiseren is maar een spel. De brand van een eeuw geleden moet een heftig inferno zijn geweest. We kunnen het ons gewoon niet meer voorstellen”. Er is weinig bekend over de brand.

In het archief is alleen een interview met de ondercommandant van de Rheinese vrijwillige brandweer, Hendrik de iRhoter, gevonden.

“’ Hij vertelde het volgende verhaal: | „Het was een vreselijk onweer die za terdagavond, gepaard gaande met verschrikkelijke regenval. Hevige slagen volgden elkaar snel op en omstreeks half negen gebeurde het. We hoorden een felle slag en weinige ogenblikken later spatten de vonken al uit de torenspits”.

Een van de problemen waar de brandweerlieden tegenaanliepen, was dat de brandspuit niet hoger kwam dan tot 15 meter, de toren zelf was 90 meter hoog...

Fakkel

De Rhoter; „Men besloot met emmers water langs de eindeloos lijkende wenteltrap naar boven te klimmen. Halverwege aangekomen, kwam er echter al een Rhenenaar naar beneden met de boodschap: „Ga onmiddellijk terug want het is daarboven niet uit te houden. Het kokende lood loopt al in stralen naar beneden”. De brand was toen zo ver uitgebreid, dat de met lood beklede spits al begon te smelten.

Toen de bewoners van aanliggende huizen dit zagen, begonnen ze in allerijl huisraad en vee in veiligheid te bren gen. „Voor de ogen van de Rhenenaren ontwikkelde zich een afschuwelijk schouwspel. De toren brandde als een fakkel”, aldus De Rhoter.

Inmiddels had het gemeentebestuur de hulp van de Wageningse brandweer ingeroepen. Om het bluswater op de goede plek te krijgen, moesten de Wageningers het uit de Rijn pompen. Een bijzondere anekdote is, dat toen de hulptroepen wilden blussen, er niets uit de slangen kwam. Nader onderzoek wees uit dat de leidirgen waren doorgesneden. Sijnesael: „Waarschijnlijk was het de Rhenense burgerij de eer te na dat een buurgemeente werd* ingeschakeld om een druppel bij te dragen”.

Ondanks manmoedige inzet van de brandweerkorpsen en de heldhaftige burgers kon het houtwerk van de Cunerakerk niet gered worden. Na negen uur was de brand gedoofd. Wat overbleef, was een zwartgeblakerde reus. Het moet een triest beeld geweest zijn.

Een maand na de brand besloot de gemeenteraad van Rhenen een verzoek in te dienen bij de Koningin voor geldelijke steun om het grotendeels ver woeste monument te restaureren. De kosten werden geraamd op ruim 47.000 gulden, een enorm bedrag in die tijd. Rhenen betaalde zelf de helft.

De Staat speelde een vreemde rol. Zij wilde het geld wel geven, laar dan moest een oud schilderij uit het raadhuis worden afgestaan aan het Rijksmuseum in Amsterdam. Het schilderij, dat daar altijd is blijven hang’en, geeft een impressie van “De inneeminghe van Reenen door den Hertog van Kleef in 1499”. Rhenen kreeg een kopie, die nog steeds in het oude raadhuis hangt.

Bluf

De raad stelde voor 50 procent van de restauratiekosten voor zijn rekening te nemen. Dat was in eerste instantie bluf. Er was geen geld. De raad vond een oplossing. De stadsbossen werden gekapt en verkocht. Verder verpatsten de gemeenteraadsleden zonder blikken of blozen de metalen klokken van de toren.

Tot op de dag van vandaag dragen de Rhenenaren de bijnaam van “Klokkenverkopers”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 september 1997

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

De toren brandde als een fakkel

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 september 1997

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken