Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Zendingswerk in Guinee bestreden

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Zendingswerk in Guinee bestreden

Evangelist Commelin: "Kerk in opbouw kampt met sociale druk van islam"

9 minuten leestijd

Er waren een paar leden van de kerk-in-opbouw van de Zending van de Gereformeerde Gemeenten (ZGG) in Guinee die zich hadden aangemeld voor de doop. Door de sociale druk van de islam dreigen de bekeerlingen echter weer terug te vallen. Zorgen te over voor evangelist J. M. Commelin, die dit jaar (definitief) terugkwam van zeven jaar arbeid in het Afrikaanse land. "Maar ik zie ook de vruchten op het werk".

"Er zijn mensen tot bekering gekomen. Dat is bijzonder groot. Maar ook is er opening naar anderen toe gekomen. Steeds meer mensen willen de Bijbel lezen".

De ZGG werkt vanaf 1991 in Guinee. De keuze voor Guinee is een opmerkelijke geweest, vertelt drs. G. Nieuwenhuis, algemeen secretaris van de ZGG. Hij was nauw betrokken bij de aanzet tot het werk. "Halverwege de jaren tachtig kwam er bij de Gereformeerde Gemeenten behoefte aan een nieuw zendingsgebied. Indonesië lag moeilijk vanwege het visumbeleid, de kerk in Nigeria stond op het punt overgedragen te worden en in Bophuthatswana werden evangelisten tot predikant opgeleid. We zochten toen naar mogelijkheden voor een nieuw zendingsveld. Er werd bewust niet gekozen voor het assisteren van bestaande kerken, maar voor het openen van een geheel nieuw gebied".

Zeven miljoen

Op grond van de gegevens van Barett World Christian Encyclopedia en een onderzoeksrapport van een Amerikaanse zendingsorganisatie bleek dat Guinee, een Franstalig land in West-Afrika, door de zending erg onderbedeeld was. Op de 300.000 mensen was er maar één zendeling, terwijl het land voor 85 procent uit moslims bestaat. Het aantal christenen is niet meer dan 1,5 à 2 procent.

Nadat in 1967 alle zendingswerkers om politieke redenen weg moesten, werd het land in 1984, na de beëindiging van de dictatuur van Sékou Touré, weer opengesteld voor de zending. De ZGG kon met hulp van CAMA, een zendingsorganisatie die al vanaf het begin van deze eeuw in Guinee aanwezig was, met pionierswerk beginnen in het westen van Guinee, in Boké en omgeving.

Weinig werfkracht

Christenen zijn er vooral te vinden bij enkele animistische stammen in het oosten van Guinee, maar de christenen die daar leven, hebben over het algemeen weinig werfkracht naar andere stammen toe, zegt Nieuwenhuis. Ze worden door de moslims ook beschouwd als minderwaardige bevolkingsgroepen. De ZGG is lid van een nationaal overlegplatform van zendingen en kerken in Guinee dat de activiteiten van de buitenlandse zendingsorganisaties in het land coördineert. Terecht, zegt Nieuwenhuis "Als er zo veel nood is in het land, kun je het beste je werk over het land verspreiden".

Het werk van de ZGG in Guinee is veelzijdig opgezet. Er zijn momenteel drie evangelisten: I. van Rijssel, W. C. Polinder en J. Walhout. De laatste is vorige maand benoemd in de plaats van Commelin en zal na een jaar voorbereiding (onder meer in Frankrijk) naar Boké uitgezonden worden. De familie Polinder woont in het Mixiforé-gebied, waar het evangelisatiewerk na enkele jaren intensieve voorbereiding (in verband met taalstudie) binnenkort kan beginnen. Van Rijssel heeft als standplaats Boké.

Carla de Bruin, die in 1991 als eerste zendingswerkster Guinee binnenkwam, werkt samen met een medewerker aan de vertaling van het Oude Testament in het Soso (een van de drie belangrijkste talen in Guinee) en aan de revisie van het Nieuwe Testament in dezelfde taal. Ten slotte zijn vanuit de ZGG werkzaam lectuurwerkster Rineke van Rijn (vooral actief in de leeszaal en met kinderevangelisatiewerk), technicus/administrateur M. Nijsse (betrokken bij enkele diaconale projecten), Ineke Troost (onderwijzeres) en Jacqueline Janse (linguïste).

Enorme druk

Het evangeliseren in een land als Guinee wordt geconfronteerd met de enorme druk van de moslimomgeving. "De sociale verbanden zijn erg belangrijk. Wanneer iemand christen wordt en uit de familie wordt gestoten, heeft dat ook tot gevolg dat hij in economisch opzicht geen kant meer uit kan. Menselijkerwijs gesproken kunnen alleen de christenen die in staat zijn zichzelf te bedruipen, overleven".

Boké is een nagenoeg islamitische stad met enkele honderden rooms-katholieken (Commelin: "Aan hen kun je soms een voorbeeld nemen, want ze zijn ons altijd voor"). "In Boké zelf zijn er geen protestantse christenen, alleen moslims", zo vat Commelin de situatie in de stad kortweg samen.

Het dagelijks leven in Guinee is zwaar. Alleen fysiek al: Het is in Guinee altijd heet en zeer vochtig (vochtigheidsgraad 80 à 90 procent). Er is voor een westerling een grote taalbarrière. Volgens Commelin zijn er wel drie talen nodig om het werk goed te kunnen doen. "Dat is naast Frans en een Afrikaanse taal ook het Arabisch. Arabisch is voor moslims een heilige taal. De godsdienstige taal in Guinee is doorspekt met Arabische termen. Bovendien moet een zendingswerker continu blijven studeren op de wereld van de islam. Na zeven jaar studie op dit gebied heb je nog het gevoel dat je maar een leek bent".

"Moslims staan niet te trappelen om naar zendelingen te luisteren", is de ervaring van Commelin. "Ze zeggen: Wij hebben ons eigen goddelijke en heilige boek, waarom gaan jullie niet naar de heidenen? De islam doortrekt het hele leven, ook sociaal gezien. Al heeft de islam in Guinee het karakter van een volksislam, men voelt zich toch wel één met moslims in de Arabische landen. De moslims zijn er niet zo militant, maar als een moslim overgaat naar een andere religie, wordt hij wel door de familie verstoten. Soms zelfs proberen fanatieke moslims zo iemand te vermoorden. Officieel is er godsdienstvrijheid, maar de praktijk is soms anders".

Gedagvaard

Een duidelijk voorbeeld van druk op christen geworden moslims is het verhaal van Algassimou Bah in Boke. Hij is in de gevangenis tot bekering gekomen. Daar trof Commelin hem aan. Algassimou is een neef van een beroemde kalief uit Senegal, die op zijn beurt weer familie is van de grondlegger van de islam in Senegal. Het getuigenis van Algassimou dat Jezus de Zoon van God is, is hem opgebroken: hij werd gedagvaard voor de familieraad, die hem sommeerde zijn geloof af te zweren. Tot driemaal toe weigerde hij en had hij zelfs de moed om voor de familie een christelijk getuigenis te geven.

Toch blijkt nu dat de weerstand van de kant van de islam hem te veel is geworden, al blijven de zaken nog wel onduidelijk. "De druk was groot geworden. De ambassade van Senegal en zelfs die van Koeweit moesten eraan te pas komen. Hij kreeg de boodschap: Als je zo door blijft gaan, zijn we niet in staat voor je leven in te staan. We weten nu niet eens meer hoe zijn situatie is".

Dan komt er een probleem bij: de steun van de zending die nodig is om een bekeerling in zijn levensonderhoud te laten voorzien. Commelin: "Bekeerlin gen uit de islam komen alleen te staan en moeten vaak ook financieel ondersteund worden. Maar dat brengt weer een ander probleem met zich mee: je maakt mensen afhankelijk van jezelf. Er komen mensen in de verleiding om christen te worden omwille van den brode, rijstchristenen dus. Ik wil niet zeggen dat het bij Algassimou het geval was, want hij heeft oprecht de naam van Christus beleden en daar veel om geleden. Maar het maakt je wel voorzichtig".

Zondagse diensten

In Boké worden elke zondag bijeenkomsten gehouden. De meeste kerkgangers zijn geen belijders van de christelijke godsdienst, maar stellen wel veel belang in de Bijbel. Het zijn mensen met wie (soms bij hen thuis) aan bijbelstudie wordt gedaan. Ook de familie komt dan in aanraking met het Woord van God. Contact met de inwoners van Guinee is in de stad wel gemakkelijker dan in het westen. "Mensen leven op straat en oefenen meestal vlak voor hun woning hun beroep uit. Je kunt gemakkelijker een praatje maken".

In de eigen leeszaal in Boké is volop lectuur aanwezig. "Het is een zaal die voor iedereen open is. Men kan er stil lezen of vragen stellen, of samen lezen in wat we noemen: het heilig boek van God. Rineke van Rijn heeft daar de leiding. We verwijzen wel eens naar een uitspraak van Mohammed, die zegt dat moslims de boeken van de christenen moeten accepteren".

Een positief verhaal uit Guinee is dat van Hammidoe Diallo, een Guineese ambtenaar die een behoorlijke positie bekleedt en niet afhankelijk is van steun van de familie. "Hij heeft de bijbelcursus Oude Testament gevolgd, zich verdiept in het Nieuwe Testament en op een gegeven moment gezegd: "Monsieur Jean, ik heb in mijn hart voorgenomen christen te worden. Ik geloof dat Jezus de Zoon van God is. Als de profeten in het Oude Testament al zo duidelijk van Hem getuigd hebben, hoe zou ik dat dan in twijfel kunnen trekken?" Zo heeft hij zijn geloof beleden, heel eenvoudig. Het is hem niet gemakkelijk gemaakt. Zijn vrouw heeft hem in de steek gelaten. Het mooie is dat hij er openlijk voor uitkomt in de Bijbel te lezen. Hij werkt als ambtenaar in Boké en zijn Bijbel ligt op zijn bureau in het gemeentehuis. Hammidoe moet nog wel enkele lessen volgen voordat hij de doop kan aanvragen".

De vruchten van het evangelisatiewerk zijn vaak voor ons verborgen, ook in Guinee, zegt Commelin. "Ook in de tijd van Jezus waren er gelovigen die in het verborgen leefden, zoals Nicodemus. Ze bleven op de achtergrond en waren in het geheim discipel van Jezus. Tijdens de kruisiging kwam het tot een doorbraak. We hopen dat dit ook in Guinee zal gebeuren. Eigenlijk is dat in zekere zin al gebeurd. We hebben zes jaar lang gewerkt en je zag weinig vrucht, maar in het laatste jaar is er veel gebeurd. Mensen beleden hun geloof in de Heere Jezus. Maar dat verwekte wel grote weerstand van de kant van de moslims".

Drijfveer

Commelin is ervan overtuigd dat de Bijbel zijn werk doet. "Vanuit de leeszaal zijn er al heel wat Bijbels verkocht en verspreid. Dat vind ik iets groots, iets geweldigs in Guinee: dat de Bijbel bij velen een bekend boek is geworden. Wat voor mij de belangrijkste drijfveer is geweest in Boké is het gebed. De grootste kracht van een zendingswerker is niet de kundige benadering vanuit het Woord van God, maar het biddend strijden".

Maar, daar hoort ook de voorbede van het thuisfront bij. "Als wij als kerk een zendingsgebied openen, moeten we er ook met hart en ziel achterstaan. En gebeurt dat altijd? Hoeveel mensen leven werkelijk met het zendingswerk in Guinee mee? We horen nu van mogelijke terugval, al is veel nog onduidelijk. Maar hebben we als kerken wel biddend met dit werk geworsteld?"

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 december 1998

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Zendingswerk in Guinee bestreden

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 december 1998

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken