Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Eis vrijmoedig!

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Eis vrijmoedig!

5 minuten leestijd

"En nu, geef mij dit gebergte, waarvan de HEERE te dien dage gesproken heeft".

(Jozua 14:12a).

We gaan eens luisteren hoe een man van vijfentachtig jaar een beroep doet op Gods belofte. Vóór de verdeling van het land herinnert Kaleb Jozua eraan wat de Heere aan hem beloofd heeft. Samen met Jozua heeft hij na de eerste verspiedingstocht een goed gerucht van de Heere voortgebracht. Ondanks de tegenspraak van de andere tien verspieders en de bedreigingen van het volk vertrouwde hij op de belofte van God dat de Heere Zijn volk in het beloofde land zou brengen.

Nadat de Heere Mozes bekendgemaakt had dat geen van de mannen die Hem door dit ongeloof getergd hadden, in Kanaän zou komen, zei de Heere tot Mozes: "Doch Mijn knecht Kaleb, omdat een andere geest met hem geweest is, en hij volhard heeft Mij na te volgen, zo zal Ik hem brengen tot het land, in hetwelk hij gekomen was, en zijn zaad zal het erfelijk bezitten". (Numeri 14:24)

Iedereen had immers gezegd: "Wij komen er nooit!" Jozua en Kaleb hadden echter hun geloof beleden: "De Heere zal ons er brengen, want Hij heeft het beloofd!" Daar zie je wat het inhoudt de Heere na te volgen. Dat is gehoorzamen aan het bevel van God en vertrouwen op de belofte van God, en dat dwars tegen alles in durven belijden. Juist in de kracht van deze God en hopend op Zijn Woord, zou de weg door de woestijn heen begaanbaar zijn. Dan kunnen we door crisissituaties in de kerk, in de gemeente, in het gezin, in het huwelijk en in het persoonlijk leven heen komen. Met het wapen van het Woord van God kunnen we op de moeilijkheden afgaan.

Er komt nogal eens wat op dat navolgen van de Heere af. Dat heeft Kaleb ook wel ondervonden. Men heeft het hem niet in dank afgenomen dat hij een goed gerucht van de Heere voortbracht. Men nam stenen op om hem te stenigen. God heeft het echter verhoed en heeft hem verdedigd. We mogen blijkbaar klagen zo hard we kunnen. Dan maakt niemand het ons moeilijk. Pas echter op als je een goed gerucht van de Heere voortbrengt en Hem belijdt als een Waarmaker van Zijn Woord. Dan komt de vijandschap tevoorschijn.

En wat een beproeving was het later voor Kaleb. Hij moest immers, evenals Jozua, ook onder het oordeel van God door. Achtendertig jaar heeft hij moeten zwerven in de woestijn en de koude van de nacht en de hitte van de dag moeten verdragen. Voor deze kinderen Gods werd er wat dat betreft geen uitzondering gemaakt. Hij heeft het moeten meemaken dat allen ouder dan twintig jaar in de woestijn omkwamen. Dat is ook niet langs hem heen gegaan. Maar wat heeft hij tijdens deze beproevingen steun gehad aan die hem gegeven belofte van God. Daar kon hij op terugvallen. aarna heeft Kaleb het land moeten veroveren. Nog eens zeven jaar heeft hij moeten wachten voordat hij de vraag om een erfdeel kon stellen. Hij is dan al vijfentachtig jaar oud. Toch is hij met de belovende God niet beschaamd uitgekomen. Hij heeft mogen volharden de Heere na te volgen.

En zo zien we Kaleb daar staan voor Jozua. We horen hem zeggen, voordat het land verdeeld wordt: "En nu, geef mij dit gebergte, waarvan de HEERE te dien dage gesproken heeft..." Is zo'n vraag niet erg onbescheiden? Zo kan het wel overkomen, maar het is de onbescheidenheid van het geloof. We zouden de Heere tekortdoen als we het anders zouden zeggen. De Heere moedigt het Zelf aan: "Opent uwen mond; eist van Mij vrijmoedig, op Mijn trouwverbond; al wat u ontbreekt, schenk Ik, zo gij 't smeekt, mild en overvloedig". De Heere kan en wil en zal het niet doen om Kaleb of om onzentwil, maar Hij doet het op Zijn trouwverbond. Beloofd is beloofd! Daar mag een beroep op worden gedaan bij de troon der genade. Zo mogen we tot de Heere de toevlucht nemen en pleiten op Zijn genadige belofte, die Hij ook voor u en jou persoonlijk heeft willen bekrachtigen.

En Gods Woord is zowel in z'n dreiging als in z'n belofte waarachtig. Niemand van degenen die ouder dan twintig jaar waren, is het beloofde land ingekomen, behalve Jozua en Kaleb. Dat dréigende woord is waar geworden. Maar de belófte is ook vervuld! Kaleb staat daar voor Jozua in het beloofde land. Het is vijfenveertig jaar geleden dat de Heere hem beloofd heeft een erfdeel te geven aan hem en zijn zaad in het land. En Hij mag tijdens de verdeling nog in leven zijn. De leeftijd van de zeer sterken heeft hij overschreden. Hij is zelfs nog even krachtig en gezond als op het moment dat hij als veertigjarige verspieder werd uitgezonden.

We horen hem vragen om het bergland van Juda. We zijn geneigd te zeggen: Wat heb je nu aan zo'n stuk land? Bovendien wonen daar die Enakieten, voor wie het hele volk stond te beven als een rietje. Die moeten eerst ook nog verslagen worden. Hoe kun je nu vragen om zo'n erfdeel? Zo spreekt het ongeloof. In het geloof zien we echter dat alleen de moeite waard is wat God toegezegd heeft. We weten dat we het dan ontvangen in Zijn gunst. En dat maakt rijk. Kaleb weet dat de Heere dat gebied aan hem beloofd heeft. En met de hulp van God zal hij ook de Enakieten kunnen overwinnen. Hij zal strijden en de Heere zal het hem doen gelukken. Dat is nu echt beproefd geloof van een oudere!

Ds. H. Roseboom, Bruchem-Kerkwijk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 juli 1998

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Eis vrijmoedig!

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 juli 1998

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken