Bekijk het origineel

Veldleeuwerik gedijt niet in Nederland

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Veldleeuwerik gedijt niet in Nederland

Jubilerend Sovon brengt broedvogels opnieuw in kaart

5 minuten leestijd

In 1973 besloten enkele Nederlandse ornithologen de resultaten van al het Nederlandse vogelonderzoek landelijk te verzamelen. Afgelopen zaterdag vierde Sovon (Samenwerkende Organisaties Vogelonderzoek Nederland) haar 25 jarig bestaan. Het is een professionele organisatie geworden, die voor het jongste broedvogelonderzoek liefst duizend vrijwilligers op de been heeft gekregen.

Gaat het goed met de Nederlandse vogels? De vraag is aan Frank Saris, directeur van Sovon. Want wie kan dat -terugkijkend op vijfentwintig jaar vogelonderzoek- beter beoordelen dan hij? Toch is het antwoord, gegeven in zijn bureau in een prachtige oude villa aan de rand van het Gelderse plaatsje Dal, aarzelend.

"Enerzijds gaat het inderdaad goed met onze vogels. Er zijn nog nooit zo veel vogels in Nederland geweest als in de laatste jaren. Ganzen bijvoorbeeld. Die hebben zich in de loop van de jaren steeds meer geconcentreerd in de Nederlandse overwinteringsgebieden. Het zijn er dus veel meer dan enkele tientallen jaren geleden".

Saris noemt daarnaast enkele zeldzame vogels die de laatste jaren weer talrijker zijn geworden. "De grauwe kiekendief was bijna uitgestorven, maar de laatste jaren broeden er enkele tientallen op de braakliggende akkers in Groningen. De ooievaar breidt zich weer uit, dankzij de verbeterde biotoop. En de lepelaar is weliswaar uit enkele gebieden verdwenen, maar doet het op de Waddeneilanden uitzonderlijk goed".

Verschraling

Maar het verhaal over de Nederlandse vogels is absoluut niet louter een su ccesverhaal. Saris wijst onmiddellijk op de verschraling in de Nederlandse vogelstand. De vogels van het agrarisch gebied zijn de dupe geworden van de grootschalige, intensieve landbouw. Ortolaan en grauwe gors zijn nagenoeg verdwenen, de populaties van geelgors en veldleeuwerik vertonen ook forse inzinkingen. Daarnaast hebben de moerasvogels het zwaar te verduren. Veel van de biotoop van roerdomp, woudaap en grote karekiet is versnipperd, bovendien laat de waterkwaliteit vaak te wensen over. "Er zijn overigens wel hoopvolle ontwikkelingen", meldt Saris, "maar de vraag is of het tij voor deze soorten nog tijdig gekeerd kan worden".

Bescherming

Wat is eigenlijk het nut van al die tienduizenden onderzoeksgegevens over Nederlandse (broed)vogels? Saris hoeft geen moment na te denken over die vraag. Het Sovon-onderzoek speelt volgens hem een belangrijke rol bij de bescherming van vogels. "Op grond van onze onderzoeksresultaten heeft Vogelbescherming de rode lijst samen kunnen stellen. Daarop staan alle Nederlandse broedvogels die bedreigd worden. Ook staat bij elke soort wat de oorzaak van de achteruitgang is. Die rode lijst is zonder enige wijziging overgenomen door het ministerie van landbouw, natuurbeheer en visserij. We hopen natuurlijk dat het ministerie er ook iets mee doet".

Een ander voorbeeld stamt al van vóór Sovon. Uit onderzoek bleek dat het aantal roofvogels in ons land in de jaren zestig dramatisch snel terugliep. De oorzaak werd gevonden in pesticiden, die destijds veel in de landbouw werden gebruikt. Via prooidieren hoopte het gif zich op in de roofvogels, die uiteindelijk het loodje legden. Toen de middelen verboden werden, herstelden de roofvogels zich verrassend snel. Saris: "Nu is er zelfs een hogere roofvogelstand dan vóór de jaren zestig".

Bekendheid

Hoewel Sovon dus een belangrijke schakel is in de bescherming van vogels, komt de organisatie zelf nooit met acties of noodkreten. "Dat ligt niet op onze weg", maakt Saris duidelijk. "We hebben al lang geleden de afspraak gemaakt dat wij alleen de gegevens verzamelen, analyseren en publiceren. Andere organisaties, waaronder natuurlijk de Vogelbescherming, springen daarop in met publieksacties en beschermingsplannen".

Oud-Sovonman Johan Bekhuis spuide onlangs nog zijn kritiek in het orgaan Sovon Nieuws. Hij vindt het jammer dat de organisatie zo weinig aan de weg timmert. Bekhuis: "In mijn nieuwe baan kreeg ik te maken met plantenmensen, insectenmensen, landbouw, de maatschappij. Buiten de vogelwerkgroepen kende niemand Sovon. Terwijl ik ervan overtuigd was dat iedereen Sovon kende. Het Wereldnatuurfonds is bedreven in het zoeken van de publiciteit en heeft een naamsbekendheid van heb-ik-jou-daar. Sommige mensen bekijken dat een beetje met afschuw, maar Sovon zou juist wat meer het grote publiek moeten zoeken. Nieuws dat het goed gaat met de lepelaars? Pats, de wereld in. Een explosie van kwartelkoningen? Pats, hetzelfde. Het gebeurt, maar het zou veel vaker moeten gebeuren".

Maar de huidige directeur werpt de kritiek van zich. "Dat wij onbekend zijn, is niet waar", stelt Saris. "Het afgelopen jaar schreven alle kranten over ons. Ons persbericht over de kwartelkoning, die dit jaar massaal in Nederland opdook, is bijna overal verschenen. Maar wij blijven wel bij ons hoofddoel, en dat is nu eenmaal onderzoek ten behoeve van de natuurbescherming".

Broedvogels

Met het oog op dat hoofddoel is Sovon dit jaar weer een omvangrijk onderzoeksproject gestart. Want de eerste Atlas van de Nederlandse Broedvogels (destijds de reden van de oprichting van Sovon) is dringend aan herziening toe. Duizend vrijwilligers zijn opnieuw op zoek gegaan naar broedvogels. Het afgelopen jaar togen ze menigmaal voor zonsopgang het veld in, gewapend met kijker, stafkaart en een stompje potlood. Drie jaar lang brengen ze in het hun toebedeelde gebied alle broedvogels in kaart.

Het project wordt plaatselijk gecoördineerd door Vogelwerkgroepen, Vogelwachten en IVN's. Na die drie jaar moet er een tamelijk compleet beeld zijn van de aantallen vogels en de ontwikkelingen in de vogelstand. De eerste resultaten zijn al binnen. Vooral de veldleeuwerik is een bron van zorg. Er werden veel kleinere aantallen gevonden van deze hoogvlieger dan tijdens de vorige onderzoeksperiode. Enkele soorten die oorspronkelijk niet in Nederland thuishoren, doen het daarentegen goed. Vooral de nijlgans is al bijna niet meer weg te denken uit de Nederlandse polders.

Saris: "Er zijn nog enkele witte plekken op de kaart. Vooral in Zeeland, Friesland en in delen van Overijssel en Limburg kunnen we nog wel waarnemers gebruiken. Desnoods sturen we onze eigen medewerkers naar die gebieden. Overigens zijn die vrijwilligers het kapitaal van onze vereniging. Als die er niet waren, konden we de deur wel sluiten".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 december 1998

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Veldleeuwerik gedijt niet in Nederland

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 december 1998

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken