Bekijk het origineel

Lage rente heeft ook schaduwzijde

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Lage rente heeft ook schaduwzijde

5 minuten leestijd

De rente daalt. Prachtig voor mensen en bedrijven die een beroep doen op de bank. Hij is echter zover gezakt dat zich ook een schaduwzijde aandient. De opbrengsten van de pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen uit de beleggingen in obligaties verminderen. Om in de toekomst aan hun verplichtingen te kunnen blijven voldoen, zullen die instellingen waarschijnlijk de premies op nieuwe polissen gaan verhogen.

De kapitaalmarktrente schommelt momenteel rond 4,1 procent en laat daarmee zo ongeveer een naoorlogs dieptepunt aantekenen. Begin oktober kwam hij zelfs al even onder de 4 procent. We praten over de vergoeding op leningen met een lange looptijd. Als maatstaf hanteren we het rendement op een tienjarige staatsobligatie. De intrest op de geldmarkt, die wordt gestuurd door de centale banken, ligt nog wat lager. Dan hebben we het over kredieten voor een korte periode.

In januari zaten we met de lange tarieven in de buurt van 5,1 procent. Daarna is er dus een verandering opgetreden van een vol procentpunt. De Aziƫ-crisis heeft daarbij een belangrijke rol gespeeld. Beleggers haalden hun middelen weg uit de door financiƫle rampspoed bedreigde gebieden en brachten ze onder in veilig geacht schuldpapier van westerse overheden. Dat aanbod zette, zoals gebruikelijk bij de handel op een vrije markt, de prijs -in dit geval de rentevoet- onder druk. Wat verder terug in het verleden: tot eind september 1996 noteerde hij boven de 6 procent. In de eerste helft van 1995 reikte hij voor het laatst tot voorbij de 7 procent.

Pensioenfondsen

Voor degenen die een huis kopen, zijn het gunstige omstandigheden. De hypotheektarieven zijn immers navenant gedaald. De laatste jaren hebben we dan ook een hausse beleefd van de verkoop van de verschillende producten in die sfeer. Bedrijven kunnen eveneens goedkoop aan geld komen en dat stimuleert de investeringen. Voor mensen met wat spaarcenten achter de hand pakt het anders uit. Hun tegoed levert maar weinig op.

Maar we richten de blik nu speciaal op de gevolgen voor de pensioenfondsen en verzekeringsconcerns, en in het verlengde daarvan voor hun klanten. Dat zijn we bijna allemaal, want de meeste mensen bouwen via die institutionele beleggers, zoals zij worden aangeduid, een reserve op voor de oude dag. De betrokken partijen in ons land beheren in dat kader in totaal ruim 1000 miljard gulden.

Alle activiteiten van de pensioenfondsen en levensverzekeraars berusten op hetzelfde principe. Zij innen premies, periodiek of eenmalig, en zetten het ingelegde kapitaal uit tegen een bepaald rendement. Die twee inkomstenbronnen moeten het vermogen verschaffen waaruit zij straks de aan de polishouder beloofde uitkering betalen.

Obligaties zijn een beleggingsvorm met een gering risico. Een fors deel van het toevertrouwde geld is dan ook ondergebracht in deze schuldtitels. Nu de rente zakt, vertonen de opbrengsten van die portefeuille uiteraard ook een lijn in neerwaartse richting. Daarmee hebben we het probleem geschetst.

Om misverstanden te vermijden: we mogen beslist niet spreken van een acute dreiging dat de fondsen en verzekeraars niet meer aan hun verplichtingen kunnen voldoen. Geen reden tot paniek. Ze zijn rijk genoeg. Maar wie weet, misschien blijft de rente wel structureel rond het huidige lage peil hangen en met het oog daarop vraagt dit onderwerp natuurlijk wel om serieuze aandacht.

Rekenrente

De assuradeuren, met Nationale-Nederlanden als marktleider, hanteren tot dusverre een zogeheten rekenrente van 4 procent. Dat betekent dat zij bij het becijferen van de tarieven voor hun producten veronderstellen dat zij jaarlijks erin slagen met hun bezittingen een rendement te maken van ten minste 4 procent. Zij zeggen een gegarandeerd eindkapitaal toe waarvan de hoogte correspondeert met die aanname. Meestal profiteert de klant trouwens via een winstdelingsregeling ook van het gerealiseerde saldo dat uitgaat boven het minimum.

Inmiddels is de haalbaarheid van die 4 procent niet meer zo zeker. Bovendi en slokken de kosten gemiddeld 0,5 procent op. Dus eigenlijk ligt de ondergrens bij 4,5 procent.

Tegen de achtergrond van dit alles heeft de Verzekeringskamer, die het wettelijk toezicht uitoefent op de maatschappijen, vorige week beslist dat vanaf 1 januari voor nieuwe polissen moet worden uitgegaan van een rekenrente van slechts 3 procent. Het betrof de eerste wijziging op dit punt sinds 1956.

De consequentie van dat besluit kan zijn dat vanaf 1999 iemand die in de toekomst een gewaarborgd bedrag wil ontvangen, meer premie moet storten. Berekeningen wijzen op een mogelijke verhoging van 10 tot 20 procent.

De pensioenfondsen behoeven nog geen maatregelen te treffen. Zij beleggen een groter percentage van het aangereikte vermogen in aandelen en zijn daardoor iets minder gevoelig voor het renteverloop. Maar het Actuarieel Genootschap heeft al alarmerende getallen gepresenteerd voor de situatie waarin ook zij genoodzaakt zijn hun beleid bij te stellen. De premies zullen dan omhoogschieten.

Dat brengt maatschappelijke effecten mee. Zo zal de fiscale aftrekbaarheid leiden tot een tegenvaller voor de schatkist. Verder ligt het voor de hand dat de werknemers in de lonen compensatie eisen voor de hogere lasten, wat slecht is voor de werkgelegenheid.

Polissen

Nog enkele kanttekeningen ter verduidelijking. De polissen met een gegarandeerde uitkering zijn gekoppeld aan beleggingen in obligaties. Daarnaast beschikken verzekeraars echter ook over een portefeuille met aandelen. Daarmee hebben zij de laatste jaren veel verdiend. Als zij uit concurrentieoverwegingen de premies niet wensen te verhogen, mag dat, maar dan moeten zij vanuit hun algemene reserves een voorziening treffen om de pot aan te vullen die bestemd is voor specifiek bovenvermelde soort producten.

Alle oude overeenkomsten blijven voorlopig buiten schot. Wel vraagt de Verzekeringskamer te inventariseren wat de effecten zijn van de lage rente voor de dekking van de daaruit voortvloeiende verplichtingen. Begin volgend zal zij beoordelen of op dat terrein eveneens stappen zijn vereist. De consument kan daarvoor niet opdraaien; contract is contract. Maar misschien moet de maatschappij vanuit haar vermogen kapitaal toevoegen aan de bijzondere buffer.

De aangekondigde veranderingen zijn ook niet van toepassing op polissen zonder een opbrengstgarantie, waarvan het beleggingsrisico volledig voor rekening komt van de klant. De afzet van zulk soort polissen wint steeds meer terrein.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 28 november 1998

Reformatorisch Dagblad | 48 Pagina's

Lage rente heeft ook schaduwzijde

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 28 november 1998

Reformatorisch Dagblad | 48 Pagina's

PDF Bekijken