Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Evolutie van christen tot anarchist

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Evolutie van christen tot anarchist

Domela Nieuwenhuis wilde Jezus volgen in hulp voor misdeelden

3 minuten leestijd

"Gij en ik, wij zijn beiden buitengemeen geliefd en buitengemeen gehaat", aldus Domela Nieuwenhuis in 1907 in een curieuze brief aan Abraham Kuyper. In dezelfde brief lezen we dat een bekend Hagenaar in 1888 had gezegd dat de rust van ons land pas hersteld zou worden als men drie mannen een kopje kleiner had gemaakt: Schaepman, Kuyper en Domela Nieuwenhuis.

Wie was Ferdinand Domela Nieuwenhuis? Hij was een in 1846 geboren zoon van een hoogleraar aan het Evangelisch-Luthers Seminarium te Amsterdam, tevens predikant aldaar.

Ook Ferdinand wordt dominee. Zij het een moderne, en een zeer ongewone. In Harlingen, zijn eerste gemeente, vraagt hij niet naar kerkgang of catechisatiebezoek, maar: "Hoeveel verdient uw man en kunt u daarvan rondkomen?" Zes jaar later, inmiddels predikant in Den Haag, heeft Domela het geloof in de hemelvaart van Christus verloren. Hij weigert dan ook de dienst op Hemelvaartsdag te leiden.

Nog drie jaar later zal hij de kerk vaarwel zeggen. Hij had het geloof in God en in de kerk verloren, werd socialist en leider van de arbeidersbeweging. Hij zei Jezus te willen volgen op de weg van de ware godsdienst. Voor hem betekende dat een zich inzetten voor verdrukten en misdeelden. Zelfs ontstond er een Jezus-identificatie, een Jezus-imago en een daarmee samenhangende verering, aldus drs. J. Kruidenier in een eerder artikel in deze krant (10-12-1993).

Zoals bij veel gereformeerden het portret van Kuyper aan de muur hing, zo hing bij de eerste socialisten Domela's indrukwekkende 'christuskop' in elke woonhut. Het kwam zover dat een Friese arbeider, toen hij hoorde dat Domela in aantocht was, uitriep: "u^s verlosser komt".

Liefderijk Opperwezen

Ondanks alle lof die deze sociaal bewogen man ten deel viel, had Domela naar eigen zeggen "iets hoekigs, iets onplooibaars" in zijn karakter. Overigens een hoogst zeldzame zelfafkeuring van Domela, die daarvoor direct een verklaring gaf: "Men moet niet vergeten dat de ervaringen des levens er veel toe bijdroegen om mij gesloten te doen zijn".

Over die ervaringen schreef Domela in zijn "Van Christen tot Anarchist". Twee jaar na zijn huwelijk stierf zijn vrouw, bij de geboorte van haar tweede kind. Door dit sterfgeval is naar zijn eigen overtuiging de grond gelegd voor zijn breken met het geloof. "Ik kon het geloof aan een liefderijk Opperwezen onmogelijk behouden met de ervaring die ik zelf daarvan ondervond". Nieuwe tegenslagen volgden, zoals de dood van zijn tweede vrouw.

Ferdinand Domela Nieuwenhuis staat te boek als de man die van christen tot anarchist ontwikkelde. De voorgaande ervaringen vormden een reden voor die evolutie. Een geheel andere reden was de liefde van Domela voor de vrijheid. Hij was een individualist en sektariër. Vrijheid vormde voor hem het hoogste goed. Partijbinding was voor Domela een knellende band. Binnen het Nederlandse socialisme, als strakke organisatie, voelde hij zich steeds minder thuis. Net zo min als binnen het socialisme als internationale beweging.

Met Duitsers en hun strak georganiseerde sociaal-democratie had Domela wel heel weinig op. "Zij hebben een hartstocht voor het gezag en ze willen tegelijk meesters en slaven zijn, terwijl het anarchisme geen van beide aanvaardt", aldus Domela.

Regelmatige ontwikkeling

"Een onstandvastig mens", oordeelde Christiaan Cornelissen, jarenlang een naaste medewerker van Domela. Zelf ontkende Domela dat zijn leven een aaneenschakeling van afgedankte overtuigingen was. Het was juist "een regelmatige ontwikkeling van het beginsel". Het moest wel uitmonden in het anarchisme: "Eindelijk was ik waar ik wel moest uitkomen". Het zat hem als het ware in het bloed; zoals hij zelf zei: "Niet ieder kan anarchist zijn, al wil hij het ook. Men moet er een natuur voor hebben".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 december 1998

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Evolutie van christen tot anarchist

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 december 1998

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken