Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het doosje brieven van grootvader

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het doosje brieven van grootvader

Archieven vormen belangrijke en kwetsbare schakel in het kerkelijk leven

13 minuten leestijd

Kerkelijke archieven leveren vaak een schat aan informatie op. Tenminste, wanneer de stukken voorhanden zijn. Dat is niet het geval bij de predikant wiens archief na zijn dood op een stuk land in vlammen opging. Hoe blijft het verleden op een verantwoorde wijze bewaard voor het nageslacht? Archivarissen uit verschillende kerkverbanden buigen zich over deze belangrijke en kwetsbare schakel in het kerkelijk leven.

Grootvader was scriba van de kerkenraad en voorzitter van het schoolbestuur. De plaatselijke kiesvereniging maakte ook graag gebruik van de kennis en ervaring van de heer Jansen, die veel aanzien genoot in de besloten dorpsgemeenschap. Tussen zijn werk door schreef Jansen notulen en brieven en 's avonds laat boog hij zich nog over de financiële administratie van de kerk. De stukken had hij allemaal thuis liggen. Vanzelf, anders zou hij al die taken er nooit bij kunnen hebben.

De heer Jansen laat bij zijn overlijden een compleet archief na met notulenboeken, brieven en kwitanties. De kinderen weten niet goed wat ze ermee moeten. "Brieven van opa" schrijven ze op de doos, waarin de hele papierwinkel zit. Niemand kijkt er meer naar om. Totdat een enthousiasteling de geschiedenis van kerk, school of partij wil beschrijven. Hij krijgt alle medewerking, maar... waar haalt hij zijn bronnen vandaan?

Natuurlijk hebben niet alle grootvaders de spullen thuis opgeborgen. In veel gevallen kreeg na hun aftreden de kerk de stukken netjes in beheer. Na verloop van tijd groeide het archief echter. De kast raakte vol. De koster wist wel raad. Op de oude, tochtige zolder of achter in de werkkast, waar de natte dweilen staan uit te wasemen, is nog wel plaats.

Cursus

Je loopt niet dagelijks tegen zulke voorbeelden aan, zegt F. Rozemond, archivaris van de Gereformeerde Kerken. Toch weten kerkenraden vaak niet welke stukken ze waar en hoe lang moeten bewaren.

Frans Rozemond interesseert zich al lange tijd voor kerkelijke archieven. Toen hij negentien jaar oud was, stelde zijn kerkenraad hem aan als beheerder van het archief. Sinds vijf jaar werkt hij in het dienstencentrum van de Gereformeerde Kerken in Nederland, dat gevestigd is in Leusden.

In samenwerking met de archiefdiensten van de Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) is in het afgelopen najaar een cursus gestart over het ordenen en beschrijven van kerkelijke archieven. De drie avonden zijn heel praktisch opgezet. Met behulp van een handleiding wordt een plaatselijk archief door de deelnemers bewerkt. De cursus voorziet in een behoefte; inmiddels zijn er zo'n 140 aanmeldingen binnen.

Tien vuilniszakken

De cursus sluit aan op een advies van de gereformeerde archiefdienst aan kerkenraden: Geef uw stukken in beheer van het gemeentearchief. Rozemond noemt verschillende redenen voor dit advies. "Het archief blijft in betere staat, omdat het gemeentearchief opslagruimtes heeft waar temperatuur en luchtvochtigheid constant zijn en ook is er voortdurend deskundig toezicht. In sommige kerken kan de schoonmaakster bij wijze van spreken zo de kerkenraadsnotulen inzien, omdat het beheer niet goed is geregeld. De derde, ook niet onbelangrijke reden is dat het beheer door een overheidsinstelling gratis is".

Dit gegeven is voor de landelijke archivarissen van de drie genoemde kerken een extra motief om de cursussen te geven. Een aantal jaar geleden kon het nog gebeuren dat een kerkenraad tien vuilniszakken met allerlei stukken aan de archivaris van de burgerlijke gemeente overhandigde. "Hier hebt u ons archief". "Hartelijk welkom", luidde het vriendelijke antwoord, "wat geweldig dat u uw archief bij ons in beheer geeft. Wij zullen het uitzoeken en een inventarislijst samenstellen". Zo werkt het tegenwoordig dus niet meer, weet Frans Rozemond uit ervaring. "Je moet een archief geschoond aanleveren en ook een overzicht van de inhoud opstellen. Om daarmee te helpen, is de cursus van drie avonden gestart".

Richtlijnen

Wat bewaar je wel en wat niet? Met deze vraag worstelt menige scriba. De richtlijnen voor kerkelijk archiefbeheer, die de Commissie tot registratie van protestantse kerkelijke archieven (CPA) in oktober vorig jaar uitgaf, geeft hiervoor een aantal aanwijzingen. Frans Rozemond leverde ook een bijdrage aan de uitgave. De plaatselijke kerkbode bijvoorbeeld, zegt hij, moet de kerkenraad zeker niet weggooien. "Daarin staan pastorale zaken die je niet in de notulen tegenkomt. Een landelijk kerkblad en ook acta van de generale synode hebben veel minder waarde voor een plaatselijke gemeente".

Het belangrijkste advies dat Rozemond over kerkelijke archieven geeft, luidt kort en bondig: Wees voorzichtig. "Als je een boek van iemand leent en je huis afbrandt, kun je een nieuw exemplaar kopen. Notulenboeken zijn echter uniek. Daarom stimuleert de archiefdienst dat ze uit kasten en zolders komen en op zijn minst in een kluis in de kerk en -wat stukken ouder dan twintig jaar betreft- nog liever in een gemeentelijk archief terechtkomen".

Computers

Over de staat van de archieven in het computertijdperk maakt de archivaris zich soms zorgen. "Grijze letters van de eerste generatie matrixprinters op kringloop-kettingpapier zijn over honderd jaar waarschijnlijk nauwelijks meer leesbaar. En hoe lang de magnetische velden van floppy's intact blijven, weet nog niemand. Kunnen we de gegevens die wij netjes met behulp van onze programma's invoeren over vijftig jaar nog inlezen in de generatie computers van dan? En hoe zit het met de ledenbestanden op de computer, waarover een aantal scriba's enthousiast is? Wat doen we met leden die vertrekken? Wip je ze uit het bestand, zodat het zoeken sneller gaat, maar waardoor je wezenlijke informatie weggooit? En als je notulen met behulp van de computer opstelt, bewaar dan in elk geval één ondertekend exemplaar. Dat voorkomt dat de volgende generatie kan rommelen in de kerkenraadsnotulen van het heden".

Geraamte

Niet alleen officiële documenten zoals acta en notulen zijn belangrijk voor de geschiedenis van een kerk. Om een compleet beeld te kunnen vormen, heb je een grote variatie aan bronnen nodig, zegt drs. J. N. Noorlandt. Jan Noorlandt is sinds de oprichting in februari 1992 in zijn vrije tijd beheerder van het documentatiecentrum van de Christelijke Gereformeerde Kerken te Veenendaal. Van het deputaatschap kerkelijke archieven is hij secretaris.

"Officiële documenten zorgen voor het geraamte van de geschiedenis. Je hebt ze nodig, maar tegelijkertijd mis je iets. Acta zijn gezeefd; er staat alleen informatie in die van belang is voor de besluitvorming. Om een kerk van binnenuit te beschrijven, zijn briefwisselingen bijvoorbeeld bijna net zo belangrijk en zeker niet minder boeiend".

Het documentatiecentrum in Veenendaal heeft in de afgelopen jaren talrijke archiefstukken ontvangen. Noorlandt noemt enkele voorbeelden en legt uit wat het belang ervan is. "Van de weduwe van ds. H. W. Eerland (1914-1994) kregen we een groot aantal uitgetypte lezingen. Nu was ds. Eerland misschien geen centrale figuur in ons kerkverband, maar toch vormen die lezingen voor ons een waardevol bezit. Een referaat draagt als titel: "Een Friese pastorie in oorlogstijd". Daarin vertelt ds. Eerland over zijn ambtsbediening in Dokkum van 1941 tot 1948. Als iemand ooit een studie wil maken van de kerk in oorlogstijd -een bijzonder boeiend onderwerp-, dan helpt zo'n lezing misschien wel meer dan de acta van de generale synode, die in oorlogstijd heel summier waren".

Gebruiksvoorwerpen

Op welke manier waren mensen in de jaren twintig betrokken bij de kerk? In onze tijd is dat een belangrijke vraag, vindt Noorlandt. "De geschiedenis wordt immers niet alleen geschreven door koningen en kerkleiders. Ook de gewone man heeft daarin een plaats. Om zijn band met de kerk te begrijpen, zijn gebruiksvoorwerpen heel nuttig. Als je in 1930 een willekeurige huiskamer van een gezin van de Christelijke Gereformeerde Kerken binnenliep, zag je op de schoorsteenmantel een zendingsbusje staan. "De Wekker" lag in de krantenbak, de zendingskalender en een scheurkalender hingen aan de muur en als er een radio was, stond deze standaard afgestemd op de NCRV. Ik zie in die busjes en scheurkalenders daarom meer dan een stukje nostalgie. Het geeft aan waar de mensen zich mee bezighielden. Eigenlijk betekent het verdwijnen van zulke voorwerpen dat de kerk een stapje terug moest doen uit de woonkamers van haar leden".

Scheurkalenders zijn overigens een probleem apart voor Noorlandt. "Ze zijn gemaakt om kapot te scheuren. Elke dag een blaadje. In de acta lees je soms discussies over de inhoud van de scheurkalender, die de synode zelf uitgaf. Maar je weet nauwelijks meer waarover ze praatten, want de kalenders zelf zijn weggegooid. Het verzamelen van die kalenders zie ik als een stukje archeologie. Je vindt soms losse blaadjes en ook heb ik vijftien schilden verzameld waar het blok op werd geplakt".

Geestelijke houding

Het is niet vanzelfsprekend dat dingen worden bewaard, is de ervaring van de beheerder van het documentatiecentrum. "En nu druk ik me wel heel voorzichtig uit. Soms leeft de gedachte dat het arrogant is om brieven of een persoonlijk dagboek te bewaren, zodat ze later breder toegankelijk zijn. Zo'n geestelijke houding neem ik serieus. Toch is de Bijbel open over het leven van kinderen Gods. Ook lees ik in de Schrift talrijke voorvallen die wij misschien liever verzwijgen, maar die toch tot iemands levensloop behoren".

Noorlandt moet in feite van de 'meevallers' leven. "Als je aan de weg timmert en regelmatig oproepen plaatst om oude spullen in te leveren, sta je soms voor verrassingen. Ik kreeg eens een telefoontje uit het noorden van het land. "We hebben hier een oude doos, die we willen weggooien. Er zitten wat brieven in, maar die gaan niet over onze eigen gemeente. Misschien hebt u er iets aan". Ik ging graag op het aanbod in. Toen ik de doos opende, schrok ik. Een deel van het oude archief van de classis Zwolle zat erin, met onder andere het classicale examen van ds. J. J. van der Schuit, de latere hoogleraar. Een telefoontje bewaarde een uiterst belangrijke doos voor vernietiging.

Mensen moeten gevoel krijgen voor kerkgeschiedenis. Anders gaat er te veel verloren. Ik pleit daarom bijvoorbeeld dat alle gemeenten in elk geval de krantenknipsels over hun eigen kerk bewaren. Dat kost nu weinig moeite, maar als je het niet doet, zoek je je over twintig jaar suf".

Oud papier

Ook de sectie Kerkelijke Archieven van de Gereformeerde Gemeenten wordt regelmatig geconfronteerd met het probleem van zoekgeraakte archiefstukken. Twee sprekende voorbeelden staan gegrift in het geheugen van J. Mastenbroek, secretaris van de sectie. "Een zeer punctuele ouderling, die bijna vijftig jaar in het ambt stond, had alles uitstekend geregeld, behalve een niet onbelangrijk deel van zijn nalatenschap: het archief. Toen ik enkele weken na zijn overlijden informeerde, kreeg ik een vriendelijk antwoord: "Dat is nu jammer, u bent net een paar dagen te laat. We hebben zijn hele archief meegegeven aan het oud papier voor de reformatorische school". Deze ouderling had bijzonder veel verslagen van classes en particuliere synoden, waarvan ons archief er nog altijd een aantal mist.

Toen een oude predikant overleed, hebben zijn kinderen al diens kerkelijke stukken in drie vuilniszakken gestopt en over het land uitgestort. Petroleum en een vuurtje legden een schat aan informatie in de as. Reden? Er zaten vertrouwelijke stukken tussen".

Witte vlekken

Na dit voorval heeft de sectie een aantal oudere predikanten en emeriti een brief geschreven met het dringende verzoek hun archief aan het kerkverband ter beschikking te stellen. "Op die manier proberen we de laatste witte vlekken op te vullen. Er zijn met name veel stukken uit de jaren dertig en veertig verloren gegaan, die misschien nooit meer boven water komen. Vooral als gemeenten worden opgeheven, is het archief heel kwetsbaar".

De sectie archieven krijgt met grote regelmaat vragen van scriba's. Om tot een zorgvuldig archiefbeheer te komen, heeft de sectie een brochure opgesteld, die over enkele maanden in een bijgewerkte versie aan alle scriba's wordt toegezonden. "We adviseren de archieven zelf te beheren en niet bij de overheid in bewaring te geven. Eigenlijk zien we dat als een signaal, dat je geen raad weet met je eigen archief", legt Mastenbroek uit. "Ook vinden we het beter de inzage volledig in eigen beheer te houden".

"We hameren er voortdurend op om notulenboeken niet thuis te bewaren. Dat risico is te groot. Maar wat gebeurt er? Er breekt brand uit in het kerkgebouw van Leiderdorp. Veel kerkelijke stukken gaan verloren, maar een diaken had een aantal notulenboeken thuis liggen. Natuurlijk verandert dit niets aan onze richtlijn, maar het tekent wel dat je altijd een zeker risico zult lopen. Na de brand hebben alle kerkenraden een brief ontvangen, waarin de sectie hen op het hart drukt de archieven in een brandwerende kluis te bewaren".

Heel kwalijk

Met de vertrouwelijkheid van kerkelijke stukken nemen sommige mensen het niet zo nauw, is de ervaring van Mastenbroek. Als bibliothecaris van de Theologische School der Gereformeerde Gemeenten krijgt hij regelmatig vertrouwelijke stukken uit particuliere handen. "Zo lijkt het wel alsof de stukken rond de afzetting van ds. H. Rijksen op grote schaal door het land hebben gecirculeerd. Dat is heel kwalijk. Wat eenmaal in particuliere handen is, krijg je er niet meer uit. Het kopieerapparaat is daar mede debet aan. Vroeger haalde niemand het in zijn hoofd om een vertrouwelijk stuk over te schrijven. Tegenwoordig is dat heel gemakkelijk: Joh, maak even een kopietje. Ik ga er zorgvuldig mee om hoor!"

Kan vertrouwelijke of pijnlijke informatie niet beter verdwijnen? Mastenbroek antwoordt ontkennend. "Ik weet van een scriba die dertig bladzijden uit een notulenboek scheurde toen de kerkenraad een slepende onenigheid bijlegde. Vergeven en vergeten, redeneerde de scriba. Zijn motieven waardeer ik, maar toch is het jammer wat hij deed. Over honderd jaar zijn de geruchten over de ruzie echt niet uit de wereld. Die gaan generatie op generatie mee, vaak heel verwrongen en soms tot schade voor het nageslacht. Dan is er geen enkel stuk meer waarin staat hoe de werkelijke toedracht was. In zo'n geval had de scriba beter die bladzijden voor 75 jaar in een verzegelde envelop kunnen stoppen".

Ds. J. W. Kersten

De vraag kan rijzen hoe open archiefstukken zijn. De secretaris van de sectie archieven noemt enkele voorwaarden voor publicatie. "Het moet Gods kerk dienen en Zijn eer niet aantasten. Verder moet openbaarmaking het nageslacht van de betrokken personen niet kwetsen. Ook moet de wereld geen stof krijgen om zich vrolijk te maken over pijnlijke situaties in de kerk".

Aan de hand van een concreet voorbeeld licht Mastenbroek deze richtlijnen toe. "Uit het archief van ds. J. van Haaren kwam een stuk tevoorschijn van diens zwager ds. J. W. Kersten. Deze schrijft in een persoonlijke brief aan ds. A. de Blois over zijn worstelingen met zijn roeping tot predikant. Zo'n brief vind ik geschikt voor publicatie. De jonge Kersten is vaak in een houtskooltekening neergezet. De bewuste brief zorgt voor een verrassende blik in zijn zielenleven. Ik leerde een bevindelijke J. W. Kersten kennen. Op zo'n moment denk ik: Ik wilde wel dat er in het verleden wat minder rigoureus was geschoond".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 januari 1998

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

Het doosje brieven van grootvader

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 januari 1998

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken