Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

„Ze bemoeien zich met alles, groot en klein”

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

„Ze bemoeien zich met alles, groot en klein”

Libanon vijftien jaar na burgeroorlog nog altijd in de greep van machtig buurland Syrië

6 minuten leestijd

BEIROET (AP) - Op de drukke zeeboulevard van Beiroet houdt een Syrische soldaat het passerende verkeer in de gaten. Zijn wachtpost is ingericht onder het rood-witte uithangbord van de Amerikaanse fastfood-keten Kentucky Fried Chicken. Het is een aanblik die de meeste Libanezen niet zal aanstaan.

Toch is het tafereel op ironische wijze een weerspiegeling van hoe veel Libanezen hun land zien: als een schakel tussen de Arabische wereld en het Westen. Hier houdt een Arabische militair de wacht voor een westerse snacktent.

Toegegeven; het Libanon van nu is niet meer dat van weleer, toen de goederen naar het Oosten stroomden en het geld de andere kant op. Maar het land krabbelt op uit het dal, na vijftien jaar burgeroorlog. De Syriërs, die zijn gekomen als vredesmacht, zijn minder duidelijk aanwezig in het straatbeeld.

De post waar nu de eenzame soldaat de wacht houdt, werd vroeger bemand door een zestal militairen. In de legerkampen van de Syriërs in de heuvels bij Beiroet zijn minder tanks gestationeerd. Volgens schattingen heeft Syrië zijn troepenmacht in Libanon met eenderde of meer teruggebracht, tot zo’n 20.000 tot 30.000 man.

Bemoeienis

Toch is Libanon nog vast in de greep van het machtige buurland, tot onvrede van vooral christelijke Libanezen. Naast de militairen zijn er in Libanon ook nog eens een miljoen of meer gastarbeiders uit Syrië, op een autochtone bevolking van 3,2 miljoen. Velen zijn bang dat Syrië zijn greep op Libanon door middel van deze gastarbeiders wil verstevigen.

Verontrustend is ook dat Syrische bewindslieden, tot en met president Hafez Assad aan toe, zich keer op keer bemoeien met de politieke crises die met de regelmaat van de klok in Libanon uitbreken. „Ze bemoeien zich met alles, klein en groot”, zegt Sarkis Naoum, columnist voor de krant An-Nahar.

Anderen vinden dat de Libanese leiders zelf de Syrische bemoeienis uit lokken door bij ieder conflict de bemiddeling van Damascus in te roepen. Van oudsher is de president van Libanon een christen, de premier een soennitische en de parlementsvoorzitter een sjiitische moslim.

Veel Libanezen mopperen over de Syrische aanwezigheid in het land. Deze zomer werden de spelers van het Syrische voetbalelftal op de Arabische Spelen in Beiroet uitgejouwd. Toch zijn er maar weinig Libanezen die in het openbaar het vertrek van de Syrische troepen eisen. Dit komt deels doordat ze het „zusterlijke Syrië”, zoals het buurland in de Arabische traditie wordt genoemd, niet willen beledigen.

Stabiliteit

De houding tegenover Syrië wordt echter ook bepaald door de gemeenschappelijke geschiedenis van de twee landen en het lot dat ze delen. Het buurland Israël houdt van beide landen gebied bezet, zij het dat de bezetting van de Syrische Golanhoogvlakte een permanenter karakter lijkt te hebben dan die van de veiligheidszone in ZuidLibanon.

Het is onwaarschijnlijk dat de Syrische troepen uit Libanon zullen vertrekken voordat de Israëliërs, die 10 procent van Libanon bezet houden, het veld ruimen. Bloedige gevechten in Zuid-Libanon tussen Israëlische militairen en sjiitische guerrillastrijders zetten Israël onder druk om de vredesonderhandelingen, vooral die met Syrië, te hervatten.

Sommige Libanezen zijn van mening dat de haat tussen de christenen en de moslims, die in 1975 ontaardde in een burgeroorlog, opnieuw tot een uitbarsting kan komen als de Syriërs er niet meer zijn als toezichthouders. „We moeten niet vergeten waar we toen waren en waar we nu zijn”, zei premier Rafik Hariri onlangs in een interview. Volgens Hariri hebben de Syriërs de broodnodige stabiliteit gebracht in het land.

Anderen denken niet dat het Syrië louter om de vrede in het land te doen is. Zij zijn bang dat de machtige buur de rivaliteit tussen de Libanese facties weer kan aanwakkeren om zijn macht in het land te behouden.

Het Syrische leger trok Libanon in 1976 binnen om de christenen in de burgeroorlog te steunen. Later kozen de Syriërs partij voor de moslims. Damascus is nog steeds verbolgen over een verbond dat rechtse christenen aangingen met Israël.

Volgens het in 1989 getekende akkoord ter beëindiging van de burgeroorlog hadden de Syrische troepen in 1993 uit Beiroet weg moeten zijn. Maar zelfs geplande besprekingen over een Syrische terugtrekking zijn nog niet begonnen. De Syriërs zijn nog alom aanwezig. In het noorden en het oosten van het land, niet ver van de Israëlische bezettingsmacht, zijn tanks gestationeerd en langs alle grote wegen en bij de toegangen tot steden hebben de Syriërs controleposten ingericht.

Tussenweg

In de straten van Beiroet houden Syrische geheime agenten een oogje in het zeil en overal in de stad zijn posters te zien van Assad en diens zoon Basil, Assads gedoodverfde opvolger die in 1994 omkwam bij een auto-ongeluk. Basil wordt sindsdien door de Syriërs als een heilige vereerd. Op een poster zijn Assad, diens jongere broer Bashar en Basil te zien. Sommige Libanezen spreken van de “heilige drie-eenheid”: de vader, zoon en de heilige geest.

Ook is overal de leus “Eén volk, twee landen” te lezen. Daarmee wil Assad de bevolking van Libanon herinneren aan het feit Libanon ooit deel uitmaakte van Syrië, voordat de Franse overheersers er in de jaren twintig een apart land van maakten.

Het zijn vooral de Maronieten, de grootste christelijke gemeenschap in het land, die weinig moeten hebben van de Syriërs. Anders dan de moslims voelen zei zich meer verbonden met Europa dan met het Arabische achterland. Maar ook de Maronieten erkennen dat er geschipperd moet worden. Volgens Nassib Lahoud, een christelijk parlementslid voor de oppositie en voormalig ambassadeur in Washington, moet er een tussenweg worden gevonden tussen de drang naar soevereiniteit en de noodzaak van „gepriviligieerde banden” met Syrië. „We moeten met Syrië betere banden hebben dan met elk ander land in de wereld”, aldus Lahoud.

Walid Jumblatt, minister en politiek leider van de Druzen, een van de islam afgesplitste sekte, zegt dat niet Syrië, maar de sektarische verdeeldheid in Libanon het probleem is. Hierdoor kan Libanon volgens Jumblatt geen moderne seculiere staat worden. „Met of zonder de Syriërs zijn we er niet in geslaagd een duidelijke identiteit te bewerkstelligen”, aldus Jumblatt. „We zijn nog steeds dezelfde Arabische stammen die 1000 jaar geleden naar dit deel van de wereld kwamen”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 1997

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

„Ze bemoeien zich met alles, groot en klein”

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 1997

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken