Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

SGP in debat met reclamebranche

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

SGP in debat met reclamebranche

Mr. I. Bakker: Beetje meer begeleiding van Hij kan geen kwaad

4 minuten leestijd

DEN HAAG - „Het zijn niet alleen SGP’ers die zich door moderne reclame-uitingen gekrenkt voelen. Onlangs hoorde ik op de radio nog een vrouw -die expliciet zei dat ze nooit op de SGP zou stemmen- haar hart luchten over de zedeloze reclame van onze tijd. Zij sprak vooral als moeder en zei dat ze haar kinderen niet door de publieke ruimte wil laten opvoeden”.

Dat zei mr. dr. J. T. van den Berg, kamerlid voor de SGP, gisteren op een door het studiecentrum van zijn partij belegde bijeenkomst over krenkende reclame. Van den Berg reageerde op een stelling van drs. B. Sarphati, voorzitter van de Stichting Stuurgroep Reclame. Sarphati was van mening dat de centrale vraag van het symposium moest zijn: “Krenkende reclame of gekrenkte SGP?”

Volgensrëe voorzitter van de Stichting Stuurgroep Reclame is het onjuist te stellen dat er steeds meer krenkende en aanstootgevende reclame komt. „Het feit dat reclame wordt gemaakt die de SGP tegen de borst stuit, wil nog niet zeggen dat die reclame krenkend of aanstootgevend is. Ook mag daaruit niet de conclusie getrokken worden dat het systeem van zelfregulering niet werkt. Het is een prima systeem, dat op dit moment goed functioneert”.

Commentaar

Sarphati was uitgenodigd om commentaar te leveren op een al eerder door de SGP aan minister Sorgdrager aangeboden notitie over kwetsende reclame-uitingen. De minister van justitie zei bij die gelegenheid dat zij over dit onderwerp een brief aan de Kamer zou stiu’en, waarover gedebatteerd zou kunnen worden. De Tweede Kamer wacht nog op het standpunt van Sorgdrager. De nota van de SGP heeft in de reclamewereld tot verscheidene reacties geleid. Diverse vakbladen gaven er aandacht aan. Hierdoor aangemoedigd belegde de SGP gisteren opnieuw een bijeenkomst, om de discussie met de branche over het onderwerp levend te houden.

Sarphati, voorzitter van de in 1977 opgerichte Stichting Stuurgroep Reclame, een brancheorganisatie waarin adverteerders, communicatiebureaus en media samenwerken, gaf gisteren aan de SGP serieus te nemen. Voor de visie van die partij op het inperken van kwetsende en aanstootgevende reclame voelde hij, ook na de onderlinge discussie, echter niets.

Geldboetes

Beleidsmedewerker bij de kamerfractie mr. I. Bakker zette die SGP-visie nog eens uiteen: flinke geldboetes bij overtreding van de reclamecode, de mogelijkheid van een spoedprocedure bij de Reclame Code Commissie (RCC), zodat een advertentiecampagne tussentijds nog kan worden gestopt, en het aan recidivisten opleggen van een proefperiode waarin zij hun advertenties vooraf moeten voorleggen aan de RCC. Volgens Bakker hoeft „Jiet herenmodebedrijf Hij niet meteen helemaal te worden afgeplakt”, maar „een beetje meer begeleiding” zou volgens hem geen kwaad kunnen.

Derde spreker op het symposium wais L. Th. Haakman, directeur van een reclamebureau. Baakman, GPV-stemmer, verzet zich sterk tegen de gedachte dat de overheid door strenge regelgeving veel kan bereiken op het gebied van ongewenste reclame. Baakman noemt krenkende reclame „slechts heel relatief in een wereld waar krenkende wetgeving is, bijvoorbeeld op het gebied van abortus en euthanasie, waarin krenkende kunst en hteratuur bestaan, en waarin krenkende sociale opvattingen heersen, bijvoorbeeld de geringschatting van echtelijke trouw”.

De reclameman is van mening dat een politieke partij in een dergelijke maatschappij beter andere speerpunten kan kiezen dan krenkende reclame. Volgens hem „begrijpt de moderne mens niets meer van het geheim van erotiek en liefde en van het mysterie van de relatie tussen God en mensen”.

Persoonlijk gesprek

Baakman ziet meer in een persoonlijk gesprek van een christen met de reclamemakers of desnoods een boycot van Hij of Benetton. Verder wilder hij met hetzelfde wapen terugslaan. „Als reclame zo’n invloed heeft dat mensen er zich aan kunnen ergeren, dan moet ook het omgekeerde mogelijk zijn. Laten christenen de reclame voor een eigen, positief doel gebruiken”.

Voor kamerlid Van den Berg is wetgeving wel degelijk een van de middelen om krenkende reclame tegen te gaan. Volgens hem is het niet nodig nieuwe wetgeving in gang te zetten, maar moet de bestaande wetgeving, die nu een dode letter is, opnieuw geactiveerd worden. Van den Berg is het ook niet eens met de opvattingen van Baakman en Sarphati dat het in een pluriforme samenleving niet meer mogelijk is tot een duidelijke definitie van kwetsen te komen en dat bijna elke uitlating door de een of andere groep wel als kwetsend kan worden ervaren. Van den Berg: „Het begrip democratie mag toch niet zo geïnterpreteerd worden dat de helft plus één altijd het recht heeft de helft min één te krenken?”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 6 september 1997

Reformatorisch Dagblad | 40 Pagina's

SGP in debat met reclamebranche

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 6 september 1997

Reformatorisch Dagblad | 40 Pagina's

PDF Bekijken