Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Beleggingsfondsen minder in trek

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Beleggingsfondsen minder in trek

5 minuten leestijd

Beleggingsfondsen verliezen aan populariteit. Zij hebben althans wat betreft de omvang van het toevertrouwde vermogen vorig jaar niet geproflteerd van het fantastische beursklimaat. Dat komt naar voren uit een studie van ABN Amro. Vooral de instellingen die het gestorte kapitaal in obligaties stoppen, raakten uit de gratie. Verder valt op dat de positie van het in het verleden oppermachtige Robeco gestaag afkalft.

Steeds meer mensen in ons land beleggen en tevens draait het daarbij om almaar forsere bedragen. Velen nemen niet langer genoegen met een gewone spaarrekening bij de bank en proberen op een andere wijze hun geld rendabeler aan te wenden.

De statistieken van de Amsterdam Exchanges leren dat de Nederlandse particulier in 1996 zorgde voor 36 procent van de totale aandelenomzet. In 1995 ging het om 28 procent. Een sterke stijging. Die oogt extra indrukwekkend als we de absolute cijfers erbij betrekken. De handel op het Damrak in risicodragend papier breidde explosief uit, van 394 tot 638 miljard gulden. Daarvan kwam dus respectievelijk zo’n 110 en 229 miljard gulden voor rekening van ‘Jan Publiek’. Dat betekende ruim een verdubbeling.

Doe-het-zelvers

Tegelijk zoeken de burgers in toenemende mate op dit terrein hun eigen weg. Zij vinden het blijkbaar leuk en spannend om zelf het heft in handen te houden bij het beheer van hun effecten, om zelf te beslissen welke stukken zij aan- en verkopen en hoe hun bezit is samengesteld. Beleggingsfondsen zijn als gevolg van die ontwikkeling minder in trek, terwijl zij nu juist over de benodigde deskundigheid beschikken om een verantwoorde selectie te maken en tot doel hebben het leven op dit punt te vergemakkelijken.

Deze constateringen treffen we aan in een rapport dat de researchafdeling van ABN Amro Asset Management eind vorige week publiceerde. De overweldigende belangstelling van de zijde yan de particulier bij de inschrijving op introducties van nieuwelingen in de notering duidt eveneens op meer mondigheid bij het individu. Nog een indicatie: de beursorderlijnen doen goede zaken..Kortom, uit alles blijkt dat het aantal financiële doe-het-zelvers groeit.

Eind december zat er 125,9 miljard gulden in de beleggingsfondsen. Daarmee vertoonde de totale waarde van hun portefeuille in 1996 een expansie van 12,1 procent. Die aanwas kon echter geheel worden verklaard uit het door hen gerealiseerde rendement. Dat lag in de buurt van hetzelfde percentage. Per saldo vond er dus geen instroom plaats van vers kapitaal.

Aandelen

De voorkeur van degenen die de hulp van derden inschakelen -en dan bedoelen we ten aanzien van de soort van waardepapieren die zij aanschaffen- wijzigde vorig jaar. De aandelenfondsen wonnen flink terrein en bezetten nu de eerste plaats op de ranglijst. Zij wisselden stuivertje met de obligatiefondsen. Eerstvermelde categorie, waarbinnen sommige spelers wereldwijd beleggen en andere zich richten op een specifieke regio of op een bepaald land, beschikte ultimo 1996 over 36,3 procent van de totale inleg -omgerekend bijna 46 miljard gulden- tegen 32,9 procent twaalf maanden eerder.

Die verschuiving zal geen verbazing wekken. Aandelen waren uit het oogpunt van rendement het meest aantrekkelijk. De markten lagen er vorig jaar, met een voortzetting van die situatie in de eerste helft van dit jaar, bijzonder fraai bij. De koersen schoten omhoog. De AEX-index boekte een winst van dik 31 procent. Veel particuUeren stapten onder die gunstige omstandigheden op de trein. De aandelenfondsen pikten daarvan een graantje mee.

Binnen die groep waren vooral die partijen in opmars die de middelen van de klant onderbrengen in Nederlandse vennootschappen. Dat is evenzeer een voorspelbaar gegeven. De beurs van Amsterdam presteerde itnmers ook in internationaal vergelijkend opzicht uitstekend. In 1990 werd 2,4 procent van het aanwezige vermogen besteed aan ‘Hollandse waar’, in 1995 13,4 procent en in 1996 19,5 procent.

Verliezers

De grote verliezers in het door ABN Amro gepresenteerde plaatje zijn de obligatiefondsen. Hun maijkaandeel zakte van 35,8 tot 29,1 procent. De tijd waarin de particuher hechtte aan vastrentende waarden, omdat die nu eenmaal veiliger zijn, is -en dat onder invloed van de prachtige resultaten in de aandelenbranchevoorbij. Misschien verandert dat trou wens weer na een omslag van de stemming op de beurzen, als de onzekerheid over de richting van het koersverloop toeslaat. Wellicht speelde verder de concurrentie van de fiscaal vriendelijke bedrijfsspaarregelingen een rol.

De fondsen die investeren in onroerend goed zetten een stapje voorwaarts binnen het geheel van de beleggingsinstellingen, van 12,5 tot 13,5 procent. In 1990 bereikten zij een percentage van 22,3. Daarna verkeerde de sector van het vastgoed echter langdurig in een dal en liet de belegger het afweten. Sinds vorig jaar zijn de vooruitzichten verbeterd en dat vertaalt zich in een herstel van het vertrouwen onder het publiek.

Het martkaandeel van de liquiditeitenfondsen bedroeg 12,4 procent. Daaronder vallen de spaarfondsen, die epn rendement uitkeren waarvan de hoogte afhangt van de rentestand, maar waarvan de opbrengsten toch als dividend mogen worden aangemerkt en dus meetellen in de belastingvrijstelling vocir inkomsten uit dien hoofde. De gemengde fondsen waren goed voor 6,4 en de overige fondsen voor 2,2 procent.

Robeco

In het verleden was de in 1929 opgerichte Robeco Groep heer en meester onder de beleggingsmaatschappijen. Twintig jaar geleden bijvoorbeeld beheerde het Rotterdamse consortium maar liefst 77 procent van het in ons land aan die dienstverlenende ondernemingen in bewaring gegeven vermogen. In 1990 nam het iets meer dan de helft voor zijn rekening, in 1995 42 procent en in 1996 nog maar 38 procent. De belangrijkste producten waarmee de inmiddels onder de vleugels van de Rabobank opererende organisatie aan de weg timmert, zijn Robeco en Rolinco (beide aandelen), Rorento (obligaties) en Rodamco (onroerend goed).

Voornaamste oorzaak van de geschetste teruggang is de enorme concurrentie. Er zijn door de tijd heen steeds meer fondsen geïntroduceerd, vooral vanaf het midden van de jaren tachtig.

Robeco blijft overigens wel met afstand de nummer één. ABN Amro volgt als tweede en slaagt erin haar relatieve positie te handhaven (20 procent in 1990 en 21 procent in 1996). ING, waaronder ook de Postbank ressorteert, is een partij die haar aanwezigheid nadrukkelijk uitbreidde, van bijna 4 procent in 1990 tot 10 procent in 1996.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 13 september 1997

Reformatorisch Dagblad | 40 Pagina's

Beleggingsfondsen minder in trek

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 13 september 1997

Reformatorisch Dagblad | 40 Pagina's

PDF Bekijken