Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Groepsleerkracht geeft best goed gym

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Groepsleerkracht geeft best goed gym

Voorstel Netelenbos voor vakdocent op basisschool onzorgvuldig

5 minuten leestijd

Meester Daan en juf Anneke, die in 2003 afstuderen aan de pabo, mogen geen gym meer geven. Dat mogen alleen vakleerkrachten nog doen, als het aan staatssecretaris Netelenbos ligt. Dat heeft zij de Tweede Kamer deze week laten weten.

De kleuters van groep 1 en 2 houden gym van hun eigen juf in het speellokaal. De pabo blijft hiervoor de opleiding verzorgen. Leerkrachten in groep 3 en hoger die het vak willen geven, moeten daarvoor vanaf 1999 een aanvullende opleiding volgen aan de alo: de academie voor lichamelijke opvoeding. Zij mogen dit tijdens of na hun pabo-studie doen in maximaal twee jaar. Tijdens die opleiding krijgen ze een tijdelijke gymbevoegdheid. Leerkrachten die nu al voor de klas staan, worden niet verplicht de extra scholing te volgen.

De tijden van weleer komen terug. Vroeger moesten onderwijzers de zogenaamde "aantekening j" (gymnastiek) halen. De echte oude garde heeft zelfs nog een examenles gym moeten geven. Toen kon een kweekschool of pedagogische academie de kwaliteit van het gymonderwijs nog bewaken. Bij het ontstaan van de pabo in 1985 ging het roer om. Alle afgestudeerden werden automatisch breed bevoegd. Dat ging dus fout.

Al in 1988 stelt het Arbo-rapport "Progressie in Professie" dat de pabo haar taak niet aankan. De breed inzetbare groepsleerkracht is niet haalbaar en nivellering gaat ten koste van kwaliteit. Er moeten taken worden afgestoten. Bewegingsonderwijs moet worden gegeven door vakleerkrachten. Sommige pabo-directies draaien op voorhand de urenkraan dicht. De Arbo-voorstellen halen het niet, maar de gymleraren krijgen hun uren niet terug.

Niet best

In 1990 pleit de voormalige hoofdinspecteur van het ministerie van onderwijs drs. Th. Hedderingh tijdens een grote pabo-studieconferentie voor een inperking van de brede bevoegdheid. Hij introduceert de termen specialisatie jongere kind (4-8 jaar) en specialisatie oudere kind (8-12 jaar). Prompt kiest een aantal pabo's ervoor om wat gym betreft alleen op te leiden voor het lesgeven aan jonge kinderen.

In de jaren '90 stelt de Koninklijke Vereniging van Leraren Lichamelijke Opvoeding (KVLO) vast dat het met het bewegingsonderwijs op de pabo's niet best is gesteld. Terecht. De zoveelste politieke lobby wordt op gang gebracht. In 1993 legt VVD-kamerlid Franssen minister Ritzen het vuur na aan de schenen.

Hij eist van de bewindsman dat deze de politieke afspraken van 1991 over de vakleerkracht bewegingsonderwijs nakomt. Opmerkelijk en geruststellend is het feit dat de Kamer akkoord gaat met de door Van der Vlies (SGP) bepleite beperking dat reformatorische scholen worden ontzien.

De opleidingsprogramma's van de pabo's komen meer en meer onder druk te staan. Kwaliteitsonderzoeken door visitatiecommissies volgen. Taal en rekenen, de hoofdvakken, staan weer in het middelpunt. Andere vormen van leren worden aangereikt. Basisprincipes als reflectie, relatie, actief leren en zelfstandigheid doen hun intrede. Zij krijgen hun beslag in het document van het Procesmanagement Lerarenopleidingen (PmL): gemeenschappelijk curriculum pabo (maart 1998).

Rompvlieg

Bij de verdeling van de studiepunten over de diverse vakgebieden leveren alle vakken, dus ook bewegingsonderwijs, weer uren in. Het opleidingsprogramma voor gym lijkt rijp voor de sloop. Begin deze week, als klap op de vuurpijl, volgt de brief van staatssecretaris Netelenbos. Een pabo-afgestudeerde mag het vak bewegingsonderwijs, behoudens in groep 1 en 2, niet meer geven. Waarom zou de pabo dan nog voor gym opleiden?

Het lijkt op het verhaal van de rompvlieg. Als je een vlieg z'n poten en vleugels uittrekt, moet je niet meer tegen het beestje zeggen: Vlieg eens een eindje, je bent toch een vlieg? Dit verhaal wordt nog erger als je na negatief resultaat zegt: Het beest is nog doof ook.

Hoe nu verder met gym? Een aantal kanttekeningen.

Gedurende de hele schoolweek komt een kind op allerlei (leer)plekken, niet alleen in het gymlokaal, tot bewegen. Bewegen draagt bij aan zijn ontwikkeling. De groepsleerkracht moet daarbij kunnen helpen. De Wet op het basisonderwijs (WBO) spreekt daarom over "begeleiden van de totale ontplooiing van het kind". Een pabo-student kan nooit goed worden opgeleid als hij geen kennis mag nemen van het bewegende kind. Een wezenlijk facet van het kind-zijn gaat dan aan hem of haar voorbij.

De minister heeft zijn financiële toezeggingen aan besturen van basisscholen herroepen. De vakleerkrachten moeten binnen de formatie worden benoemd. Diverse schoolbesturen hebben nu een probleem.

Docenten bewegingsonderwijs op de pabo's voelen zich gediscrimineerd. Waarom wordt alleen hun vak getroffen?

Uit de periodieke peiling van het onderwijsniveau (PPON) in 1997 blijkt dat de gemiddelde leerkracht op de basisschool best goed gym geeft. Staatssecretaris Netelenbos beaamt dit, maar zegt dan dat de vakleerkracht het beter doet.

Het is stuitend dat de academies voor lichamelijke opvoeding (alo's) zonder overleg alle expertise naar zich toe trekken. Onderzoek heeft geleerd dat een aantal alo's minder tijd besteedt aan het basisschoolkind dan menige pabo. De pabo heeft meer dan voldoende vakbekwaamheid in huis om zelf een aanvullende opleiding te verzorgen. Initiële opleiding en nascholing horen ook bij elkaar.

De staatssecretaris schrijft niets meer over de motie-Van der Vlies om voor reformatorische scholen een uitzondering te maken.

De nota "Wat sport beweegt" van het ministerie van VWS trekt miljoenen guldens uit voor het verhogen van de kwaliteit van bewegingsbegeleiding door ouders, jeugdleiders, trainers, counselors en overheden. Juist in dit kader mag de groepsleerkracht, die dagelijks met de kinderen optrekt, niet aan de kant worden gezet.

Ik ben bang voor de 'even-binnenwippende-gymnastieker', die zijn lessen afdraait en dan weer weggaat naar de volgende school. De vrees is gerechtvaardigd dat expertise over bewegingsonderwijs uit de basisschool en van de pabo verdwijnt. Dan zijn we pas echt ver van huis.

Samenvattend: Ik ben niet tegen vakleerkrachten op de basisschool. Integendeel. Ik ben voor een vruchtbare samenwerking tussen groeps- en vakleerkracht. De staatssecretaris moet echter niet zeggen dat pabo's geen goed gymonderwijs kunnen geven. Dat staat op gespannen voet met de waarheid. Zij heeft deze materie onzorgvuldig behandeld.

De auteur is docent bewegingsonderwijs aan hogeschool De Driestar in Gouda en bestuurslid van een landelijk netwerk van pabo-docenten op zijn vakgebied.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 mei 1998

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

Groepsleerkracht geeft best goed gym

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 mei 1998

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken