Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Crèchekind heeft soms wel twintig juffen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Crèchekind heeft soms wel twintig juffen

Meisjes krijgen tegenwoordig betere opleidingen en dus betere banen

4 minuten leestijd

"Ik werk nu vier dagen per week. Als ons kind straks geboren is, neem ik eerst een halfjaar ouderschapsverlof voor twee dagen per week. Voor de andere twee dagen komen mijn moeder en mijn schoonmoeder ieder één dag. Daarna zie ik wel weer verder".

Aan het woord is Anja, 23 jaar oud, lid van de Gereformeerde Gemeenten en pas afgestudeerd als specialist op een hartbewakingsafdeling van een protestants-christelijk ziekenhuis.

"Toen ik twee jaar geleden klaar was met mijn opleiding, zijn we getrouwd. Mijn man is pas een eigen zaak begonnen. Die ziet er veelbelovend uit, maar voorlopig kunnen we mijn salaris toch nog niet missen. Bovendien kan ik niet zomaar stoppen met mijn werk, want na twee jaar ben ik dan al mijn bevoegdheden kwijt. Dan heb ik mijn opleiding voor niets gedaan".

Dit voorbeeld illustreert de problematiek. Ook in de gereformeerde gezindte krijgen de meisjes een steeds betere opleiding. En dus ook betere banen. Vroeger was dit anders. Toen werd er geredeneerd dat opleiding en studie wereldse zaken waren die niet voor het zielenheil van belang waren.

Uit de literatuur komt, net als bij Anja, naar voren dat er bij werkende vrouwen steeds gesproken wordt over hét kind. In de praktijk blijkt dat veel vrouwen later, als er meer kinderen komen, alsnog helemaal of gedeeltelijk stoppen met werken.

De deur uit

Het kan ook anders. Liesbeth (40, christelijk gereformeerd): "Gaan werken? Ik peins er nog niet over. Ik heb twaalf jaar met veel plezier voor de klas gestaan. Mijn man heeft een prima baan als boekhouder en we hebben samen vier kinderen. Die wil ik zelf opvoeden. Voor je het weet, zijn ze groot. Onze tijd is maar kort en zal ik dan nu mijn beurt voorbij laten gaan? Nooit van m'n leven. Wat ik ga doen als ze de deur uit zijn? Dat is een wissel trekken op de toekomst. Ik denk niet dat wij daar als christenen toe gemachtigd zijn".

Wat gebeurt er nu als vrouwen niet stoppen met werken, maar gehoorzaam doen wat de overheid tegenwoordig van ons verlangt, namelijk dat we onze kinderen zo vroeg mogelijk in een kinderopvang stoppen? Onder voor- en tegenstanders is een vaak gehoorde reactie dat dit slecht is voor de moederbinding, voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van crèchekinderen enzovoorts. Maar wie schetst je verbazing als je dit uit de mond van een crèchekind zelf hoort.

Twintig juffen

Angelique (16) is de dochter van "voorloperouders". "Ik heb eigenlijk nooit echt een moeder alleen voor mezelf gehad. Wel had ik twintig juffen. Allemaal van die mutsen die zo nodig ook een baantje voor halve dagen moesten hebben in een kinderdagverblijf, omdat dat zo goed was voor hun persoonlijke zelfrealisatie. Maar daardoor had ik wel elke week tien juffen: juf Marieke, juf Nellie, juf Willie, en weet ik veel hoe ze verder allemaal heetten. En natuurlijk was er veel verloop, dus al met al heb ik er zeker twintig versleten.

Ik heb wel heel vlug geleerd voor mezelf te zorgen. Dat moest wel, want als je even niet op je speelgoed paste, gapte iemand anders het voor je neus weg. Dus dan sloeg je er maar op los.

Het beste kan ik eigenlijk met mijn oma opschieten. Toen ik op de basisschool zat, en ook nu op de havo, ging ik altijd bij haar eten. Eerst moest ik naar zo'n "oppasmoeder", vreselijk wat een zeur. Ik mocht daar alleen maar netjes zitten, want ze had van die dure meubeltjes en haar eigen kinderen waren al wat ouder. Ik heb daar expres een keer een vreselijke troep gemaakt en toen mocht ik niet meer komen. Sindsdien ga ik gewoon naar mijn oma als er wat is.

Zij heeft me trouwens ook uit de Bijbel leren lezen en op zondagavond ga ik vaak met haar mee naar de kerk. Dat is gezellig. Dan lopen we samen arm in arm en dan hebben mijn ouders ook weer een moment voor zichzelf, want daar hebben ze toch zo walgelijk veel behoefte aan. Nou, ze zoeken het maar uit".

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 1998

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Crèchekind heeft soms wel twintig juffen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 1998

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken