Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een opsteker voor Nederland

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Een opsteker voor Nederland

Deens onderwijs is duur en van matige kwaliteit

4 minuten leestijd

Denemarken moet wat het basisonderwijs betreft een voorbeeld nemen aan Nederland. Kort gezegd: De leerlingen krijgen in Nederland meer waar voor minder geld.

Die boodschap ging afgelopen dagen als een schokgolf door de Deense publiciteit. De Denen zijn gewend te horen dat hun land het beter doet dan andere. Een analyse van het recente OESO-rapport over de kwaliteit van het onderwijs in Europa drijft Deense leerkrachten echter bedremmeld in de verdediging.

Links en rechts maken Deense politici zich op voor een flinke discussie met het ministerie van onderwijs en de vakbonden. De vergelijking met de Nederlandse situatie werd gemaakt door het gortdroge maar daardoor des te serieuzere weekblad voor managers en besluitvormers: "Mandag Morgen".

De OESO-cijfers liegen er niet om. Op het niveau van basisschool en onderbouw (dat laatste is te vergelijken met de eerste jaren van het voortgezet onderwijs in Nederland) liggen de kosten per leerling in Denemarken 66 procent hoger dan in Nederland. Per jaar moeten de Deense belastingbetalers daardoor ruim 4,2 miljard gulden meer neertellen.

Voor dat geld krijgt de Deense scholier niet meer, maar veel minder uren les. Bijvoorbeeld 500 uur minder rekenen/wiskunde in de leeftijdsgroep van 12 tot 14 jaar. Wat roepen de Deense leerkrachten echter? "Wij geven meer begeleiding en stellen andere prioriteiten".

Helaas voor hen, helpt die verdediging niet. Internationaal gezien scoren de Nederlandse veertienjarigen -in Denemarken zouden zij in de achtste klas van de basisschool zitten- qua vaardigheden het hoogst en de Deense het laagst.

Minder lesuren

Nog een paar cijfers. In Nederland is er één leraar voor iedere twintig leerlingen, in Denemarken is de verhouding een op tien. "Mandag Morgen" ontkent dat dit gegeven helemaal aan het verschil in gemiddelde klassengrootte kan worden toegeschreven. Dat verschil bestaat nog wel, maar is lang niet meer zo groot als voorheen.

Veeleer is de oorzaak dat de Deense leerkracht minder lesuren draait dan zijn Nederlandse collega: 644 per jaar tegen 1100. Niettemin werken beiden ongeveer 1700 uur per jaar, met dien verstande dat de Deense leerkracht veel meer tijd besteedt aan voorbereiding, vergaderen en toezichthouden.

Volgens "Mandag Morgen" verkeren de Deense basisschoolgebouwen in "fundamenteel slechte onderhoudstoestand". Verder is er een groot gebrek aan geschikt onderwijsmateriaal en is het personeel nauwelijks bereid zich te laten na- en bijscholen. Ook deze zaken kunnen dus geen reden zijn voor de hoge bijdrage van de Deense belastingbetaler aan het onderwijs.

De enige oorzaak is het hoge urenverbruik, overigens zonder dat die uren in Denemarken wezenlijk beter worden betaald dan in Nederland. De oplossing moet dus worden gezocht in een drastische aanpak van het arbeidsvoorwaardenpakket in het Deense onderwijs, zo vinden de schrijvers van het artikel in "Mandag Morgen". Bijvoorbeeld meer lesuren per leraar.

Onderhandelen

"Stapelgek", zo typeert een onderwijsspecialist in het Deense parlement de in zijn land geldende arbeidsvoorwaarden. Die komen erop neer dat een leraar voor elk lesuur een betaald voorbereidingsuur mag uittrekken.

Ook de Deense minister van onderwijs, de D66-achtige politicus Ole Vig Jensen, onderschrijft de conclusies van "Mandag Morgen". Uiteraard doet zij dat in iets minder scherpe bewoordingen dan het parlementslid. "De leraren zijn ongelooflijk goed in het onderhandelen over hun salaris en hun arbeidsvoorwaarden. Dat heeft hun buitengewoon redelijke omstandighede n opgeleverd", zo geeft zij toe.

Hoewel het geen positieve invloed heeft op het niveau van het onderwijs, klampen Deense leerkrachten zich vast aan het feit dat zij de leerlingen meer individuele aandacht geven dan hun Nederlandse collega's. Feit is inderdaad dat het Deense onderwijs volgens buitenlandse, ook Nederlandse, waarnemers een compliment verdient voor de persoonlijke begeleiding van met name zwakke leerlingen.

Twijfel

De voorzitter van de onderwijsbond Danmarks Laererforening, Anni Herfort Andersen, betwijfelt of de resultaten van het Deense en het Nederlandse onderwijs zo zeer verschillen als "Mandag Morgen" stelt. De vraag blijft over waarom het weekblad juist de vergelijking met Nederland heeft gemaakt. De schrijvers van het verhaal geven zelf het antwoord. "De vergelijking is relevant omdat zowel Nederland als Denemarken behoort tot de kleine en zeer open markteconomieën in de Europese Unie, met een hoog bruto nationaal product per inwoner".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 1998

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Een opsteker voor Nederland

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 1998

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken