Bekijk het origineel

Het gaat met Kenia snel bergafwaarts

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het gaat met Kenia snel bergafwaarts

"Het is te hopen dat president Moi zijn laatste termijn niet vol maakt"

11 minuten leestijd

NAIROBI - Ooit was Kenia een van de stabiele en hoopvolle landen van Afrika. Inmiddels leeft meer dan de helft van de bevolking onder de armoedegrens en prijkt het op het lijstje van de twintig armste landen ter wereld. Eind mei gaf minister van financiën Simon Nyachae het toe: "Dit land is failliet. Corruptie en wanbeleid hebben Kenia aan de rand van de afgrond gebracht". De beschuldigende vingers wijzen vooral naar president Daniel arap Moi, die eind vorig jaar desondanks herkozen werd voor een laatste termijn van vijf jaar.

Het verval van Kenia is bij aankomst op de luchthaven van Nairobi niet direct zichtbaar: de kilometerslange weg naar de stad is perfect geasfalteerd. "Als president Moi naar het vliegveld gaat, vertrekt hij uit veiligheidsoverwegingen pas 5 minuten van tevoren", vertelt een taxichauffeur. "Het overige verkeer wordt stilgezet en de presidentiële Mercedes scheurt met 180 kilometer per uur voorbij. Daarom ligt hier een weg als een racebaan. Moi wil natuurlijk ook indruk maken op buitenlandse regeringsleiders".

Je hoeft maar één zijweg te nemen om te zien hoe het Keniaanse wegennet er in werkelijkheid aan toe is: het verkeer rijdt stapvoets om de talloze, diepe gaten in het asfalt heen en op veel plaatsen is de teer helemaal verdwenen. Zelfs de belangrijkste weg van het land -die van de havenstad Mombasa naar Nairobi- verkeert in deplorabele staat. Vrachtwagens doen drie keer zolang over de rit dan twee jaar geleden en de verloren tijd, de gebroken assen en talloze lekke banden kosten het bedrijfsleven handenvol geld. Om nog maar te zwijgen van de toeristen, die vanwege de achttien uur durende busrit (normaal acht uur) afzien van een bezoek aan de stranden rond Mombasa.

Saillant is dat de weg vorig jaar voor een paar miljoen gulden een grondige opknapbeurt kreeg. De regering geeft de schuld aan de zware El Niño-regens. Iedere Keniaan weet beter: het komt door de corruptie binnen het overheidsapparaat. Op een goede weg ligt 3 inch asfalt, maar in Kenia verdwijnt het geld voor 1 inch in de zakken van de verantwoordelijke ambte naar, 1 inch gaat naar de aannemer en de resterende inch wordt daadwerkelijk gelegd.

De Keniaanse regering klopte bij de donorlanden aan voor nieuwe fondsen. De Amerikaanse ambassadeur Prudence Bushnell weigerde en gaf onomwonden uitleg: Kenia heeft geld zat, het verdwijnt alleen op de verkeerde manier. De Europese Unie zwichtte eind februari wel voor het verzoek, met als reden dat de weg -die via Niarobi doorloopt naar Tanzania, Uganda en Rwanda- van vitaal belang is voor heel Oost-Afrika.

Handige jongens

Corruptie is uitgegroeid tot een miljoenenbusiness en de economie raakt er ernstig door ontregeld. Door grootschalige import van suiker en maïs waarover geen importbelasting werd betaald, liggen de binnenlandse suiker- en maïssectoren op hun achterste. Het meest geruchtmakend is het Goldenberg-schandaal. Tussen 1990 en 1993 deed het Goldenberg-concern het voorkomen alsof het goud en diamanten exporteerde. Het bedrijf streek daarvoor 800 miljoen gulden aan exportsubsidie op, wat gelijkstaat aan 12,5 procent van het bruto nationaal product.

Iedereen weet dat de Keniaanse bodem nauwelijks goud en al helemaal geen diamanten bevat, maar geen haan die ernaar kraaide, want een hele trits vooraanstaande zakenlieden, politici en hoge ambtenaren profiteerde mee. Terwijl de handige jongens zo steeds rijker worden, leeft 60 procent van de bevolking onder de armoedegrens en behoort Kenia inmiddels tot de twintig armste landen ter wereld.

De internationale gemeenschap, die jaarlijks ruim 1,9 miljard gulden aan donorhulp in dit zwarte gat gooit, is het uiteraard goed zat. Het IMF en de Wereldbank eisen "good governance" en dus bestrijding van de corruptie. De voorzitter van een door president Moi in het leven geroepen anticorruptie-eenheid kan helaas niet uitleggen hoe hij aan zijn spiksplinternieuwe Mercedes 500 SEL komt. Een hoge ambtenaar die de suikerzwendel onderzocht, werd vorige zomer stante pede ontslagen toen de sporen naar het kabinet van Moi zelf bleken te leiden. Uit woede bevroor het IMF daarop een lening van een half miljard gulden.

Te aardig

"De westerse donorlanden zijn doorgaans veel te aardig voor Afrika", vindt Richard Leakey, de blanke Keniaan die beroemd werd als paleontoloog, en passant de Keniaanse wildbescherming reorganiseerde en zich drie jaar geleden in de politieke arena stortte door een eigen partij op te richten (Safina). Hij zet een paar cijfers op een rijtje: "Toen Kenia in 1963 onafhankelijk werd, bedroeg het jaarinkomen per hoofd van de bevolking 1400 gulden, nu is het nog maar 500 gulden. Tussen 1965 en 1980 groeide de economie gemiddeld met 6,4 procent. Vorig jaar was de groei minder dan 2 procent. Er was een prijsinflatie van 9 procent. Vier miljoen Kenianen die keurig hun opleiding afmaakten, zitten zonder baan. Elk jaar komen er honderdduizend werklozen bij. Het land is failliet. President Moi heeft een corrupt systeem gecreëerd, dat het land uitholt".

Maar ook het Westen draagt schuld, meent Leakey. "Decennialang heeft het Westen miljarden dollars gespendeerd aan Kenia, zonder dat het ook maar iets heeft bijgedragen aan de economische ontwikkeling van het land. Integendeel: door de miljardensteun kon het corrupte systeem zolang overeind blijven. Het Westen was tamelijk kritiekloos, omdat Kenia een politiek stabiel land leek dat het Westen welgezind was. Tijdens de Koude Oorlog was Kenia een "stepping stone" voor het Westen. Inmiddels zijn die internationaal-politieke belangen weggevallen en de corruptie heeft excessieve vormen aangenomen. Eindelijk beginnen IMF en Wereldbank harde eisen te stellen in ruil voor hun hulp".

Wat Leakey betreft mogen de donorlanden nog veel strenger worden. "De Keniaanse economie moet grondig hervormen en dat vereist een keiharde aanpak. Als de donoren telkens toch weer met geld over de brug komen, leert dit land het nooit. Als je een kat verdrinkt, hou je 'm onder water tot hij dood is. Want als je 'm telkens lucht laat happen, stikt hij niet".

Escalerende criminaliteit

In het kielzog van de corruptie neemt de criminaliteit hand over hand toe. Zij wordt vooral gewelddadiger. Waren vuurwapens een paar jaar geleden nog een zeldzaamheid, tegenwoordig lopen overvallers met kalasjnikov-mitrailleurs rond (met dank aan de oorlog in de buurlanden Sudan en Somalië). In het chaotische stadsverkeer van Nairobi rijden de luxeauto's rond met de portieren op slot, maar dat helpt alleen tegen de watervlugge straatjongens.

Vooral na zonsondergang komen gewapende overvallen steeds vaker voor: een 'geleende' taxi rijdt je klem, gewapende mannen dwingen je uit te stappen en gaan er met je auto vandoor. Regelmatig worden banken en winkels overvallen. In de afgelopen maanden zijn ook zes westerlingen gedood door overvallers, waaronder een Duitse diplomaat. De internationale gemeenschap in Nairobi is verontrust, maar ook woedend op de Keniaanse overheid.

"Het is publiek geheim dat politieagenten zich laten omkopen door criminelen", vertelt Keith Hulse. Hij is een Britse correspondent, woont acht jaar in Nairobi en is getrouwd met een Keniaanse. "Er zijn zelfs agenten die zelf actief meedoen met roofovervallen. Omdat ook hoge functionarissen en politici meeprofiteren, wordt er doorgaans weinig tegen ondernomen. Na de moord op een Duitse diplomaat is er zeer hevig en ongekend óndiplomatisch geprotesteerd door bijna alle ambassades. Nairobi heeft al langer de bijnaam "Nairobbery", maar de laatste drie jaar neemt het geweld kwadratisch toe".

Stammenpolitiek

"De samenleving is van onder tot boven corrupt", beaamt Leakey. "Ik beschik over harde bewijzen dat politiefunctionarissen, hoge ambtenaren en politici zich inderdaad laten omkopen of dat zij overheidsgeld doorsluizen naar hun eigen portemonnee of die van familieleden en vrienden".

Leakey is vanwege zijn harde kritiek herhaaldelijk het doelwit geweest van bedreigingen en zelfs aanslagen. In 1995 werden hij en twee bevriende journalisten in elkaar geslagen en bewerkt met zwepen. Leakey zat destijds in een rolstoel, nadat hij bij een vliegtuigongeluk beide benen had verloren. De aanvallers waren leden van president Moi's KANU-partij. Die partij was tot 1991 de enige toegestane partij in het land. Sinds Moi, onder grote internationale druk, een meerpartijenstelsel toestond, gebeurt het met grote regelmaat dat oppositieleden worden afgeranseld. In 1993 zat bijna een kwart van alle oppositionele parlementsleden in de gevangenis.

Leakey en enkele andere oppositieleiders raken met hun aanval op de corruptie dan ook het hart van de Keniaanse politiek. Zittende politici proberen zich zo snel mogelijk te verrijken en worden ook geacht hun achterban te laten meeprofiteren van hun positie. Aangezien "achterban" in Kenia "clan" of "stam" betekent, gaat stammenpolitiek hand in hand met de corruptie. Zo raakten in de jaren tachtig duizenden Kikuyu-boeren in de Rift Valley hun land kwijt aan de Kalenjin-stam, waartoe president Moi behoort.

Begin dit jaar brak opnieuw etnisch geweld uit in de Rift Valley. Honderden Kikuyu-gezinnen sloegen op de vlucht voor Kalenjin-aanvallers, die revanche kwamen nemen omdat ze bij de presidentsverkiezingen in december vorig jaar niet op Moi, maar op oppositieleider Mwai Kibaki hadden gestemd. Zeker negentig Kikuyu kwamen om het leven.

Ook de Luo moeten het regelmatig ontgelden. In de aanloop naar de verkiezingen waren zij het doelwit bij rellen in het kustdistrict van Mombasa. Meer dan honderdduizend Luo sloegen vorig zomer op de vlucht, enkele tientallen werden gedood. De oorzaak van het plotselinge geweld is nooit opgehelderd, maar waarnemers wijzen erop dat Moi belang had bij het vertrek van de Luo. Een meerderheid van hen stemde bij de vorige verkiezingen op oppositieleider Raila Odinga. Iedere kiezer moet stemmen in het district waar hij geregistreerd staat. Ook een brede vertegenwoordiging van de kerken wees Moi aan als de schuldige.

"Het is wel zeker dat Moi achter het geweld zat", meent Hulse. "De president is een geraffineerd bespeler van etnische sentimenten". Leakey is iets voorzichtiger: "Het is moeilijk hard te maken dat Moi rechtstreeks achter het geweld zit. Maar als president draagt hij wel de verantwoordelijkheid. Feit is dat hij stammenverschillen uitbuit en daarmee de onlusten aanwakkert. Hij heeft zich afhankelijk gemaakt van de steun van extremisten als Biwott. Het grootste probleem is dat Moi -om maar in het zadel te blijven- krachten ontketent die hij zelf niet meer in de hand heeft".

Geheim wapen

De etnische spanningen liepen rond de verkiezingen zo hoog op, dat waarnemers geen dubbeltje meer gaven voor de positie van Moi. "Kabila! Kabila!", scandeerden betogers in de straten van Nairobi, daarmee verwijzend naar de Zaïrese rebellenleider die dictator Mobutu ten val bracht. "Moi is de volgende!" riepen ze hoopvol.

Maar hij werd herkozen met maar liefst 40 procent van de stemmen (Kibaki was tweede met 31 procent, Odinga derde met 11 procent). "Moi's geheime wapen is de grondwet", legt Hulse uit. "Die stamt nog uit de tijd van het eenpartijstelsel en maakt het -vooral door het kiesstelsel in districten- voor andere partijen dan de huidige regeringspartij zo goed als onmogelijk om te winnen. De oppostie dringt al jaren aan op wijziging van de grondwet, maar Moi weet dat handig uit te stellen".

De president profiteert ook van de onderlinge verdeeldheid van de oppositie. Niet minder dan veertien kandidaten had hij tegenover zich, die bijna allemaal hun eigen etnische groep vertegenwoordigden. Het spel van verdelen en heersen is Moi toevertrouwd, op strategische momenten weet hij de een te paaien en de andere tot zondebok te maken.

"Moi's herverkiezing is een nationale ramp", aldus Leakey. "Kenia is bezig aan een vrije val. Snelle politieke en economische veranderingen zijn noodzakelijk. Moi is aan handen en voeten gebonden binnen het patronagesysteem dat hij zelf heeft gecreëerd. We kunnen ons niet veroorloven om nog vijf jaar te wachten. Het is heel erg te hopen dat hij zijn laatste termijn niet zal uitzitten".

De komende vijf jaar zullen derhalve erg spannend zijn voor Kenia. Blijft Moi aan de macht of zal toenemende politieke en economische chaos hem uit het zadel dwingen? Is de 73-jarige president ook fysiek nog sterk genoeg? Een herverkiezing zit er sowieso niet nog een keer in: vijf termijnen is het grondwettelijke maximum.

Maar wat als de sterke man wegvalt? Het valt te betwijfelen of de oppositie er de komende jaren wél in zal slagen één front te vormen. Leakey probeert optimistisch te zijn: "Er zijn een paar goede politici, die zich de komende jaren beter kunnen profileren". Hij noemt de jonge advocaat Paul Muite, van zijn eigen Safina-partij, James Orengo, die vorig jaar uit FORD-Kenia stapte uit onvrede over de corruptie binnen die partij, en Charity Ngilu, de enige vrouwelijke kandidaat bij de afgelopen verkiezingen (ze kreeg 7,7 procent van de stemmen). Het zijn de meer intellectuele politici, die wars zijn van stammenpolitiek.

"Wat dit land hard nodig heeft, is een zakenkabinet", meent Leakey. "Nu partijpolitiek uitloopt op etnische verdeeldheid, patronage leidt tot corruptie en Kenia failliet is, is het zaak om de politieke strijd op te schorten. We moeten gezamenlijk de schouders eronder zetten en fundamentele hervormingen doorvoeren. De bevolking zal het daar in economisch opzicht tijdelijk nog zwaarder door krijgen. Maar ik verwacht dat men daartoe bereid is als men weer vertrouwen heeft in de regering en de toekomst van het land".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 4 juli 1998

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

Het gaat met Kenia snel bergafwaarts

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 4 juli 1998

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken