Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

GPV'er Schutte is tegen fusie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

GPV'er Schutte is tegen fusie

RPF-leider Van Dijke: Nieuwe impuls voor vorming één partij

5 minuten leestijd

DEN HAAG - GPV-fractievoorzitter Schutte kan niet leven met een fusie van zijn partij met de RPF. Een politieke samenwerking met één lijst en één programma vindt hij geen probleem. "Ik onderschrijf echter niet het model van een fusie, zoals voorgesteld".

Dat zei de GPV-voorman vanmorgen in Den Haag tijdens de presentatie van de samenwerkingsplannen tussen RPF en GPV. Hij vindt dat het GPV de eigen confessionele lijn in relatie met de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) moet vasthouden. De proeve van een grondslagformulering, zoals een gezamenlijke commissie die heeft voorgesteld, vindt hij alleen werkbaar voor de politieke praktijk, maar niet voor de grondslag van een politieke partij.

Het standpunt van de GPV'er ligt in lijn met hetgeen hij hierover enkele maanden geleden in deze krant verwoordde. Hij zei toen dat concessies op het punt van de grondslag de partij ongeloofwaardig zouden maken.

GPV-partijvoorzitter Cnossen erkende gisteren dat er in zijn partij kritische geluiden zijn en dat het GPV daarom terughoudend is. Dat heeft vooral te maken met het feit dat zijn partij met de vrijgemaakte kerk is verbonden. Hij vindt niet dat zijn partij een ommezwaai heeft gemaakt door nu akkoord te gaan met samenvoeging van lijsten en politieke programma's, terwijl het GPV twee jaar geleden zei dat eerst de partijen moeten fuseren en dat er daarna pas sprake kan zijn van één partij. "We hebben nu duidelijk het perspectief dat we doorgroeien naar die eenheid", aldus Cnossen.

Bij de RPF overheerst vooral tevredenheid over de bereikte resultaten. Volgens RPF-leider Van Dijke en diens fractiegenoot Rouvoet maakt de gemeenschappelijke grondslag waarover GPV en RPF het eens zijn geworden vooral één ding duidelijk: "Voor een gescheiden optrekken van beide partijen bestaat geen enkele legitimatie meer". Volgens Rouvoet zijn de "wederzijdse vooroordelen overwonnen" en blijken de nog bestaande verschillen tussen beide christelijke partijen niet te herleiden tot een verschil in visie op de confessie.

Tevredenheid

"Dat was altijd de stilzwijgende aanname", aldus Rouvoet. "Er bestonden en bestaan verschillen tussen ons en het GPV over onderwerpen zoals het referendum, de leefvormen, de relatie tussen economie en milieu en de visie op Israël. Altijd is gedacht dat die verschillen voortkwamen uit het feit dat GPV en RPF op een andere manier tegen de belijdenis aankeken. Maar in onze commissie is gebleken dat dat onjuist is".

Hoe groot de eensgezindheid binnen de commissie -bestaande uit drie

RPF'ers en drie GPV'ers- was, wordt volgens Rouvoet alleen al duidelijk uit het gegeven dat er eerst sprake was van een werkgroep waarvan twee afzonderlijke delegaties deel uitmaakten. "Al snel werden we één commissie, waarbinnen op grond van zakelijke argumenten is gediscussieerd zonder dat de partijstandpunten telkens tegenover elkaar stonden. We zijn het met elkaar van harte eens geworden over de betekenis van de Bijbel en de confessie voor de politiek en zijn daar wederzijds op aanspreekbaar. Nu we eensgezind deze proeve hebben vastgesteld en de beide partijbesturen met de inhoud daarvan hebben ingestemd, blijkt de overeenstemming zo groot dat we zo snel mogelijk moeten en kunnen overgaan tot de formatie van één partij. Deze stap is daartoe een nieuwe impuls".

Alhoewel iedere verwijzing naar de Vrijmaking van 1948 in de nieuwe grondslag ontbreekt en van de Drie Formulieren van Eenheid wordt gezegd dat die de Bijbel "naspreken", denkt Rouvoet dat de nieuwe grondslag zowel voor "belijnde GPV'ers" als voor de evangelische achterban van de RPF acceptabel zal zijn. "Het is een misverstand te denken dat evangelische

RPF'ers op zich moeite met de belijdenisgeschriften zouden hebben. Ze hebben er alleen geen historische en emotionele binding mee en ze verzetten zich tegen de nevenschikking van het Woord en de confessie. Wij hebben met elkaar vastgesteld dat de belijdenisgeschriften relevant zijn omdat ze de Bijbel naspreken. De belijdenis speelt ook een rol bij de vormgeving van onze politieke overtuiging, maar niet op hetzelfde niveau als de Bijbel. Het Woord staat op de eerste en hoogste plaats".

Heel concreet zal er de komende maanden nog niet zo veel veranderen in de samenwerking tussen RPF en GPV. Gezamenlijke fractievergaderingen zullen zich zo om de twee weken op een bepaald thema concentreren. "Gaandeweg willen we ook steeds meer reguliere fractievergaderingen samen gaan houden. Maar organisatorisch ligt dat nu nog moeilijk en we moeten natuurlijk voorkomen dat we het verwijt aan onze broek krijgen dat we in Den Haag te ver voor de muziek uitlopen", aldus de RPF-kamerleden.

Extra accent

SGP-fractievoorzitter Van der Vlies zegt in een eerste reactie blij te zijn met de duidelijkheid die nu is ontstaan. Hij constateert wel dat het GPV wat terughoudender is dan de RPF. Hij kan dat begrijpen vanwege de weerstand die er bestaat in GPV-kringen. "De GPV'ers moeten beseffen dat ze bij de kamerverkiezingen van begin mei waarschijnlijk voor het laatst op het GPV konden stemmen". Het is voor de SGP echter ondenkbaar dat het GPV zich terug zou kunnen trekken: "Ze zijn in een trein gestapt en daar kunnen ze niet meer uit".

De SGP-voorman heeft geconstateerd dat de beide partijen op dezelfde voet willen samenwerken met de SGP dan tot nu toe. "We moeten de verschillen niet oppoetsen, we moeten ze ook niet verdoezelen. Waar we samen kunnen werken, moeten we dat ook blijven doen. Wellicht kan hier en daar een accent extra worden gezet".

Van der Vlies heeft zijn vraagtekens bij de conclusie van RPF en GPV dat samenwerking een positief effect heeft voor de christelijke politiek in een ontkerstende samenleving: "Ik hoop dat uiteraard. Ondanks de verloving en het aangekondigde huwelijk tussen de partijen, is daar bij de laatste kamerverkiezingen echter niet veel gebleken. De RPF heeft weliswaar stemmen gewonnen, maar het GPV werd geconfronteerd met een verlies".

Woordvoerders

De fracties van RPF en GPV in de Tweede Kamer hebben overeenstemming bereikt over de verdeling van de woordvoerderschappen bij de verschillende ministeries. In de komende zittingsperiode zullen ze bij vrijwel alle debatten een gezamenlijke woordvoerder hebben. Bij elk ministerie of bij elk deelonderwerp is een tweede woordvoerder beschikbaar van de andere partij. Over onderwerpen waar de fracties niet hetzelfde denken, mogen ze elk hun eigen woordvoerder inzetten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juni 1998

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

GPV'er Schutte is tegen fusie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juni 1998

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken