Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Graven voor zeldzaam drijvend trilveen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Graven voor zeldzaam drijvend trilveen

Staatsbosbeheer stimuleert in Stadsgaten van Hasselt vorming unieke blauwgraslanden

6 minuten leestijd

De grillige winterse buien hebben gewacht tot wij ergens langs de Hasselterdijk staan. Dan kletteren de hagelkorrels om ons heen. De temperatuur doet niet aan het voorjaar denken. Het met bruine pluimen getooide, maandenlang tot okergeel verbleekte riet langs de oevers van de IJssel herinnert nog aan de winter. Uitbundig bloeiende narcissen bij een tegen de dijk aan leunend huisje, bungelende katjes van els en hazelaar en een overvliegende koppel kieviten zijn echter al lenteboden.

De omgeving van de IJssel tussen Zwolle en Hasselt is bijzonder boeiend en gevarieerd. Het water wordt door de maartse bui bijna zwart van kleur. Daartegen steekt het bruiloftspak van een fuut fraai af. Parmantig draait hij z'n gekuifde kop naar alle kanten, alsof hij zich wil laten bewonderen. Geregeld duikt hij met een sierlijke beweging onder en komt enkele meters verder weer boven water. Kuifeendjes weerspiegelen met hun witte flanken opvallend in het donkere water. Direct onder de wal zwemt een bruine dreumes met een grijzige hals en buik: een dodaarsje, onze kleinste fuut. Hij duikt ook herhaaldelijk met een grappig sprongetje onder en floept als een bal weer boven water. De stevige wind waait een koppel staartmezen naar een elzenwal, waar deze langstaarten blijkbaar genoeg voedsel vinden in de overjarige zaadproppen.

We volgen de smalle dijk naar Hasselt. Oostelijk van dat Hanzestadje liggen de Stadsgaten, een zompig gebied, aan weerszijden van de Dedemsvaart. Het zijn stroken moerasbos van elzen, wilgen, berken, riet en struikgewas die het weidegebied dat zich noordelijk en zuidelijk ervan uitstrekt, begrenzen. Dit bijzondere landschap is in de zeventiende en achttiende eeuw ontstaan door de winning van turf. De petgaten die daardoor ontstonden, zijn sinds die tijd dichtgegroeid en ten slotte vervormd tot hooiland en moerasbos. In deze omgeving startte Staatsbosbeheer vorig jaar een natuurontwikkelingsproject, om het landschap de vroegere rijkdom en schoonheid terug te geven. Tussen de Rechterensweg en de Holtrustweg wordt de vruchtbare bovengrond afgegraven om daardoor de ontwikkeling van de beroemde blauwgraslanden te stimuleren.

Onbemest hooiland

Blauwgraslanden gedijen op onbemest hooiland, zoals dat vroeger op veel plaatsen op vochtige, arme veengrond voorkwam. Het groeide ook op veenachtige zandgrond en soms op klei. Honderd jaar geleden waren deze natte, schrale hooilanden in Nederland vrij algemeen en behoorden ze tot het algemene landschapstype. Ze werden niet bemest, want de betrekkelijk kleine hoeveelheid stalmest die het boerenbedrijf opleverde, werd voornamelijk op de akkerpercelen gebruikt. Die lage, drassige graslanden werden ook nooit beweid, maar waren uitsluitend bestemd voor het winnen van hooi. Ze lagen vaak verspreid en soms ver bij de boerderij vandaan. Daarnaast hadden de boeren weilanden met goed gras, die alleen werden begraasd en zo dicht mogelijk bij de bebouwing lagen.

De voornaamste begroeiing van de blauwgraslanden bestaat uit grassen en zeggen, die een enigszins blauwgroene kleur hebben, waardoor die naam ontstond. Verder groeien er karakteristieke planten, zoals orchideeën, dophei, klokjesgentiaan, tormentil, tandjesgras, pijpestro tje en nog veel meer. De soortenrijkdom is plaatselijk verschillend. In de herfst en in de winter staat op die plaatsen het grondwater vaak tot boven het maaiveld. Er wordt slechts eenmaal per jaar, in juli of augustus, gemaaid, want op die arme grond is de vegetatie daarvoor niet eerder geschikt.

Rijke natuur

Door de variatie in de flora is ook de insectenfauna van blauwgraslanden zeer rijk. In een overigens verre toekomst zullen blauwtjes, zandoogjes en andere dagvlinders dat terrein ontdekken. Het biotoop zal dan tevens ideaal zijn voor enkele soorten vogels die steeds zeldzamer worden, zoals de kwartel, de kwartelkoning en de kemphaan. Door het late maaien en doordat er geen vee graast, is het blauwgrasland ook bijzonder geschikt als broedterrein voor typische weidevogels, zoals gele kwikstaart, tureluur, kemphaan, grutto en watersnip.

Er zijn in de omgeving van het nieuwe project vergelijkbare terreinen waar al veel zeldzame planten, zoals parnassia, blauwe zegge en blauwe knoop voorkomen. Eens waren er in ons land vele duizenden hectaren van dit unieke grasland. Het was voor de boeren niet zulk best land. Door ontwatering en de toepassing van kunstmest veranderden die rijke natuurgebieden in productieve weidegebieden en prachtige hooilanden, waarin alleen cultuurgras groeide, dat het meeste opbrengt. De in het verleden snel verdwijnende blauwgraslanden namen echter de unieke flora en fauna mee.

Kwelwater

Staatsbosbeheer heeft bewust voor die locatie bij de Stadsgaten gekozen, omdat daar in de ondergrond zandpakketten zijn, die ervoor zullen zorgen dat er kwelwater in het straks afgegraven maaiveld terechtkomt. Voor het ontwikkelen en voor het instandhouden van de nieuw te vormen blauwgraslanden is het schone kwelwater onmisbaar. Het is zuiver grondwater, dat door ondergrondse stroming van elders wordt aangevoerd.

Langs de Afschuttingsweg is een proefgebied laagveenmoeras gepland. Daar wordt het maaiveld tot op een diepte van respectievelijk 25, 35 en 45 centimeter afgegraven. De ontwikkeling van het zich daar vormende blauwgrasland zal nauwkeurig worden gevolgd. De waterstand mag niet te laag zijn, want dan verdroogt de vegetatie. Het terrein mag ook niet te nat zijn, want dan kan er niet worden gemaaid - en dat is noodzakelijk om de bodem schraal te houden. Laagveenmoeras is het oorspronkelijke landschap van de lage landen in het Westen. In het grijze verleden overstroomde daar het deltagebied herhaaldelijk. Het veen werd weggespoeld en groeide weer aan. Er kwam daarna een rustiger tijd, waarin de bodem door inklinking daalde. Toen zette de veenvorming goed door, tot aan het begin van de historische tijd. Daarna kwam de veengroei tot stilstand, doordat de mens die gebieden ging vervenen voor turfwinning. Er ontstonden kleine en soms zeer grote plassen, afgewisseld door moerasbossen en rietwildernissen, het in die tijd karakteristieke Nederlandse landschap.

Trilveen

In de omgeving van de Zwartewaterkloosterweg wil Staatsbosbeheer weer zogenaamde "petgaten", graven met een diepte van ongeveer twee meter. De oevers daarvan worden afgewerkt met verschillende schuine taluds. Doordat de petgaten langs de aanwezige rietpercelen zullen worden gegraven en door het weghalen van de modder uit de ondergrond, verwacht men dat er daar trilvenen zullen ontstaan. Die groeien spontaan door een bepaalde vorm van verlanding. Dat is een proces van zeer lange duur. In een veenplas groeit in de loop van vele jaren als het ware een net van plantenwortels, waaronder zich een dikke laag modder bevindt. Die drijvende plantenmassa beweegt onder de voeten, waaraan ze de naam trilveen te danken heeft.

Betreding ervan is echter gevaarlijk en voor de unieke plantengroei funest. Die bestaat uit verschillende soorten en een sterke mosvegetatie, waarin vaak enkele speciale orchideeën en andere zeldzame moerasplanten voorkomen. Er worden soms meer dan zeventig verschillende plantensoorten op een klein trilveen aangetroffen. Zo'n drijvende plantengemeenschap ontstaat spontaan, maar vereist ingrijpen door de mens om in stand te blijven. Als er niet geregeld wordt gemaaid, verandert zo'n terrein onherroepelijk in moerasbos, waarin de soortenrijkdom van flora en fauna veel armer is.

Op deze grimmige maartdag kijken we over het weiland naar Hasselt. Een eenzame wulp laat z'n hobo klinken. Drie buizerden draaien hun bruiloftsbalts boven de nieuwe woonwijk. Het vraagt veel inlevingsvermogen om in het modderige proefgebied voor onze voeten blauwgraslanden, begroeide petgaten en zeldzame trilvenen te zien. Hoe ver zullen de woonwijken zijn opgerukt als het proefgebied het oorspronkelijke beeld zal vertonen?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 maart 1998

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

Graven voor zeldzaam drijvend trilveen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 maart 1998

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken