Bekijk het origineel

Hoofdrekenen steeds leuker

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Hoofdrekenen steeds leuker

"Elke dag een kwartier oefenen geeft het beste resultaat"

5 minuten leestijd

Modern rekenen is in. Geen rijen cijfers om op te tellen en af te trekken meer, maar mooie verhaaltjes met "realistische rekenopgaven". De eentonige les hoofdrekenen verandert in een interessante les, gericht op het dagelijks leven. Twee deskundigen reageren: de Utrechtse hoogleraar dr. A. Treffers en de Goudse pabo-docent W. van de Geer.

Treffers: "In de jaren '50 en begin '60 stond hoofdrekenen hoog in het vaandel, in de jaren '60, '70 en '80 het cijferen (het optellen en aftrekken in kolommen, red.). In de tweede helft van de jaren '80 zien we een kentering. Er komt meer aandacht voor het hoofdrekenen. De onderwijsinspectie heeft dat toen ondersteund en is speciaal op de scholen gaan kijken hoe het er met hoofdrekenen voorstond".

De moderne rekenmethoden verschillen veel van de oude. Treffers: "In de methoden van twintig jaar terug begon je in groep 5 met optellen en aftrekken in kolommen, in groep 6 leerde je vermenigvuldigen en in groep 7 staartdelingen maken. Dat cijferen door getallen onder elkaar te zetten, gebeurt nu minder. In de nieuwe methoden gaat het om zelfstandig rekenen en het oplossen van vraagstukken, waarbij je ook gerust je klasgenoot mag raadplegen", zegt de hoogleraar vanwege de Nederlandse Vereniging tot Ontwikkeling van het Reken/Wiskunde-Onderwijs (NVORWO).

Ook Driestar-docent Van de Geer is positief over de verschuiving van cijferen naar realistisch rekenen. "Sommen en getallen worden in een context geplaatst door er verhalen uit de alledaagse praktijk omheen te maken". Verder waardeert hij de toegenomen aandacht voor het hoofdrekenen. "Het cijferen verschuift naar de rekenmachine en de computer".

Spel

Anderhalve week geleden vond in Amsterdam het kampioenschap hoofdrekenenen plaats. De Utrechtse hoogleraar die -zoals hij het zelf omschrijft- "rekenen en wiskunde op de basisschool" doceert, is positief over de wedstrijd. "Ik waardeer het kampioenschap, ben er eerder ook zelf bij betrokken geweest, maar in feite is het geen hoofdrekenen. De leerlingen spelen het 24 Game". Dat is een spel met ongeveer honderd verschillende kaartjes met daarop vier cijfers die door aftrekken, optellen, vermenigvuldigen en delen samen 24 moeten opleveren. Bijvoorbeeld: op een kaartje staat 3 3 5 6. De oplossing is dan: 3 x 3 = 9 - 5 = 4 x 6 = 24. Volgens Treffers kennen de kinderen echter veel van de honderd kaartjes uit hun hoofd en is het voor hen meer het zoeken en "herkennen van structuren tussen de getallen dan dat er sprake is van hoofdrekenen".

Schatten

Eens in de vier jaar wordt gepeild hoe het staat met het vak hoofdrekenen. Treffers: "Het gaat goed met rekenen. Ook internationaal scoort Nederland prima. Iedere twaalf jaar wordt een groot aantal landen vergeleken. We zijn een van de beste van de wereld, maar het kan nog beter".

"Vooral door het schattend rekenen een grotere rol te geven, kunnen flinke winsten worden gemaakt. Als je 39 x 41 neemt, kun je ook 40 x 40 uitrekenen. Vooral bij getallen met komma's erin werkt deze methode goed. De kinderen moeten het natuurlijk wel precies kúnnen uitrekenen. De elementaire rekenmethoden moeten ze blijven beheersen. Dat blijft de basis". In Japan, Australië en Groot-Brittannië zijn er al proefprogramma's in ontwikkeling voor vergaande vormen van schattend rekenen, maar ze zijn nog niet in de praktijk getest.

Van de Geer: "Schattend rekenen zit al in de nieuwe methoden, maar professor Treffers wil er nog veel verder in gaan". De pabo-docent ziet voordelen in het schattend rekenen, omdat het in de praktijk ook veel voorkomt, bijvoorbeeld als kinderen in een winkel zijn.

Ziet Treffers vooral nog mogelijkheden in de lesmethoden, Van de Geer verwacht meer van de leerkracht. "Er wordt veel ontwikkeld op de universiteiten. Daarbij gebruiken zij het veldwerk van de leerkrachten. Maar de nieuwe methoden vragen een heel andere houding van de leerkracht. De leerkrachten die nu voor de klas staan in de bovenbouw van de basisschool hebben ongeveer begin jaren tachtig hun opleiding gehad. Zij zijn nog doordrenkt van de oude rekenmethoden. Zij moeten nu aan de verandering van het onderwijs werken". Van de Geer: "Ik heb het idee dat de leerkrachten onderschatten hoe veel energie dat kost".

"Klassiek beter"

Tijdens het kampioenschap hoofdrekenen bleek dat leerlingen van christelijke basisscholen beter scoorden dan die van niet-christelijke. Voor de derde achtereenvolgende keer was de beste hoofdrekenaar afkomstig van een protestantse school. Treffers, die verbonden is aan het wiskunde- en reken-instituut Freudenthal, een denktank voor het rekenonderwijs, ziet niet zomaar een verklaring. "Over het algemeen scoren christelijke scholen beter dan andere. Dat blijkt ook hier". De identiteit is volgens de Utrechtste hoogleraar echter geen verklaring voor dat verschil. Hij kijkt meer naar de lesmethode. "Christelijke scholen hanteren meestal het klassieke onderwijssysteem, waarbij de leerstof klassikaal wordt uitgelegd. Deze lessen verlopen meestal ordelijk en gedisciplineerd".

Ook Van de Geer is voorzichtig in het verklaren van de goede resultaten van de protestants-christelijke scholen. Hij constateert wel dat deze scholen veel aan nascholing doen. De leerkrachten gaan dan terug naar de pabo om met nieuwe lesmethoden te werken. "Je boekt echter het beste resultaat met hoofdrekenen door het elke dag een kwartier te doen", aldus de pabo-docent.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1998

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Hoofdrekenen steeds leuker

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1998

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken