Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

In de verdachtenbank

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

In de verdachtenbank

Kleine christelijke partijen zagen de bui acht jaar geleden al hangen

8 minuten leestijd

Het komende strafproces tegen RPF-kamerlid Van Dijke is voer voor juristen. Kwam hij met zijn uitspraken over homoseksuelen nu wel of niet in aanvaring met het strafrecht? De meningen zijn verdeeld. Dat er belangrijke rechtspraak op handen lijkt, is wel duidelijk.

De woordvoerders van de kleine christelijke fracties zagen de bui in 1990 al hangen. Aan de orde was een aantal wijzigingen van het Wetboek van Strafrecht. De bedoeling was openbare belediging van bevolkingsgroepen wegens ras, godsdienst, of seksuele gerichtheid strafbaar te stellen.

Verontrust wierpen met name Van den Berg (SGP) en Leerling (RPF) de vraag op of de vrijheid van godsdienst niet al te zeer in het gedrang zou komen. Zouden kerken bijvoorbeeld nog hun afkeuring mogen uitspreken over de homoseksuele leefwijze?

De toenmalige minister van justitie, Hirsch Ballin, probeerde hen gerust te stellen door erop te wijzen dat kerken niet willen discrimineren. Wel gaf hij toe dat de wetswijziging een zekere beperking van de godsdienstvrijheid betekende.

Het antwoord was voor GPV'er Schutte reden om alsnog tegen te stemmen. In eerste instantie zag hij minder bezwaren dan Van den Berg en Leerling, maar uiteindelijk kantte ook hij zich tegen de wetswijziging. Het verzet van de drie kleine christelijke partijen mocht overigens niet baten. Een overgrote meerderheid van Eerste en Tweede Kamer ging met het voorstel akkoord.

De wetswijziging was een uitvloeisel van de "Roze nota", die door een ambtelijke werkgroep in 1981 was uitgebracht. Ook de Algemene wet gelijke behandeling (awgb) was door diezelfde werkgroep voorbereid.

Zaak-Goeree

Minister Hirsch Ballin mocht dan gelijk hebben met zijn verweer dat kerken in het algemeen niet de bedoeling zullen hebben te beledigen, de rechter heeft daar in zekere zin geen boodschap aan. In zijn arrest in de zaak-Goeree heeft de Hoge Raad in 1988 in dat verband een belangwekkende uitspraak gedaan.

Het evangelistenechtpaar Lucas en Jenny Goeree had folders verspreid waarin het stelde dat de joden alles wat hun in de loop der geschiedenis was overkomen, over zichzelf hadden uitgeroepen. Daarbij verwees het echtpaar naar de uitroep ,,Zijn bloed kome over ons en onze kinderen".

In het strafproces dat tegen hen werd aangespannen, beriepen de Goerees zich op de vrijheid van godsdienst. Wat zij geschreven hadden, was naar hun mening niets anders dan de weergave van bepaalde noties uit de Bijbel. Daarbij hadden zij in de verste verte niet de bedoeling gehad joden te kwetsen.

De Hoge Raad verwierp dat verweer. De bedoelingen van de Goerees waren volgens het hoogste rechtscollege niet bepalend voor de vraag of hun uitlatingen kwetsend waren. Het ging om de uitlatingen zelf. Die vond de rechter beledigend en om die reden volgde een veroordeling.

Bijbel

Staatsrechtgeleerde prof. dr. P. J. Boon van de Open Universiteit in Heerlen voorziet dat de rechter in de zaak-Van Dijke eenzelfde redenering zal volgen. ,,Van Dijke zal zich ongetwijfeld beroepen op de vrijheid van godsdienst en van meningsuiting, maar die vrijheden zijn niet onbeperkt. Een van die beperkingen is het discriminatieverbod artikel 137 van het Wetboek van Strafrecht".

Een hoogleraar die niet met naam en toenaam genoemd wil worden, zegt: Als Van Dijke letterlijk de Bijbel zou hebben geciteerd, had zijn beroep op de vrijheid van godsdienst meer kans gemaakt.

Boon: Die mening deel ik niet. Of Van Dijke nu wel of niet de Bijbel heeft geciteerd, doet niet terzake. Dezelfde discussie speelt op het gebied van kunst. Iemand had een dollarbiljet nageschilderd, wat op zich verboden is, en beriep zich toen op zijn artistieke vrijheid. Dat is flauwekul. Zou zo'n beroep mogelijk zijn, dan zou de rechter moeten gaan uitmaken of het wel of geen kunst is. Daar moet je niet aan denken.

Of neem de sekte die kinderen misbruikte onder het mom van godsdienstige rituelen. Die kan zich ook niet op de vrijheid van godsdienst beroepen. Door er een godsdienstig cachet aan te geven, kun je niet aan de werking van de strafwet ontkomen. Nu zeg ik niet dat Van Dijke dat doet, maar de parallel is dat godsdienstige opvattingen niet gevrijwaard zijn van strafvervolging".

De vrijheid van godsdienst wordt er volgens u dus ten onrechte bij gehaald?

,,Inderdaad".

U brengt ook niet in rekening dat Van Dijke op geen enkele manier homo's heeft willen kwetsen en zelfs excuses heeft aangeboden?

Boon: ,,Het strafrecht kent de term "voorwaardelijke opzet". Stel dat je iemand wilt vergiftigen en hem een vergiftigde taart stuurt op zijn verjaardag. Nu eet daar iemand anders van en die overlijdt daardoor. Dan kun je wel zeggen: Het was niet mijn bedoeling om die persoon te treffen, maar je hebt toch wel een groot risico genomen. Op eenzelfde wijze geldt voor Van Dijke dat hij niet de bedoeling zal hebben gehad om te kwetsen, maar door deze uitspraken in de mond te nemen, nam hij het risico dat anderen zich gekwetst voelden".

De vraag rijst dan: Wat kunnen christenen die homoseksualiteit afwijzen nog wel en wat niet zeggen?

Boon: ,,Ik kan hun alleen maar aanraden om beter op hun woorden te letten".

,,Hard"

Ook prof. mr. G. E. Mulder uit Nijmegen hikt als strafrechtgeleerde (in ruste) tegen de uitlatingen van Van Dijke aan. Hij schreef destijds de annotaties (kanttekeningen) bij de uitspraak van de Hoge Raad in de zaak-Goeree voor het Nederlands Juristenblad en weet als geen ander hoe glad het discriminatie-ijs is.

,,Ik heb de toelichting van Van Dijke gelezen in het dagblad Trouw en daaruit valt op te maken dat hij homoseksuele praktijken met zoveel woorden gelijk stelt aan diefstal. Dat komt tamelijk hard over, hoe je ook over homoseksualiteit denkt. In de beleving van de meeste mensen kun je een homoseksueel niet gelijkstellen met een dief. Ik aarzel of Van Dijke toch niet zijn boekje te buiten is gegaan. Als jurist heb ik moeite met die gelijkstelling van Van Dijke. Als ik mezelf ik bedwang had, zou ik zo'n vergelijking niet maken. Ik ben benieuwd wat de rechter ervan maakt. De zaak hoort thuis bij de Hoge Raad. Dat is duidelijk. Daarvoor is ze te belangrijk".

Als hij gezegd had: ,,Op grond van de Bijbel keur ik diefstal af en op grond van de Bijbel keur ik homoseksualiteit af, dat staat voor mij op één lijn"; dan had hij vrijwel hetzelfde gezegd. Maakt dat in juridisch opzicht verschil?

Mulder: ,,Dat komt toch anders over. Het moet mogelijk zijn om te zeggen: ,,Ik ben fel tegen homoseksuele praktijken". Dat is het uiten van een mening, waarvoor men de vrijheid moet krijgen. Die vrijheid zal de rechter naar mijn inschatting intact laten. Maar het blijft een moeilijke zaak, waarvan de uitkomst onmogelijk te voorspellen is".

U schreef als kanttekening bij de uitspraak in de zaak-Goeree, vrij vertaald: ,,Wat de joden is overkomen, is heel uitzonderlijk en dat maakt de zaak-Goeree bijzonder". Wat betekent dat voor de zaak-Van Dijke?

Mulder: ,,Dat de rechter moet uitmaken of homoseksuelen als groep ook een uitzonderlijke positie innemen".

,,Wondermiddel"

,,Van Dijke heeft niets anders dan de Bijbel nagesproken", zegt de Arnhemse advocaat mr. W. J. E. Hendriks. Hij stond het RPF-kamerlid Van Dijke bij tijdens de voorgaande procedure voor het gerechtshof, zo blijkt uit de stukken. Uitkomst van die procedure was dat Van Dijke volgens het hof vervolgd diende te worden. Hendriks vindt dat de zogenaamde voorwaardelijke opzet, ,,het wondermiddel dat in de rechtspraak is ontwikkeld om tot een veroordeling te kunnen komen", hier niet opgaat.

,,Van Dijke heeft slechts een aantal zonden genoemd zoals die in de Bijbel genoemd worden en die naast elkaar gezet. Daarbij heeft hij aangegeven dat kerken de ene zonde ten onrechte kwalijker vinden dan de andere".

Dat is toch geen discrimineren? Het zou erg misplaatst zijn als Van Dijke met de Goerees vergeleken zou worden. Enerzijds omdat deze mensen niet te stoppen waren. Maar anderzijds kan de vergelijking ook in juridische zin niet opgaan. De Goerees, en daar is de jurisprudentie helaas tot heden op gebaseerd, stelden zaken die niet in de Bijbel waren opgenomen. Zij legden zaken naar eigen inzichten in de Bijbel. Dat deed Van Dijke niet. Hij legde aan de hand van een tekst uit wat er misgegaan is in de christelijke kerken".

De twee klagers die aandrongen op Van Dijkes vervolging lijken volgens Hendriks nu bloed te willen zien. ,,Door de excuses die Van Dijke maakte, hadden de klagers de rechter toch niet meer nodig? Wat de rechter door een eventuele straf wenst te bereiken, is toch reeds geheel bereikt?"

,,Als ik dan bepaalde ontwikkelingen in de samenleving zie, dan vrees ik een toepassing die misschien de minister niet voor ogen stond, maar die wel heel bedreigend is. We moeten de geesten onderkennen die zich richten tegen degenen die willen leven naar Gods Woord en daarvoor uitkomen. Vandaar mijn vrees dat dit wetsvoorstel wel eens tot gevolg zou kunnen hebben dat men door het uitdragen van ethische opvattingen voor de strafrechter moet komen en dat men op die wijze gecriminaliseerd wordt".

SGP-kamerlid mr. dr. J. T. van den Berg in het Reformatorisch Dagblad van 7 juli 1990 naar aanleiding van de aanvaarding van de discriminatieartikelen in het Wetboek van Strafrecht door de Tweede Kamer.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 28 maart 1998

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

In de verdachtenbank

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 28 maart 1998

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

PDF Bekijken