Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De grote vergissing van Troelstra

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De grote vergissing van Troelstra

Socialistisch voorman dacht dat Nederland rijp was voor revolutie

5 minuten leestijd

Het jaar 1918 is de geschiedenis ingegaan als het jaar van de revolutiepoging van Pieter Jelles Troelstra. Deze socialistische voorman, politiek leider van de SDAP en een uitstekend redenaar, meende dat Nederland in november 1918 rijp was voor een omwenteling zoals die ook in Rusland en Duitsland had plaatsgevonden. In dit artikel zetten we de gebeurtenissen rond deze poging op een rijtje.

Op 16 en 17 november 1918 zouden de Sociaal Democratische Arbeiderspartij en het Nederlandse Verbond van Vakverenigingen een buitengewoon congres organiseren. Voor dat congres had Troelstra een manifest opgesteld, waaruit bepaald niet bleek dat hij een revolutie voorzag waarin de macht door arbeiders en soldaten zou worden overgenomen.

Het manifest bevatte alleen een lijst met eisen, zoals demobilisatie van de soldaten, invoering van vrouwenkiesrecht, verbetering van de omstandigheden van de arbeiders, afschaffing van de Eerste Kamer en allerlei salarisverhogingen. De lezers werden opgeroepen zich te hoeden voor onbedachte stappen en af te wachten. Toch liepen de gemoederen die week in Nederland heel hoog op.

Revolutie

Het begon zaterdag 9 november. De burgemeester van Rotterdam, A. R. Zimmerman, riep de leider van de SDAP uit die stad, A. W. Heykoop, bij zich. Hij kwam meteen, vergezeld van zijn fractiegenoot J. Brautigam. De burgemeester zei tegen de beide heren dat hij voorzag dat de revolutie in Duitsland niet "voor de vlag in Zevenaar bleef staan" en vroeg de medewerking van deze socialisten om bij die revolutie in Rotterdam alles met orde en regel te laten verlopen.

Heykoop belde natuurlijk direct Troelstra op, die concludeerde dat de bourgeoisie (de rijke burgerij) de macht wilde afstaan. In allerijl werd een vergadering belegd om de machtsovername door de socialisten te regelen.

Zondag 10 november kwamen de socialistische leiders te Rotterdam bijeen. Troelstra en Heykoop, die ondertussen ook gehoord hadden dat keizer Wilhelm II van Duitsland naar Nederland was gevlucht, drongen aan op revolutie. Vele andere socialistische leiders weifelden echter. Zij vonden een revolutie in het democratische Nederland onzinnig en weigerden mee te doen. Na veel heen en weer gepraat werd afgesproken een radicaal program met eisen op te stellen, maar geen revolutie te prediken. Opgelucht gingen de bestuurders van SDAP en NVV naar huis.

Havenarbeiders

Maandag 11 november moest Troelstra een vergadering van havenarbeiders in Rotterdam toespreken. Vlak ervoor las hij een artikel in de "Nieuwe Rotterdamsche Courant", dat zich uitsprak voor aanvaarding van de eisen uit het manifest. Weer zag Troelstra dit als een bevestiging dat de bourgeoisie afstand deed van haar macht. Bij zijn binnenkomst werd hij door de havenarbeiders met strijdliederen en de Internationale (het socialistische lijflied) toegezongen. Vervolgens hield hij een redevoering, waarin hij min of meer duidelijk aangaf dat het tijdstip was aangebroken dat de arbeiders door een revolutie de macht moesten overnemen.

Dinsdag 12 november werd de gedenkwaardigste dag. De Tweede Kamer en de regering waren bijna voltallig bijeen toen Troelstra hen toesprak: "De regering mist (...) de zedelijke kracht en het politiek recht om te blijven zitten. Ziet zij dit niet in, dan zal dit tot uitbarstingen moeten leiden. Volgende week, na het partijcongres, begint de revolutie".

Contrarevolutie

Het is er niet van gekomen. Integendeel, er kwam een soort contrarevolutie op gang. De andere politieke partijen verklaarden bereid te zijn tot veranderingen, maar niet "met het pistool op de borst". Naar Amsterdam, Rotterdam en Den Haag, steden met grote concentraties socialisten, werden troepen gezonden. De vrijwillige Landstorm (soldaten die vroeger in dienst hadden gezeten) werd opgeroepen ter bescherming van rust en orde. Overal werden demonstraties en vergaderingen gehouden die aan koningin en regering steun betuigden, terwijl de massa's waar Troelstra op rekende, de arbeiders zelf, niet in opstand kwamen.

Ook binnen de eigen gelederen was er veel verzet: de NVV weigerde mee te doen en fractiegenoten van de SDAP lieten, zelfs via de pers, weten het niet met hun grote voorman eens te zijn. Op 14 november moest Troelstra in de Tweede Kamer erkennen zich in de verhoudingen te hebben vergist.

Het sluitstuk van deze novembergebeurtenissen vindt plaats op maandag 18 november. Op het Malieveld in Den Haag staat een dicht opeengepakte menigte te wachten op Hare Majesteit koningin Wilhelmina en haar dochter. Als zij in het rijtuig arriveren, is een minutenlang gejuich hun deel, waarin het Nederlandse volk hulde brengt aan het geliefde Oranjehuis. Daaraan zou geen revolutie een einde kunnen maken.

Het is opvallend dat Wilhelmina over de revolutiegebeurtenissen in haar dagboek erg weinig schrijft. Alleen staat er: "Wij maakten enkele spannende dagen door. Ik was met het oog op de toestand van De Ruyghoek naar Den Haag teruggekeerd". Meer niet. Uit brieven van haar secretaris weten we echter dat ze bepaald niet opgewekt was. In die novemberweek heeft ze zich intensief met haar positie beziggehouden. Zou ze nog veel aanhang hebben onder het volk of zou het alles leiden tot een troonsafstand?

Geweldig applaus

De laatste dagen van die novemberweek hebben de liefde voor het koningshuis en voor Wilhelmina duidelijk laten zien. Zaterdag 9 november stroomden de telegrammen met betuigingen van aanhankelijkheid en trouw binnen. Zondag, na de kerkdienst, kreeg Wilhelmina bij het paleis een geweldig applaus van een samengestroomde menigte. Het prinsesje Juliana, die in de tuin genoegelijk bezig was met peuteren in een goot met modder, mocht daar ook in delen.

Vooral die maandag op het Malieveld is voor haar onvergetelijk geweest. Haar secretaris schreef: "Iedereen was absoluut overweldigd, de koningin niet het minst. Telkens ben ik daarna weer bij haar geweest en spraken wij er telkens weer over". De angst had er dan ook behoorlijk diep in gezeten. Emma dacht, toen Wilhelmina in haar door militairen getrokken koets terug kwam vanaf het Malieveld, dat de revolutie was uitgebroken en de Koningin door het volk werd weggevoerd.

Wilhelmina heeft het die novemberweek moeilijk gehad. Maar nu mocht ze zeggen: "Wij zijn veilig geweest in Gods hand. Wij voelen dat Zijne leiding aan onze historie gegeven, opnieuw is bevestigd. Wat was en is, zal ook in de toekomst zijn".

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 oktober 1998

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

De grote vergissing van Troelstra

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 oktober 1998

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken