Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Tournemire

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Tournemire

4 minuten leestijd

"Hier is eindelijk het werk waarop door alle organisten al jarenlang is gewacht", schreef Bonnet, organist van de Parijse St. Eustache, in 1932. Zijn juichkreet betrof de verschijning van drie banden met orgelmuziek voor de rooms-katholieke eredienst, geschreven door Charles Tournemire (1870-1937), organist van de St. Clothilde in Parijs. Elke zondag verraste hij zijn kerkgangers op fantastische improvisaties. Improvisaties die niet, zoals bij zijn collega's Vierne en Dupré, waren gebaseerd op zelfgemaakte thema's, maar op hetgeen er die zondag tijdens de mis gezongen werd: psalmen en schriftgedeelten, op de eeuwenoude melodieën van de Katholieke Kerk: het gregoriaans. Op verzoek van Bonnet en andere bewonderaars zette Tournemire deze improvisaties op papier. Het resultaat van vier jaar hard werken mocht er zijn: tweehonderdvijfenvijftig stukken muziek, voor alle zon- en feestdagen van het jaar. Om te spelen als inleiding op zang tijdens de introïtus (binnenkomst priester), het offertorium (inzameling gaven), de elevatio (opheffen brood en wijn), de communie, en om te spelen aan het eind van de dienst: "L'Orgue Mystique", een meesterwerk.

Tournemires mystieke klanken zijn door de Purmerendse organist Tjeerd van der Ploeg op cd gezet. Al eerder maakte hij een cd met muziek voor zondagen rond Kerst. Thans is er ook een met muziek voor zondagen rond Pasen en voor zondagen in de herfst verschenen. Dankzij Van der Ploeg en het vierklaviers Mutin-orgel van de St. Pierre in Douai krijg je een prima indruk hoe Tournemire tijdens de eredienst moet hebben gespeeld: sfeervol en eigenzinnig. De "Préludes à l'introït" en "Elévations" zijn vaak zeer meditatief van karakter. De melodie van het gregoriaanse gezang, gespeeld met een zachte 8-voets fluit, wordt vaak door satijnzachte akkoorden begeleid. De "Offertoires" en "Communions" hebben meer het karakter van een voorspel en zitten doorgaans wat ingewikkelder in elkaar. Tournemire speelt er veelal met karakteristieke melodiefragmenten, die als een refrein in de compositie zijn verwerkt. Vaak zijn deze stukken heel beeldend: als er gezongen wordt over het welgebouwde Jeruzalem (Ps.122:3), zet Tournemire stevige akkoorden neer. Als het gaat over het offer dat Mozes in de tabernakel bracht (Lev. 8), wordt de melodie door dikke 'klankwolken' omhuld. Als uit Psalm 141:2 (over het avondoffer) gezongen wordt, kringelen de klanken als geurige wierook door de kerk.

Wie Tournemires muziek beluistert, staat vaak voor verrassingen. Soms zijn er exotische registraties en wonderlijke akkoorden te horen of schiet de melodie op het meest onverwachte moment van de ene naar een andere stem en weer terug. Met name in de "Postludes" voor na de dienst gaat het soms zeer grillg toe. Hier vliegen de gregoriaanse gezangen vaak in sneltreinvaart langs je oren. In de dienst voor Pasen laat Tournemire er maar liefst vier, waaronder het "Haec Dies" (Ps.118:24) en het "Te Deum", na en door elkaar klinken. Het zijn stukken die oplaaien als wilde vlammen; waar melodieën nu eens in dreunende pedaaltonen, dan weer met feestelijke guirlandes te horen zijn. Soms is het zacht als satijn, soms zo grillig als de gietijzeren ingang van een Parijs' metrostation. Zo speelde Tournemire. Eigenzinnig en onvoorspelbaar. Maar immer sfeervol en met toewijding. Zodat de zang -en daardoor de hele dienst- een dimensie extra kreeg; in een onverwacht, verrassend licht kwam te staan.

Het mooist is dat te horen in het "Alleluia" voor Psalm 150 uit de paasnacht. Tournemire pakt er niet uit met geweldige virtuositeit op een klaterend volle werk, maar begeleidt de melodie met zachte akkoorden, helder als kristal. Alsof er engelen in de hemel zingen. Aan het eind hoor je paasklokken luiden. Tournemire is een bron van inspiratie voor veel roomse organisten geweest. Voor Alain, Duruflé, Messiaen, Langlais, Peeters en Monnikendam was zijn muziek het uitgangspunt voor hun orgelspel tijdens de eredienst. Ik vraag me af of Tournemires muziek dat, zo af en toe, ook voor organisten van reformatorischen huize kan zijn. Het materiaal waarmee Tournemire werkte -psalmen, gezongen op melodieën in de kerktoonsoorten- verschilt immers niet veel van het onze. Voor degene die af en toe wel eens wat andere geluiden dan de gebruikelijke wil laten horen, is het wellicht de moeite waard om deze cd aan te schaffen. Wél is het dan zaak om ook de teksten en melodieën (uit het Graduale/Antifonarium) waarop Tournemire zijn muziek baseerde, te pakken zien te krijgen. Want als je ziet waar het over gaat, gaat de muziek extra spreken en geeft ze haar schoonheid dubbel prijs. Bijzonder aanbevolen.

N.a.v. "L'Orgue Mystique, vol. 2 en 3, Charles Tournemire". Tjeerd van der Ploeg, Mutin-organ St. Pierre Douai, France. VLC 03/0497.

J. Veerman

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 januari 1998

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

Tournemire

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 januari 1998

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken