Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Top RPF en GPV kondigen Verloving’ af

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Top RPF en GPV kondigen Verloving’ af

Commissie werkt verder aan formulering gemeenschappelijke grondslag

5 minuten leestijd

PUTTEN - RPF en GPV zijn ‘verloofd’. De RPF voelt zich daarbij iets gelukLkiger dan het GPV, maar beide partijen gaan er niet meer van uit dat hun verloving nog zal worden verbroken. Zij betreuren het dat de SGP de barrière, door de blokkade van die partij van de vrouw op de lijst, voor verdere samenwerking met RPF en GPV heeft vergroot.

Voor het eerst in de geschiedenis van GPV en RPF gaven de voorzitters van beide partijen, A. van den Berg (RPF) en S. J. C. Cnossen (GPV), en de fractievoorzitters, L. C. van Dijke (RPF) en G. J. Schutte (GPVX zaterdag een gezamenlijke persconferentie. Dat die persconferentie in Putten plaatsvond, had alles te maken met de daar op die dag gehouden vergadering van de RPF-federatieraad.

De persconferentie was niet belegd om aan te kondigen dat beide partijen met een gemeenschappelijke lijst de komende kamerverkiezingen zullen ingaan. Dat zou ook niet kunnen, want het GPV-partijbestuur had in februari vorig jaar een “dubbelbesluit” genomen, waarin enerzijds werd besloten dat deze partij zelfstandig de verkiezingen in 1998 zou ingaan, maar anderzijds dat er „officiële gesprekken” zouden worden gestart met de RPF over de manier waarop beide partijen in de campagne en daarna met elkaar zouden omgaan.

Enthousiaster

Welnu, tijdens de persconferentie kwamen beide partijen met een geza menlijke notitie “Samenwerking in perspectief’. Die notitie was in beide besturen besproken en akkoord bevonden. Zij het dat het federatiebestuur van de RPF enthousiaster over de samenwerking is dan het GPV. GPV-partijvoorzitter Cnossen zei zaterdag dat „het hem verheugde” dat de vrijdagavond bijeengekomen Generale Verbondsraad (het partijbestuur van het GPV) „met een zeer overtuigende meerderheid vóór de notitie was”.

Beide besturen hebben de samensprekingscommissie gevraagd hun gesprekken te vervolgen. Dat zal tot de verkiezingen van 6 mei volgend jaar geen nieuwe feiten opleveren. De commissie, waarin van GPV-zijde L. Hordijk, J. Ophof, A. T. Kamsteeg en E. van Middelkoop zitten en W. van Grootheest, R. Kuiper, W. Hendrik en A. Rouvoet de RPF vertegenwoordigen, gaat zich nu buigen over de verschillen in de grondslag tussen GPV en RPF en over het toelatingsbeleid.

Manifest

Daarnaast zullen de beide fractievoorzitters met het oog op de komende kamerverkiezingen werken aan een manifest over de „voortzetting en intensivering van de politieke samenwerking”. Op termijn is de vorming Van één ge meenschappelijke fractie in de Kamer zeker niet onbespreekbaar, hoewel Schutte daarover zaterdag terughoudender was dan zijn collega Van Dijke. „Het kan zijn dat er onoverbrugbare verschillen zijn wat betreft de grondslag van beide partijen, maar daar ga ik niet van uit”, zo zei de GPV-fractieleider.

Ook Cnossen wilde wat betreft het vervolgtraject van de samenwerking niet vooruit lopen op het resultaat van de vervolgopdracht aan de samensprekingscommissie. Maar het was voor hem nog geen uitgemaakte zaak dat RPF en GPV de weg op moesten van een „alternatief CDA in partijvorm”. Schutte erkende dat „gescheiden optrekken van GPV en RPF niet meer aan de orde is”. Maar terloops memoreerde de GPV-voorman dat zijn partij ook een lijstverbinding heeft met de SGP, „en ik heb niet gemerkt dat de SGP niet met ons verder wil”.

Belijdenis

In de zaterdag uitgegeven notitie staat dat beide partijen de belijdenis „politiek relevant” achten. Dat wil zeggen dat beide partijen erkennen dat het „inhoudelijk gebruik van de belijdenis wordt bepaald door de vragen die zich voordoen in de pohtieke praktijk. Hieruit mag niet worden geconcludeerd dat de hele belijdenis er niet toe doet of dat een beroep op de belijdenis wordt geminimaliseerd. Het gaat erom dat de belijdenis op een inhoudelijke manier functioneert, waarbij de politieke relevantie in hoge mate wordt bepaald door de politieke actualiteit”.

„De belijdenis moet niet overvraagd worden en mag evenmin dienen als “vlagvertoon”. Het gaat erom het geheel van de Bijbel en de belijdenis te raadplegen en te overwegen om te komen tot een evenwichtige standpuntbepaling. In de politieke partij is de belijdenis ook een geschikt hulpmiddel om geestesstromingen en ideologieën te beoordelen. In beide partijen is het beroep op de belijdenis aan de orde, al zal een deel van de RPF de sterke neiging hebben vooral vanuit de Bijbel zelf te argumenteren”. De commissie gaat nu verder studeren op het fortnuleren van een gemeenschappelijke grondslag.

Politieke overtuiging

De commissie constateert ook dat de beide partijen in politieke overtuiging naar elkaar zijn toegegroeid. Binnen het GPV lag het motief vooral op de cultuuropdracht, gericht op de eer van God. De RPF legde meer de nadruk op de publieke gerechtigheid en het vreemdelingschap en „heeft meer kritische aandacht voor de gebrokenheid en het onrecht”. Volgens de commissie sluiten beide oriëntaties elkaar niet uit.

Van Dijke constateerde op de persconferentie dat het tempo waarop GPV en RPF in de afgelopen jaren naar elkaar zijn toegegroeid, „in een stroomversnelling is gekomen”. Hij ziet „geweldige perspectieven voor de komende verkiezingen en daarna”. Hij en zijn partijvoorzitter Van den Berg streven nog steeds hun ideaal van één protestants-christelijke partij na.

Binding

Maar Cnossen was zaterdag aanzienlijk terughoudender. „Waar onze route eindigt, is niet omschreven. Het kan uitlopen op één partijorganisatie, maar u kunt ook denken aan een samenwerkingsmodel op kamerfractieniveau”. De GPV-partij voorzitter erkende impliciet dat, anders dan de RPF, zijn partij niet unaniem staat te juichen over het toekomstige samengaan van beide partijen. De vanouds bestaande binding tussen het GPV en de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) heeft in de GPV-achterban nog een vertrouwd karakter en levert haar „eigen barrières op”.

Wel werd zaterdag duidelijk dat Cnossen zich in zijn partij sterk zal maken voor het verder werken aan het samengaan. Maar de GPV-voorzitter wilde zich absoluut niet vastleggen op een einddatum voor het zelfstandig voortbestaan van zijn partij. In 1999 komt er een einde aan zijn termijn als voorzitter. Maar hij ziet zich niet als de laatste partijvoorzitter van een zelfstandig GPV. Beide partijen, RPF en GPV, zijn nu verloofd, maar er is nog geen huwelijksdatum vastgesteld.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Monday 17 November 1997

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Top RPF en GPV kondigen Verloving’ af

Bekijk de hele uitgave van Monday 17 November 1997

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken