Bekijk het origineel

Het expressieve effect van de synthesizer

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Het expressieve effect van de synthesizer

In Maurik krijgt elektronica zelfstandige functie als supplement van het pijporgel

7 minuten leestijd

Het pijporgel en de elektronische synthesizer hebben van alles met elkaar te maken, is de overtuiging van Willem Tanke, docent hoofdvak orgel aan het Utrechtse Conservatorium en expert op het gebied van moderne orgelmuziek. "Met zijn registers en de programmeerbare klankcombinaties is het klassieke pijporgel als het ware de voorvader van de synthesizer". Deze opzienbarende mening kreeg vorige week handen en voeten in de rooms-katholieke kerk van het Betuwse Maurik bij het inwijdingsconcert van het eerste Nederlandse pijporgel met midi-synthesizer. Een voorproefje van de orgelcultuur na het millennium?

Willem Tanke: "Al op de middelbare school raakte ik geboeid door het transcendente karakter dat orgelmuziek en elektronische muziek kunnen hebben. Ik volgde als orgelstudent aan het Utrechts Conservatorium lessen elektronische muziek bij Ton Bruynèl. Bij uitvoeringen van zijn composities bespeelde ik het orgel en liet ik een band met elektronische klanken meelopen. Na mijn studie werkte ik een tijd als programmeur bij een softwarebedrijf. Daarna raakte ik als docent weer bij het Utrechts Conservatorium betrokken. Sindsdien heeft het denkbeeld om orgel en computer met elkaar te verbinden me niet meer losgelaten".

In 1992 gaf Tanke een lezing over orgelbouw en muziektechnologie, waarin hij een warm pleidooi over de bouw van een MIDI-orgel hield. Deze gebeurtenis markeerde het begin van een hechte samenwerking met Ernst Bonis, als docent klanksynthese verbonden aan de faculteit kunst, media en technologie, en Jos Beijer, toen in Utrecht student orgel en muziektechnologie. Hun doel was een pijporgel te bouwen dat via een MIDI-Out-poort tegelijk elektronische klanken kon voortbrengen. Als plaats werd de rooms-katholieke kerk van Maurik, waar Beijer organist was, gekozen. Daar moest toch een nieuw pijporgel ter vervanging van het elektronische surrogaat komen. Met zijn enthousiasme wist Jos pastoor en parochie ervan te overtuigen dat dit een orgel met MIDI-mogelijkheden moest worden.

Stormvlaag

Om de plannen een deugdelijke financiële basis te geven, werd de stichting Storm in het leven geroepen, de afkorting van STichting Orgelfonds Rooms-katholieke kerk Maurik. Sceptici legden al direct het verband met een glas water. Op zoek naar een instrument deed de 'stormvlaag' Keulen aan. De kwaliteit van het Duitse pijporgel, dat door zijn uitzonderlijke klavieromvang van zes octaven erg geschikt leek, stelde echter ernstig teleur. Daarop draaide de 'storm' naar het noordoosten en kwam hij bij de Groningse orgelbouwer Mense Ruiter terecht. Mense Ruiter had een orgel, afkomstig uit de gereformeerde Regenboogkerk in Groningen, in de aanbieding. Het inmiddels twintig jaar geleden gebouwde neobarokke instrument met dertien stemmen, verdeeld over hoofdwerk, borstwerk en pedaal, leek een betere optie. Na positief advies van dr. Ton van Eck, adviseur van de Katholieke Klokken- en Orgelraad, is besloten dit instrument in Maurik op te bouwen en uit te breiden met een aanslag-gevoelig MIDI-Out-interface, aangevuld met een set "foot controllers" van Yamaha. Hiermee zou de integratie van kerkorgel en synthesizer in een liturgische setting een primeur in Nederland kunnen worden.

Discussies

Na jaren van vooral financiële voorbereiding was de ingebruikname van de installatie zaterdag een feit. Jos Beijer schreef "Kroniek", een driedelig werk ter opening van het ingebruiknameconcert. In een modern muzikaal idioom passeert hierin de voorgeschiedenis de revue. In het eerste deel ,"Plannen", begeleidde Beijer voor de laatste keer het kerkkoor op het oude elektronicum, een analoge Eminent. Vervolgensging het koor muzikaal behoorlijk ruziemaken. Onder de titel "Discussies" werd in Maurik nog even voor het publiek de zware strijd tussen de voor- en tegenstanders van het project uitgevochten. In het derde deel, "Harmonie", kwam echter de oplossing en klonk na verscheidene variaties een harmonieuze samenzang, die de schoonheid van het nieuwe orgel bezong. Het elektronicum werd daarna door twee sterke mannen met stille trom afgevoerd.

Hoewel het daarna vertolkte atonale repertoire niet de directe streling van het oor ten doel had, bleef het verrassingseffect van een telkens veranderende mix van orgel en synthesizer zo sterk, dat ik het gebruikelijke gebrek aan comfort van de katholieke kerkbanken niet eens merkte.

Gloeidraden

De compositie "Filamenti" was eveneens voor deze inauguratie geschreven. Het is een typisch stuk programmamuziek, geënt op de nieuwe klanktechnologie. Filamenti is het Italiaanse woord voor gloeidraden. Componist René Uijenhoet verklankt hier -volgens het uitvoerige programmaboekje- dat "het orgel, de bejaarde koningin van de muziekinstrumenten, begeleid en soms zelfs aangevallen wordt door een horde jonge elektronische klanken. De elektronica probeert de generatiekloof te dichten door zich voor te doen als het vervallen binnenwerk van een reusachtig klavecimbel. De enorme klankmassa's die ontstaan tijdens de climax van het werk, zorgen ervoor dat de virtuele snaren en kabels van de geluidsapparatuur zachtjes beginnen te gloeien".

Zo stuwend en vol onrust als dit werk was, zo vredig en "pastoraal" klonk daarna het door Willem Tanke geschreven "My friend the indian", dat is opgedragen aan zijn orgelstudent Jos Beijer. "Een rustige melodie met een zich ostinaat herhalend begeleidingsmotief roepen, met een zekere tijdloosheid, het beeld op van een groene laagvlakte. Diverse natuurgeluiden en een instrumentale tweede melodie, voortgebracht door de Yamaha-synthesizer, omlijsten de orgelklanken". Om een intiem achtergrondgeluid aan het borstwerk te ontlenen, werden de galmopeningen provisorisch met programmabladen afgedekt. Techniek heeft zelfs hier haar grenzen!

Commentaar

In zijn toespraak memoreerde de heer Veldkamp, directeur van Mense Ruiter Orgelmakers, dat hij "wel even moest slikken" toen bleek dat er in zijn orgel elektronica moest worden aangebracht. "Toch hebben we met plezier aan dit project gewerkt. De heer Hartlief heeft met respect voor het bestaande orgel de MIDI-installatie aangebracht, zodat we nu twee zelfstandige muziekinstrumenten in één concept hebben: een akoestisch instrument en een synthesizer. Dat is toch wel een prachtig unicum in Europa".

Ook dr. Ton van Eck liep aanvankelijk niet over van enthousiasme toen hij hoorde van "die wilde plannen daar in Maurik". Toch besloot hij zijn nek uit te steken en als adviseur op te treden. "Jos was erg enthousiast en ook daarom wilde ik hem een kans geven". Hij was blij dat Maurik nu af is van het elektronicum, dat "net zo bedrieglijk is als de discipel Judas. Het is opgevolgd door andere elektronica, die veel eerlijker is".

Folkloristische snuisterijen

In feite vindt Van Eck "dit experiment in Maurik, hoe origineel ook, niets anders dan het logische gevolg van een ontwikkeling in de orgelbouw. (...) Immers, al vroeg in deze ontwikkeling hebben orgelmakers getracht de expressiviteit van de orgeltoon te verhogen en de instrumenten te voorzien van min of meer folkloristische snuisterijen zoals nachtegalen en andere vogelgeluiden, pauken, trommels en klokkenspellen". Ook de ontwikkeling van de tremulant, ter imitatie van het beven van de menselijke stem, en de zwevend gestemde Prestant, die vooral in Italië onder de naam Voce Humana werd toegepast, ziet Van Eck als oude middelen ter verhoging van de expressiviteit.

In 1712 vond de Londense orgelmaker Abraham Jordan de "Swell" uit, waarmee de orgeltoon geleidelijk kon toe- en afnemen. Deze mogelijkheid tot dynamiek, tot expressiviteit, leidde bij het Duits-romantische orgel omstreeks 1900 tot ontwikkeling van een register- of generaal crescendo. Door een rolzweller met de voet te bewegen werd het volgens Van Eck mogelijk om "bij een zich nagenoeg ongemerkt wijzigende klankkleur in een naadloos crescendo aan te zwellen van het zachtste pianissimo tot een overweldigend fortissimo, een effect waar Max Reger in zijn monumentale fuga's nogal eens gebruik van maakte".

Nostalgie

"De Franse orgelvirtuoos Jean Guillou heeft in zijn boek "L'Orgue, souvenir et avenir" (Het orgel, herinnering en toekomst) onder meer een pleidooi gehouden voor de bouw van een pijporgel waarin de klank van de pijpen door variabele toetsdruk en variabele winddruk beïnvloed zou kunnen worden. Of we het nu eens zijn met de meer dan eens excentrieke en hoogstpersoonlijke visie van Guillou of niet (Van Eck gelooft niet dat zijn ideeën bij de huidige stand van de techniek te realiseren zijn, red.), hij streeft in elk geval naar vernieuwing en blijft niet hangen in de valse nostalgie dat vroeger de orgelbouw altijd beter was".

Over het Maurikse project stelt Van Eck concreet dat de aangebrachte voorzieningen op het fraaie Mense Ruiter-orgel tevens "allerlei andere, zeer expressieve effecten mogelijk maken.(...) Het voegt een extra dimensie toe aan het instrument".

"Eindelijk wordt de elektronica niet tot een surrogaat voor de pijporgelklank gedegradeerd, waar ze nooit op bevredigende wijze in heeft kunnen slagen, maar krijgt ze haar eigen zelfstandige functie als supplement van het klassieke pijporgel. Die combinatie, mits gewetensvol toegepast, kan nieuwe wegen openen voor de (kerk) muziek en voor de appreciatie van het klassieke pijporgel".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 april 1998

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's

Het expressieve effect van de synthesizer

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 april 1998

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's

PDF Bekijken