Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

"Liegen, altijd maar liegen"

Bolkestein roept oud-communistische intellectuelen ter verantwoording

7 minuten leestijd

Hoe is het toch mogelijk dat mensen wel horen maar niet luisteren, wel waarnemen maar niet kijken? Dat zij in de ban van een waan raken, een onmenselijke ideologie gaan aanhangen en goedpraten, en daarover geen enkele rekenschap hoeven af te leggen? VVD-leider Bolkestein begrijpt er nog steeds niets van, maar hij krijgt wat hij wil: een publiek debat over de vraag waarom oud-communisten maar zo zelden verantwoording van hun misstappen hebben afgelegd.

In het Amsterdamse Paradiso had gisteravond de presentatie van Bolkesteins nieuwste boek plaats. In "Onverwerkt verleden" worstelt Bolkestein met zijn "obsessie voor het communisme". Met Elsbeth Etty (oud-redacteur van De Waarheid en nu medewerkster van NRC Handelsblad) en de Amsterdamse docent en ex-communist Meindert Fennema, ging Bolkestein gisteren een eerste debat aan onder leiding van hoogleraar M. Brands. Die kon Bolkestein ook niet helpen. "Wat kun je doen om te voorkomen dat mensen in een waan raken? Onderwijs helpt kennelijk niet", stelde Brands mistroostig vast.

Al ver voor verschijnen heeft het nieuwste boek van Bolkestein veel stof doen opwaaien. Bolkestein, die niet gewoon is zichzelf enige vorm van censuur op te leggen, kondigde het boek half november al aan in een interview met Het Parool. D66-staatssecretaris Tommel van volkshuisvesting noemde hij toen een "politieke onbenul". Tommel was immers vice-voorzitter van de Vriendschapvereniging Nederland-DDR geweest en had zich in die functie niet kritisch genoeg tegenover het communistische regime van Honecker en zijn kornuiten opgesteld.

Papa's oorlog

Zoals gebruikelijk wanneer Bolkestein met een geruchtmakende uitspraak de aandacht op zich vestigt, viel ook nu de Binnenhof-bevolking verontwaardigd over de VVD-leider heen. D66-leider Borst noemde haar voormalige schoolkameraad "de McCarthy van de Nederlandse politiek". Zij verwees daarmee naar de omstreden en rabiaat anticommunistische Amerikaanse senator uit de jaren vijftig. Haar partijgenoot Th. de Graaf, voorzitter van de Tweede-Kamerfractie, sprak smalend van "papa's oorlog".

Bolkestein beklaagde zich er destijds over dat de Nederlandse maatschappij zo'n "zwakstroomsamenleving" is: "Overal slaan de stoppen door als iemand een totaal normale opmerking maakt". Aan excuses of nuanceringen had hij dan ook geen behoefte. Er moest nu maar eens een "volwassen debat" komen, want die discussie over Nederlands "selectieve gevoel van rechtvaardigheid" was ten onrechte nog nooit gevoerd.

Met de opzienbarende beschuldiging aan het adres van de naïeve, chocomel-drinkende Tommel wilde Bolkestein een discussie aanzwengelen over een kwestie die hem al langer dwarszit: Waarom hebben ex-NSB'ers diep door het stof moeten kruipen in boetedoening over hun schaamtevolle verleden, terwijl tal van intellectuelen die jarenlang hun sympathie voor het communisme en voor communistische dictaturen hebben beleden, na 1989 vrijuit zijn gegaan?

Waarom, zo vraagt Bolkestein zich af, hebben deze intellectuelen, "die zich door een onmenselijk regime in de luren hebben laten leggen", nooit rekenschap hoeven af te leggen? Zij wisten van de onbeschrijflijke ellende die in naam van de moordzuchtige communistische ideologie in het voormalige Oostblok, in Cuba en in China is en wordt aangericht.

Ze hadden dat in ieder geval kunnen en moeten weten. En toch hebben zij zo'n regime in Nederland verdedigd en gepropageerd. Bolkestein roept die intellectuelen nu alsnog ter verantwoording in een uitvoerig boek, dat gisteravond werd gepresenteerd en tegelijk voorwerp van discussie was.

Excuses

Het boek, kan men zeggen, toont Bolkestein op zijn best, namelijk als een in de politiek verdwaalde intellectueel, die niet uit is op de macht maar wil kunnen zeggen wat hij denkt. En dat dan ook doet.

Zonder meer groots is het eerste hoofdstuk van het boek, een open brief aan oud-CPN'er en voormalig hoofdredacteur van De Waarheid Gijs Schreuders.

Ruim twee jaar geleden uitte Bolkestein al eens de beschuldiging dat tal van ex-communisten "weer volop aan de bak" waren gekomen, "alsof er niets is gebeurd". Als voorbeeld noemde hij toen Schreuders. Maar die had juist wel verantwoording afgelegd in het boek "De man die faalde" uit 1992, waarin hij met zijn communistische verleden afrekende.

Het liegen en bedriegen en de omgangsvormen der kameraden brachten Schreuders tot de uitroep: "Ik ben een lamentabele bedrieger geworden". Bolkestein had Schreuders boek echter niet gelezen en hem dus ten onrechte beschuldigd. In zijn inleiding biedt Bolkestein Schreuders zijn excuses aan.

En ook verder stelt het boek niet teleur. Het is geen zwak onderbouwd schotschrift geworden, geen politiek pamflet om kort voor de verkiezingen opnieuw een hit te scoren. Integendeel, het is een deskundig en gedegen boek met doorwrochte artikelen en interviews. Sommige zijn overigens al oud, zoals de discussies met de Pool Stefan Olszowski en de Tsjech Jiri Pelikan. Bolkestein ontmoette beide heren in 1956 in Praag, toen hij daar als waarnemer van de Amsterdamse studentenvereniging ASVA een congres van de internationale unie van studenten (IUS) bijwoonde.

Afkeer

In al deze stukken klinken Bolkesteins diepgewortelde bezwaren tegen het communisme door. Welke zijn dat? Die vraag laat zich wellicht het beste beantwoorden met een verwijzing naar de naam van een Nederlandse politica die door Bolkestein niet wordt gespaard, die van Ina Brouwer.

Brouwer (1950) was van 1982 tot 1986 voorzitter van de CPN-fractie in de Tweede Kamer. In 1994 trad ze nog op als lijsttrekker van GroenLinks. Nu leidt ze op het ministerie van sociale zaken de strijd voor vrouwenemancipatie. Bolkestein toont in zijn boek aan dat deze dame, samen met partijvoorzitster Elli Izeboud, alles in het werk heeft gesteld om het feit dat de Russische 'bevrijders' tegen het einde van de oorlog zich aan de vrouwen van Ravensbrück vergrepen, "de grond in te stampen".

Hier raken we aan de kern van Bolkesteins afkeer van het communisme. "Ik heb het communisme intens verafschuwd. Niet alleen om de gruwelijke slavenkampen, de verwoesting van de omgeving en de ruïnering van de economie - maar ook, en misschien wel vooral, om de corruptie van de menselijk verhoudingen".

Bolkestein bedoelt het liegen en bedriegen. "Liegen, altijd maar liegen", zo vat bisschop Laszlo Tökes in dit boek de essentie van het communisme samen. Vooral het "endemische antisemitisme" in communistische samenlevingen is stelselmatig verzwegen, stelt Bolkestein vast.

Warhoofdigheid

Bolkestein vindt veel vertegenwoordigers van de "zogenaamde kritische generatie van 1968 buitengewoon onkritisch". Als voorbeeld noemt hij de schrijver Harry Mulisch, die qua warhoofdigheid slechts door minister Van Mierlo van buitenlandse zaken wordt benaderd. Van Mulisch is bekend dat hij zich in 1967 als leider van een Nederlandse delegatie van intellectuelen naar Fidel Castro's Cuba volledig heeft laten inpakken. Zo mooi was het tropische eiland, zo lekker het eten en zo heerlijk het weer, dat Mulisch in het boekje "Het woord bij de daad" (1968) noteerde dat de slangen op Cuba niet giftig waren, de krokodillen klein en de bomen altijd groen.

Mulisch heeft geen spijt van zijn verheerlijking van het communistische regime. "Kijk, je bent solidair of niet. Ik ben geen spijtoptant. Renegaat zijn laat ik graag aan anderen over, daar leen ik mij niet voor".

Een van de weinigen die tot zelfkritiek in staat waren, was de componist P eter Schat. Mulisch maakte hem direct uit voor "een verrader, rechtser dan een VVD-generaal". Na de val van de Muur hebben enkele anderen Schats voorbeeld gevolgd. In het boek "Alles moet anders" (1991) hebben onder anderen Andrée van Es en Oost-Europa-deskundige Erik van Ree de ondergang van hun idealisme beschreven.

Onheil

Bolkestein kan niet anders dan concluderen dat de macht van een idee over de mens zo sterk kan zijn, dat hij bereid is elke misdaad te vergoelijken, "mits die wordt gepleegd in naam van de juiste theorie". Als de werkelijkheid niet voldoet aan de theorie, wordt er gelogen om althans de illusie in stand te houden.

Oud-hoogleraar geschiedenis prof. dr. A. Th. van Deursen heeft zich ook in de discussie gemengd. In een column stelde hij onlangs vast dat "schade op grote schaal" veelal wordt aangericht "door mensen die juist met de beste bedoelingen zijn vervuld. Zij willen uitvoering geven aan een idee, dat er prachtig uitziet als je het van de zonzijde bekijkt. Wordt het idee werkelijkheid, dan merk je pas dat het ook nog een schaduwzijde heeft".

"Mensen die zo in elkaar zitten, zijn vaak werkzaam in de politiek. Krijgen ze hun kans, dan kunnen ze groot onheil aanrichten. Ze gaan hardnekkig door, ook als hun idee eigenlijk alleen maar schaduwzijden blijkt te bezitten. Ze handelen niet moreel verkeerd. Ze hebben alleen weinig zicht op de werkelijkheid". Zij die aldus het goede op de grondslag van het kwade bouwen, kunnen "de beste bedoelingen hebben. Maar meer goeds zou ik er niet van willen zeggen".

Mede n.a.v. "Onverwerkt verleden", door Frits Bolkestein; uitgeverij Prometheus, Amsterdam; 280 blz.; ISBN 90 5333 606; 34,90.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 13 januari 1998

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 13 januari 1998

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken