Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Leven in een krottenwijk

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Leven in een krottenwijk

2 minuten leestijd

Meint R. van den Berg is een man van het woord. Meer zelfs dan je redelijkerwijs van een dominee mag verwachten. Naast talloze boeken op het gebied van bijbeluitleg, schrijft hij romans, novellen, korte verhalen en poëzie. Deze "boer van het alfabet" (naar Van der Graft) publiceerde een nieuwe bundel gedichten.

De vijfde gedichtenbundel van Van den Berg heet "Krottenwijk". De sfeer in deze bundel is overwegend gruwelijk te noemen. Er is een hoge concentratie van weerzinwekkende woorden of woordgroepen, zoals deze: "modder", "gesmoord gegil", "hese wanhoop", "traag stollend bloed" dat "verloren" gilt, "walm van dood", "stuitende verrotting", "morsig", "rottend hout".

De auteur heeft welbewust dit register der verrotting gekozen, om de tragiek van het fenomeen krottenwijk indringend te tekenen. Het gaat de dichter intussen niet om bepaalde krottenwijken die misschien bekend zijn van foto's of reportages. In het inleidende gedicht legt Van den Berg uit hoe hij de titel van deze bundel bedoeld heeft: "Een krottenwijk/ is een goede metafoor voor/ menselijk lijden en menselijk tekort/ kortom: voor menselijk bestaan". Dat dit niet positief kan uitvallen is duidelijk. De auteur vervolgt: "Het is niet zoals het zou moeten zijn;/ het wordt gekneusd, geschonden, verscheurd, vertrapt, begraven", enzovoort.

De gedichten die volgen, laten allemaal iets zien van het bodemloze lijden wereldwijd. Maar de auteur laat het niet bij het constateren van de wanhoop en van het leed. Hij wijst in veel gedichten op de christelijke hoop: "En toch/ is er, onverwoestbaar, die hoop dat het niet zo blijft (...)/ dat er nu al een oor is dat naar je luistert (...)/ en dat er daarom ook, in plaats van een krot, een eeuwig huis voor jouw zal zijn".

N.a.v. "Krottenwijk. Gedichten", door Meint R. van den Berg; uitg. Kok Voorhoeve, Kampen, 1997; ISBN 90 297 1538 3; 38 blz.; 17,90.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 4 mei 1998

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Leven in een krottenwijk

Bekijk de hele uitgave van maandag 4 mei 1998

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken