Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Martelaren oogstten sympathie bij Romeinen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Martelaren oogstten sympathie bij Romeinen

De eerste christenen ontliepen hun maatschappelijke verantwoordelijkheid niet

6 minuten leestijd

Onze samenleving gaat steeds meer lijken op de wereld van de eerste eeuwen na Christus: een christelijke minderheid in een heidense omgeving. Dat vraagt bezinning op onze positie en verantwoordelijkheid. Het is zinvol ons de vraag te stellen hoe de eerste christenen als vervolgde minderheid hun maatschappelijke verantwoordelijkheid beleefden.

Christenen moesten in de eerste eeuwen hun geloof belijden in een niet-christelijke omgeving. Hun manier van leven werd binnen de samenleving niet ervaren als vanzelfsprekend. De houding ten opzichte van de christenen in de eerste eeuwen had iets dubbels. Martelaren werden vaak met sympathie bekeken.

Een van de eerste keizers die christenen verdrukten, was Nero. Tijdens zijn bewind werd de apostel Petrus gedood. Romeinse keizers moesten worden vereerd als de "Kurios", "Heer". Domitianus was de eerste die deze goddelijke verering voor zich opeiste. Onder hem werd de apostel Johannes verbannen naar Patmos. In Openbaring lezen we dat niet Domitianus, maar Christus de geschiedenis beheerst: "Vrees niet, Ik ben de eerste en de laatste; Ik ben levend in alle eeuwigheid".

In het jaar 202 stelde keizer Severus zware straf op aansluiting bij de christelijke kerk. Catechumenen (leerlingen die zich op de volwassendoop voorbereidden) en pasgedoopten werden vervolgd. Begin 203 werd in het Noordafrikaanse Carthago een groep jonge catechumenen gevangen genomen. Onder hen bevonden zich Perpetua, Felicitas en hun leermeester Saturus.

Martelaarsakten

Hoewel veel martelaarverhalen historisch onbetrouwbaar zijn en door de verbeelding ingekleurd, zijn er ook enkele tientallen oorspronkelijke stukken die betrouwbare informatie bevatten. Deze bestaan bijvoorbeeld uit ambtelijke protocollen, processtukken voorzien van aantekeningen, of uit verslagen van de betrokkenen zelf.

Een van deze betrouwbare documenten is de martelaarsakte over het lijden van de zojuist genoemde Perpetua en Felicitas. De jonge vrouw Perpetua (22 jaar), gehuwd en moeder van een zoontje, komt uit een welgestelde familie. Tot geloof in Christus gekomen, weigert ze Hem te verloochenen. Haar vader probeert haar te overreden: "Bid tot de keizer en tot de goden, heb medelijden met je baby". Door simpelweg een offer voor de keizer te brengen, kan ze haar leven redden. Perpetua volhardt en wordt veroordeeld tot de arena.

Leermeester Saturus had zich uit solidariteit met zijn catechumenen bij de autoriteiten aangegeven. De hoogste keizerlijke ambtenaar neemt in de militaire gevangenis een verhoor af. Door standvastigheid van de christenen komt de directeur van de gevangenis zelf tot geloof. Zingend en sprekend tot de toeschouwers gaan ze de arena binnen. De terechtstelling wordt een publiek getuigenis.

De onbekende samensteller van dit verslag wilde een gedenkschrift leveren, bemoedigende literatuur voor achterblijvende geloofsgenoten. De akte diende Gods eer en de opbouw van Zijn vervolgde kerk.

Apologetiek

Sommigen minachtten de christenen op intellectueel gebied en versleten hen voor aculturele naïevelingen. Anderen hadden kritiek op de christelijke ethiek. Deze kritische houding is het belangrijkste motief geworden voor het ontstaan van de vroegchristelijke apologetiek.

Het Griekse woord "apologetiek" gaat terug op het werkwoord "zich verantwoorden, rekenschap geven". Aanvallen en valse beschuldigingen moesten worden weerlegd. Ook was er behoefte aan een goede verwoording van de christelijke kijk op de wereld en het menselijk leven. De Apologeten zochten een overbrugging van bijbels geloven naar de klassieke cultuur. Hun werk vormt een bewijs dat de vroege christenen ook met geleerde en hooggeplaatste burgers binnen de samenleving in gesprek gingen.

De Apologeten kropen in hun argumenteren in de denktrant van hun tijdgenoten. Dit bracht risico met zich mee. Bij Origenes (185-253) bijvoorbeeld zien we uiteindelijk een afdwaling van de orthodoxie, deels als gevolg van opname van heidense ideeën in zijn theologie. Hiervan kunnen we leren. Christenen moeten zich de niet-christelijke tijdgeest eigen maken en daarin naar aanknopingspunten zoeken. Maar dit mag niet ten koste gaan van de christelijke boodschap zelf.

De eerste christenen hebben zich ervoor ingezet maatschappelijke vooroordelen en misverstanden over de christelijke godsdienst op te ruimen. Tertullianus bijvoorbeeld kritiseert in zijn "Apologeticum" (197) de levensstijl binnen de Romeinse samenleving. Hij benadrukt de morele integriteit van de christenen. Hij zegt: "Christenen worden van moord verdacht, maar wij mogen zelfs niet de foetus in de baarmoeder doden. Want het maakt géén verschil of je een reeds geborene doodt, of dat je een geboorte voorkomt. Het is een méns!"

Eenzelfde standpunt vermeldt ook het "Smeekschrift" van Athenagoras (177): "Wij verklaren dat vrouwen die middelen gebruiken om abortus te plegen een moord op hun geweten hebben, aan God voor een afdrijving verantwoording schuldig zijn. Hoe zouden wij dan een mens kunnen doden?".

Tertullianus haalt gewoontes van christenen aan die blijk geven van sociale bewogenheid: "Het is gebruik dat iedereen op een bepaalde dag van de maand geheel vrijwillig een zeker bedrag apart legt. Dit geld wordt niet uitgegeven aan feestmalen en brasserijen, maar om armen te begraven, kinderen zonder ouders te onderhouden, ouderen die aan huis gebonden zijn te helpen, matrozen die schipbreuk hebben geleden bij te staan, om slaven die in de mijnen moeten zwoegen en wie op eilanden en in gevangenissen zijn ondergebracht, het leven te verlichten".

We zien zo de christelijke kerk bezig zoals deze zich via de bekende handelsroutes langs de hoofdwegen van het Romeinse Rijk had verspreid. De christenen bouwden een duidelijke reputatie op tijdens de rampen die de Romeinse wereld troffen vanaf het midden van de derde eeuw. Het staat vast dat er in het jaar 251 in de wereldstad Rome meer dan 1500 weduwen en armen door de christenen werden ondersteund.

Uitdragen identiteit

De kerk van de Reformatie putte veel kracht uit het geloofsgetuigenis van de eerste christenen. Bij vrijwel alle reformatoren zien we, naast nieuwe aandacht voor de Bijbel, grote belangstelling voor de vroegchristelijke schrijvers. Vervolgde tijdgenoten werden bemoedigd met geloofsgetuigen uit de eerste eeuwen.

Als wij vandaag in reformatorische zin willen leven, mogen we ons ook met de Vroege Kerk verbonden weten. Het belang voor vandaag vatten we als volgt samen:

1. De vroegchristelijke tijd was, net als de reformatietijd, een periode van strijd. Christenen moesten vechten voor hun bestaansrecht. Er werd verantwoording van het christelijk geloof en van de christelijke levenssti jl afgelegd. We mogen vandaag niet vluchten in neutraliteit.

2. Tegenover de decadentie in het heidendom stelden de Apologeten de hoge moraal van het christendom. Zij geloofden dat de wereld de plaats is waar christenen ook door hun gedrag voor Christus moeten winnen.

3. De deelname van de eerste christenen aan het maatschappelijk verkeer vormde een belangrijke missionaire factor. Christenen deelden hun geloof mee in het sociale verkeer. Voor vandaag betekent dit een uitdaging op het punt van de toegenomen mobiliteit en internationalisering: de christen die actief is in de (internationale) handel en wetenschap en in het (elektronische) verkeer beschikt over belangrijke instrumenten om het christelijk geloof in de samenleving present te stellen.

4. Christelijke naastenliefde vormde in de eerste eeuwen een niet te onderschatten oorzaak van kerkgroei. In onze individualistische maatschappij hebben christelijke bewogenheid en persoonlijke aandacht wervende werking.

5. De kerk leeft door de eeuwen heen van de Schrift, legt haar uit en draagt haar verder. Wij leven te midden van de versnippering en de fragmentering van de moderne samenleving. Wij belijden niet verheven boven de tijd van materialisme, defaitisme en individualisme. Vitaal geloof heeft altijd vaste bodem: Gods eigen Woord. Dat kunnen we leren uit onze vroegchristelijke traditie. Hebben wij voor onszelf en tegenover de wereld helder voor ogen wat we geloven?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 6 oktober 1998

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Martelaren oogstten sympathie bij Romeinen

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 6 oktober 1998

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken