Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

„Er blijven kleiers en kneders nodig”

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

„Er blijven kleiers en kneders nodig”

Beeldende vorming op middelbare school dreigt theorievak te worden

5 minuten leestijd

De beeldende vakken -met name het onderdeel kunstbeschouwing-krijgen een grotere plaats in het basis- en voortgezet onderwijs. De gereformeerde gezindte moet zich daarom bezinnen op haar houding ten opzichte van kunst en cultuur. Zaterdag vragen de tekendocenten Jan den Ouden en Piet den Hertog aandacht hiervoor op de najaarsvergadering van de KLS, de Kontaktvereniging voor Leerkrachten en Studenten.

Ze zijn beiden leraar én kunstenaar. Het eerste steeds minder, het laatste steeds meer. Den Hertog geeft acht uur per week les aan de ‘Pieter Zandt’ in Kampen, Jan den Ouden zes uur aan de ‘Van Lodenstein’ in Amersfoort. Daarnaast tekenen, schilderen en exposeren beide mannen. Den Hertog schrijft bovendien lesmethodes voor beeldende vorming, Den Ouden runt het reclamebureau Interaxion.

Het zijn niet de vakken met het meeste aanzien, tekenen en handvaardigheid. Zeker in het basis onderwijs is de situatie nooit rooskleurig geweest. De leerlingen moeten maar afwachten wat voor kunstzinnigs zij krijgen voorgeschoteld. Hoewel er een tendens is om ‘specialisten’ in te schakelen, geeft in de meeste gevallen nog steeds de groepsleerki”acht tekenen en handvaardigheid.

Als de meester of juf daar lol aan beleeft en creatief is, zijn de kinderen goed af. Maar wat te doen met een leerkracht die twee linkerhanden heeft en Uever een spannend verhaal over de Germanen vertelt? Dan krijgt de klas dat jaar waarschijnlijk niet veel meer dan clichéopdrachten als: maak een mozaïek met kleurpotlood, of: bouw een dorp van golfkarton.

Niet gerust

In het voortgezet onderwijs is de situatie gunstiger, omdat daar vakleerkrachten lesgeven. Zij hebben bewust voor tekenen of handvaardigheid gekozen en zullen er alles aan doen om hun vak te promoten. Den Hertog en Den Ouden zien hun inspanningen wat dat betreft beloond. Tekenen is zowel op de ‘Van Lodenstein’ als de ‘Pieter Zandt’ examenvak, handvaardigheid alleen in Amersfoort.

Toch is het lerarenduo niet erg gerust op de toekomst van de beeldende vakken op de middelbare school. Op dit moment bestaan die voor ten minste 50 procent uit praktijk, de rest is theorie (kunstgeschiedenis en -beschouwing). „Een ideale verhouding”, zeggen Den Ouden en Den Hertog. „De leerlingen kiezen deze vakken in de eerste plaats om lekker te kunnen kleien, kneden en penselen. Daarnaast willen ze best wat theorie leren, maar niet te veel”.

Dat gaat echter drastisch veranderen als in 1998 of 1999 de vakkenpakketten in het voortgezet onderwijs verdwijnen en er vier profielen voor in de plaats komen. Leerlingen die het profiel cultuur en maatschappij kiezen, krijgen dan een nieuw vak: culturele en kunstzinnige vorming. Het bestaat voor 80 procent uit theorie en 20 procent uit praktijk. „Ontzettend jammer”, reageert

Den Ouden. „Voor welke leerlingen is dat interessant? In ieder geval niet voor de doe-mensen die we nu hebben. Misschien wel voor de the oretici die willen praten over kunst, maar geen aanleg en behoefte hebben om zelf iets te maken. Is dat leuk lesgeven voor een docent beeldende vorming? Nee toch?” Den Hertog: „Ik zie kunst- en cultuurhistorische theorie als een uitdaging. Daar kun je jongelui best mee boeien”.

Tekort

De Kamper docent signaleert nog een ander probleem, specifiek in het reformatorisch onderwijs. „Er zijn voor culturele en kunstzinnige vorming straks meer uren beschikbaar dan voor tekenen en handvaardigheid nu. Waar halen we de docenten vandaan? Er gaan nu al mondjesmaat jonge mensen uit onze gezindte naar de kunstacademie. Voor degenen die gaan, is het onderwijs op dit moment nog interessant, omdat je als docent veel praktisch bezig bent. Straks is dat over”.

Welke invloed heeft dat op het aanbod van leraren beeldende vorming? vraagt Den Hertog zich af. „Vinden afgestudeerde kunstacademici het nog wel aantrekkelijk om voor de klas te gaan en bijna uitsluitend theorie te geven? Of krijgen we straks in het onderwijs allemaal kunstwetenschappers met universiteit op zak? Hopelijk niet. Kleiers en kneders blijven nodig”.

Den Ouden trekt een lelijk gezicht. „Als ik 80 procent theorie moet gaan geven, dan ben ik er gewoon niet”. Die kans is overigens nihil, want Den Ouden is aan zijn laatste schooljaar begonnen. Vanaf volgend jaar wil hij zich geheel aan zijn reclamebureau wijden.

En er zijn al leraren beeldende vorming te weinig...

„Mag ik na twintig jaar? Ik heb met veel plezier geprobeerd hele volksstammen iets bij te brengen over kunst. Zo’n 30, 35 leerlingen zijn naar de kunstacademie gegaan. Ik wil uit het onderwijs weg, voordat ik ook maar de geringste aanwijzing heb dat m’n enthousiasme inzakt. Bovendien heb ik net zo lang gewacht totdat er een opvolger was: mijn oud-leerlinge Hanneke Bahlman”.

Versmald aanbod

Het nieuwe vak culturele en kunstzinnige vorming is veel breder dan tekenen en handvaardigheid. Het omvat ook fotografie, dans, drama, film en toneel. Opnieuw een probleem voor orthodox-christelijke scholen. Den Hertog: „Zij zullen een versmald aanbod doen”. Dat houdt voor hem niet in dat de genoemde zaken totaal genegeerd hioeten worden. „Ik ga niet met mijn klas naar de film, maar ik kan wel met leerlingen over dit medium praten. Dat is nodig, net zo goed als het praten over moderne kunst”.

Het is een “must”, benadrukt Den Hertog, dat er docenten voor de klas staan die kunstuitingen, van welke snit ook, naar bijbelse maatstaven kunnen beoordelen. „Daarom zou het fijn zijn als jongeren met talenten in onze gezindte werden gestimuleerd -door hun ouders en door school- om leraar beeldende vorming te worden. We hebben straks echt een tekort. Het alternatief is dat je mensen gaat benoemen die qua levensbeschouwing niet op een reformatorische school passen. Dat moet je zeker voor zo’n identiteitsgevoelig vakgebied als kunst nooit doen”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 oktober 1997

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

„Er blijven kleiers en kneders nodig”

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 oktober 1997

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken