Bekijk het origineel

Kerk moet overheid inzake homohuwelijk niet volgen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Kerk moet overheid inzake homohuwelijk niet volgen

K. de Jong van vereniging Tot Heil des Volks:

4 minuten leestijd

SOEST - De invoering van het homohuwelijk brengt homofielen die op bijbelse gronden zo’n relatie afwijzen, in een moeilijker positie. „De actuele discussie doet er weer een schepje bovenop: Waar doe je moeilijk over? Dat maakt het zwaarder”. Die zorg uitte K. de Jong van de vereniging Tot Heil des Volks gisteren op een studiedag over homoseksualiteit voor predikanten en voorgangers.

Ongeveer honderd predikanten, pastoraal werkers en andere betrokkenen woonden de studiedag bij, die onder meer door gliagg De Poort, het GPZ (Gereformeerd Psychiatrisch Ziekenhuis) en de EHAH (Evangelische Hulp aan Homofielen) was georganiseerd. Dagvoorzitter De Jong spr bij de opening van „historische tijden”. Wijzend op de discussie over het zogenaamde homohuwelijk zei hij: „In elk geval gaan we van jaargetijde wisselen. Het wordt winter. Als de wet van God wordt losgelaten, wordt het koud”.

„We zullen meer moed nodig hebben om aan het bijbelse standpunt vast te houden”, aldus De Jong. „Dat geldt zowel voor de homoseksueel als voor de christelijke gemeente. Ik las vanochtend in de krant: Kerk zal wellicht overheid volgen. Ik hoop van harte dat dat niet gebeurt, maar dat er een scheiding komt tussen kerk en overheid”, zei De Jong desgevraagd. „We worden als christenen steeds meer een discriminerende minderheid: de overheid vindt het homohuwelijk goed; wij vinden dat niet. We moeten dapper zijn”.

In zijn openingswoord vroeg De Jong hoe een pastor de naaste met homoseksuele gevoelens het beste kan helpen en daarbij tegelijk „Gods waarheid kan eren”. Dat vraagt van de ambtsdrager de ene keer priester en de andere keer profeet te zijn. „En soms ben je het tegelijk”.

Verwarring

Ds. J. Noordam wees in zijn inleiding op de „innerlijke conflicten” en de „dubbele eenzaamheid” waarvan in het leven van de christen-homofiel sprake kan zijn als hij zijn gevoelens met niemand durft te delen. Betrokken gemeenteleden klagen er volgens hem nogal eens over dat het koud is in de kerk, „terwijl daar toch bij uitstek een klimaat van geborgenheid, liefde en vertrouwen zou moeten zijn”. Hij noemde het verwarrend voor christenjongeren én -ouderen die homofiele gevoelens bij zichzelf ontdekken, dat binnen de kerken verschillend over homoseksualiteit wordt gedacht.

De hervormde predikant uit Nieuwerkerk aan den IJssel wees op de uiteenlopende visies op de Schrift die hieraan ten grondslag liggen. Als voorbeeld noemde hij de opvatting van prof. H. M. Kuitert dat de Bijbel er niet voor de moraal maar voor het verhaal is. „Omdat sommige moderne visies op homoseksualiteit op dit punt ook in orthodoxe kring binnensijpelen, kunnen we niet ernstig genoeg waarschuwen voor de schriftondermijnende invloed van de moderne theologie, die hier achter zit. Duidelijkheid is op dit punt dan ook geboden”.

Het is volgens ds. Noordam „een van de grootste leugens van deze tijd” dat het beleven van seks een noodzakelijke levensvoorwaarde zou zijn. Hij signa leerde dat ook velen binnen de kerk door die gedachte worden misleid. „Zelfs het bijbelse woord liefde krijgt daarbij een romantisch-erotische inkleuring van onze cultuur. Een opstapje om zelfs te spreken van een homoseksuele relatie „in liefde en trouw”. Maar de liefde heft het gebod niet op”, aldus ds. Noordam, die overigens pleitte voor „een liefdevolle en begripvolle betrokkenheid” op gemeenteleden die met homofiele gevoelens worstelen.

Heilige grond

De meeste homoseksuelen vinden het onmogelijk binnen de kerk over hun problemen te praten, zei Martin Hallet, werkzaam bij een Britse christelijke organisatie voor mensen met homofiele problemen. „Zondag sprak ik een man van 60 jaar. Het was voor hem de eerste keer dat hij met iemand over zijn homoseksuele problemen sprak. Als iemand zoiets met je deelt, is het of je op heilige grond komt. De enige die er van weet, is God”, zei Hallet, die in de jaren zeventig met een homoseksuele levenswijze brak. Hij noemde het een aanklacht aan de gemeente dat mensen niet over hun problemen durven praten.

Annelies Barth van stichting Onze Weg zei dat de gemeente voor iedereen een veilige haven zou moeten zijn. Ze zei dat mensen uiteindelijk soms in een homoseksuele relatie vervallen omdat ze in de kerk geen luisterend oor vinden. Overigens waarschuwde ze ervoor niet in de „val” van een platonische relatie te trappen: geen seksualiteit, wel vriendschap. „Als dat een enigszins erotisch getinte relatie wordt, meer dan vriendschap, is er ook sprake van homoseksualiteit”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 oktober 1997

Reformatorisch Dagblad | 38 Pagina's

Kerk moet overheid inzake homohuwelijk niet volgen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 oktober 1997

Reformatorisch Dagblad | 38 Pagina's

PDF Bekijken