Bekijk het origineel

Cipriano de Valer de Spaanse ketter

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Cipriano de Valer de Spaanse ketter

8 minuten leestijd

“El hereje Espanol”, de Spaanse ketter, dat was de erenaam die de inquisitie aan Cipriano de Valera gaf. Di t jaar is het vier eeuwen geleden dat hij Calvijns Institutie in een vertaling aan zijn bitter vervolgde geloofsgenoten schonk.

In 1531 of 1532 aanschouwde Cipriano de Valera te Sevilla het levenslicht. Hij studeerde gedurende zes jaar filosofie en dialectiek aan de universiteit van zijn vaderstad. Zijn graad zou hij echter nimmer in ontvangst nemen. Wat was het geval? De Valera was toegetreden tot het klooster San Isidro, een van de beroemdste en rijkste kloosters van Sevilla, waar een evangelische wind waaide. In het geheim woonde hij, met andere ordebroeders, evangelische bijeenkomsten bij, die hun gezegende uitwerking op hem niet misten. Toen dit in 1557 echter uitlekte, moesten ze halsoverkop vluchten. Met nog elf andere ordebroeders, onder wie de prior en de vicaris, kwamen hij na veel omzwervingen in Geneve aan. In Geneve hadden reeds vele Spanjaarden een veilig onderdak gevonden en zich aangesloten bij de Italiaanse gemeente. Toen het aantal vluchtelingen bleef groeien, werd hun een eigen kerk, de St. Germain, en een eigen predikant gegund.

Fellow

Enkele jaren later vertrok Valera naar Engeland, waar hij in juni 1563 te Cambridge zijn graad behaalde. Hij werd gekozen tot fellow van het Magdalen College. Drie jaar later vertrok hij naar Oxford, om daar te doceren. In 1579 treffen we hem te Londen aan. Waarschijnlijk is hij zich daar meer aan literaire arbeid gaan wijden. In 1588 verscheen er van zijn hand een lijvig werk gericht tegen de paus en de mis. Het eerste gedeelte behandelt in het kort de levensgeschiedenissen van alle pausen. Hij verdeelt de pausen in drie reeksen. „Van de eerste bisschop van Rome, Linus, tot Silvester (320) waren het engelen Gods, heilig in leer en leven; tot Bonifacius III (607) waren het mensen, tot vallen geneigd; de derde reeks, tot Clemens VIII, waren het duivels in mensengedaante”.

Barbarije

In 1594 verscheen van zijn hand een troostbrief voor de Spanjaarden die in Barbarije onder het juk van de Turken zuchtten. Hij spreekt hen toe als protestanten; vandaar dat sommigen menen onder Barbarije Spanje en onder de Turken de inquisitie te moeten verstaan. In 1597 ver schijnt Valera’s vertaling van de Institutie van Calvijn. In de voorrede schrijft hij: „Ik wijd deze mijn arbeid aan alle gelovigen van het Spaanse volk, hetzij dat zij nog zuchten onder het juk der inquisitie, hetzij dat zij verstrooid zijn in den vreemde”.

Perkins

In 1967 verscheen nog een gemoderniseerde uitgave van Valera’s vertaling. Twee jaar later schreef hij een voorwoord op een vertaling van de “Gereformeerde katholiek” van de puritein William Perkins.

Onder al deze werkzaamheden door werkte Cipriano de Valera gestaag aan de revisie van een Spaanse bijbelvertaling. Hij ging daarbij uit van de bestaande vertaling van Casiodoro de Reina. Deze had de bijbelboeken en de apocriefen geordend overeenkomstig de Vulgaat. Valera sloot zich aan bij de volgorde zoals wij die kennen. Verder voegde hij vele kanttekeningen toe, en verbeterde hij de tekst op grond van eigen studie. Hij heeft dit reuzenwerk geheel alleen verricht, en dat op een leeftijd, zoals hij zelf schrijft, „waarop de krachten wijken, het geheugen vervaagt en het oog verduistert”. Hij schrijft verder dat hij gebruikmaakte van vertalingen van het Nieuwe Testament van Enzinas en Pérez. Na twintig jaar zwoegen, hij was toen zeventig, verscheen de uitgave te Amsterdam, bij Laurens Jacobusz. (1602, tweede druk 1625), met een opdracht aan „Don Mauricio”, prins Maurits. In november van datzelfde jaar ging hij naar Den Haag om Maurits en de Staten een exemplaar aan te bieden. Of de Bijbels daadwerkelijk Spanje hebben bereikt, is de vraag. Sommigen schrijven dat 30.000 exemplaren in vaten per schip Spanje binnen zijn gesmokkeld, maar dit wordt door anderen weer tegengesproken. Het laatst wordt Ciprianus in november te Antwerpen gesignaleerd. Daarna ontbreekt ieder spoor van hem, plaats en datum van overlijden zijn onbekend.

Enzinas

Een andere naam die aan de Spaanse bijbelvertaling is verbonden, is Francisco de Enzinas. Uit een aanzienlijk geslacht geboren (1519), werd hij op jonge leeftijd naar familie in de Nederlanden gezonden. In 1539 werd hij te Leuven ingeschreven, maar reeds toen was hij in zijn hart protestant. Twee jaar later vroeg hij A Lasco voor hem een aanbevelingsbrief te schrijven voor Luther en Melanchthon. Vooral het onderwijs van de laatstgenoemde trok hem: „Daarvoor zou ik naar het einde van de wereld willen reizen”.

Nog in oktober van dat jaar werd hij te Wittenberg ingeschreven en werd hij tot zijn grote vreugde kostganger bij Melanchthon! In diens woning vertaalde hij het Nieuwe Testament in het Spaans, gebruikmakend van Erasmus’ Griekse tekstuitgave. Zijn Spaans wordt nu nog ge roemd. Hij vertrok met zijn vertaling naar de Nederlanden om daar een drukker te zoeken. Eerst bezocht hij A Lasco te Emden, daarna Albert Hardenberg in zijn klooster te Aduard, die, vroeger steeds weifelend, nu op aandrang van Enzinas voorgoed met Rome brak, en later een vooraanstaand theoloog werd. In Antwerpen kwam hij in contact met Stefanus Mierdman, die bereid was de uitgave, op kosten van de vertaler, te drukken. Op de titelpagina stond: Het Evangelie van onze enige Zaligmaker (solo Salvador). Het woord “solo” werd toch geschrapt, omdat het de opmerkzaamheid van inquisiteurs zou wekken. Rome kent namelijk verschillende zaligmakers! Het boek was reeds gedrukt toen er een keizerlijk verbod kwam op de uitgave. Enzinas wist hier niets van, en was op weg naar Brussel, juist om de keizer persoonlijk een exemplaar aan te bieden! Zondagmiddag werd hij toegelaten tot de keizer.

Gesprek

Het gesprek is bewaard gebleven. Uiteindelijk aanvaardde de keizer de uitgave, om ze zijn biechtvader te laten onderzoeken. Om een lang verhaal kort te maken: de goedgelovige Enzinas belandde in de gevangenis. In zijn proces waren dit vooral twee zware beschuldigingen, dat hij in Wittenberg had gestudeerd, en Romeinen 3:28 in zijn vertaling in hoofdletters had laten drukken. („Wij besluiten dan, dat de mens door het geloof gerechtvaardigd wordt, zonder de werken der wet”.) Dit was genoeg om hem ter dood te veroordelen. Het liep echter anders. Op een dag liep hij naar de gevangenisdeur om door de tralies naar buiten te kijken. Hij voelde toen dat de deur bewoog. Een tweede deur bleek eveneens open te zijn en de poort ook. Door niemand opgemerkt, wandelde hij naar buiten. Onder dekking van de duisternis klom hij over de muur en verliet de stad. Onwillekeurig dringt zich de gelijkenis met Petrus’ verlossing aan ons op. Enzinas getuigde dat het „de grote barmhartigheid Gods was, die de gebeden van zijn gemeente wilde verhoren”. Onderweg naar Mechelen had hij in een herberg een gesprek met iemand, die de inquisiteur bleek te zijn die voor zijn proces op weg was naar Brussel!

Hij zwierf door heel Europa, ontmoette in Zurich BuUinger, in Basel John Hooper, de vader van het Engelse puritanisme, en in Straatsburg Bucer. Bucer schreef over hem: „Hij is een levende brief uit Wittenberg, hij is de levende ziel van Philippus”.

Daar ontmoette hij ook zijn levensgezellin Margaretha Elter. Overal opgejaagd en vervolgd, had hij ernstig overwogen in Turkije een wijkplaats te zoeken, om daar een kolonie van verdreven christenen te stichten. Aan dit onbekookte plan maakte zijn huwelijk gelukkig een einde. Met een warme aanbeveling van Melanchthon op zak, bestemd voor Cranmer, vertrok hij naar Cambridge, waar hij hoogleraar in het Grieks werd. Ongedurig als hij was. vertrok hij in 1551 weer naar Straatsburg. Het volgende jaar bezocht hij Calvijn, met wie hij reeds lang correspondeerde. Teruggekomen in Straatsburg, stierf hij onverwacht aan de pest. Zijn vrouw overleed enkele weken later.

Vertaling

Casiodoro de Reina was een goede bekende van Valera. Eerstgenoemde komt de eer toe de eerste volledige Spaanse bijbelvertaling te hebben geleverd. Hij behoorde tot de twaalf monniken die in 1557 naar Geneve een veilig heenkomen hadden gezocht. Reina vertrok later naar de vluchtelingengemeente te Frankfurt en vervolgens naar Londen. Daar preekte hij voor een grote schare Spaanse vluchtelingen, die eerst in een woning, later, na 1560, in St. Mary Axe driemaal per week bijeenkwamen. Reina schrijft dat hij van zijn jeugd aan de Heilige Schrift had bestudeerd, en terstond na zijn vlucht uit Spanje met een vertaling begonnen was. Wegens werkzaamheden reisde hij naar Antwerpen, zijn vrouw reisde hem, als matroos verkleed, via Vlissingen na. In 1565 was hij weer in Frankfurt, waar hij een zijdehandel startte om zijn brood te verdienen, en verder aan de vertaling te werken. Voor het Oude Testament maakte hij gebruik van een joodse vertaling in het Spaans, de FerraraBijbel. Deze vertaling was bijna niet te lezen vanwege de letterlijke vertaling, woord voor woord, en de talloze onverdragelijke hebraïsmen, zoals iemand opmerkt. Latere vertalers, onder wie Reina, hebben er echter dankbaar gebruik van gemaakt. Daarnaast raadpleegde hij Hebreeuwse en Syrische uitgaven. Toen het Oude Testament voltooid was, begaf hij zich met zijn gezin naar Basel, waar in september 1569 de eerste volledige Spaanse bijbelvertaling van de persen kwam. In de volksmond werd deze uitgave de “Berenbijbel” genoemd, omdat op het titelblad een beer staat afgebeeld die honing zoekt in een tronk. Johannes Sturm, de bekende rector van Straatsburg, schreef op zijn verzoek een voorrede. Vanuit Basel werden vier grote vaten vol Bijbels naar Straatsburg verscheept. Sturm droeg er zorg voor dat de zending naar Nederland zou gebracht worden, om daar de mogelijkheid te onderzoeken ze naar Spanje te verschepen. Sturm zette zich er voor in, en de actie slaagde. Een mooi voorbeeld van internationale christelijke samenwerking! Na dit project vertrok Reina naar Frankfurt, werd later voorganger in Antwerpen. Toen in 1585 Antwerpen viel, vertrok hij opnieuw naar Frankfurt, waar hij in 1594 stierf Een zwerver kwam Thuis.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 november 1997

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

Cipriano de Valer de Spaanse ketter

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 november 1997

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken