Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Koehandel over EU-landbouwbeleid

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Koehandel over EU-landbouwbeleid

LTO-voorzitter: Voor Nederland telt bij hervormingen alleen het laatste kwartje

9 minuten leestijd

De hervorming van het Europees landbouwbeleid dreigt voor de Nederlandse boeren helemaal verkeerd uit te pakken. Voorzitter G. J. Doornbos van LTO-Nederland volgt met argusogen de onderhandelingen tussen de EU-landen. "Het zoeken naar een compromis wordt een ordinaire koehandel." Over de opstelling van het kabinet-Kok is hij zeer negatief. "De regering is volstrekt kortzichtig bezig."

De al bijna 2 jaar durende discussie over de hervorming van het landbouwbeleid in de Europese Unie komt in een cruciale fase. Over twee weken moeten de ministers van Landbouw een akkoord zien te bereiken. Inzet van de hervorming is een scherpe prijsverlaging voor zuivel, graan en rundvlees met respectievelijk 15, 20 en 30 procent. In ruil daarvoor worden de boeren gedeeltelijk gecompenseerd met inkomenssteun.

Op zich is Doornbos een voorstander van de veranderingen. "Het huidige beleid is op langere termijn niet te handhaven. De Europese Unie heeft in afwijking van veel alle andere landen een beleid waarin prijsondersteuning van de producten centraal staat, waardoor de prijzen aanzienlijk hoger liggen dan op de wereldmarkt. De kritiek dat dit concurrentievervalsend werkt, is terecht. De hervorming is bovendien nodig met het oog op de uitbreiding van de EU met Midden- en Oost-Europese landen en de onderhandelingen over een liberalisering van de landbouwhandel in de wereld." Eind dit jaar gaan deze van start in het kader van de Wereldhandelsorganisatie (WTO).

Belangrijkste kritiek

De voorzitter van LTO-Nederland, waarbij bijna alle boeren in ons land zijn aangesloten, is het voor een belangrijk deel wel met de hervorming eens. Zijn belangrijkste kritiek betreft de vergoeding voor de prijsverlagingen. De korting wordt maar voor de helft gecompenseerd en dat vinden LTO en ook de andere boerenbonden in Europa veel te weinig.

De prijsdalingen in de EU zijn bedoeld om aansluiting te krijgen bij de veel lagere prijzen op de wereldmarkt. Deze stap heeft echter nu niet het beoogde effect, omdat ten tijde van het opstellen van de hervormingsplannen -bijna 2 jaar geleden- de situatie op de wereldmarkt volstrekt anders was, aldus Doornbos. "De graanprijs is sindsdien door de crisis in Azië en Rusland met eenderde omlaag gegaan, terwijl ook de prijs voor rundvlees als gevolg van de gekke-koeienziekte (bse) scherp is gedaald. Het is daarom beter de prijsdalingen langzamer in te voeren. Bovendien moet ook het instrument van de productiebeheersing voorlopig nog worden ingezet, terwijl Brussel dat eigenlijk niet wil."

Verder kan LTO-Nederland zich voor een groot deel in de voorstellen van de Europese Commissie vinden. "Bij het streven naar meer vrijhandel zijn we het in grote lijnen met de Commissie eens. Liberalisering is onvermijdelijk. Het is van belang dat er in Europa een landbouwbeleid komt dat wereldwijd wordt geaccepteerd. Het heeft geen zin om een richting in te slaan waarmee we straks weer tot de verliezers behoren, net als de eerdere onderhandelingsronde over vrijhandel die 5 jaar geleden werd afgesloten."

Ook onderschrijft de Nederlandse boerenorganisatie het standpunt van de Commissie dat er voor het nieuwe landbouwbeleid draagvlak in de samenleving moet zijn. Brussel wil dit verwezenlijken door aan de inkomenstoeslagen voorwaarden voor de wijze van produceren te verbinden. De boeren krijgen in ruil voor die premies verplichtingen om te voldoen aan de Europese wijze van produceren. De voorwaarden hebben betrekking op bijvoorbeeld het niet gebruiken van groeibevorderaars en de nadruk op dierenwelzijn, milieu, natuur en landschap.

Dat LTO de koppeling van inkomenstoeslagen aan voorwaarden onderschrijft, is een grote stap, aldus Doornbos. "Eerst waren we daar vrij kritisch over, maar nu hebben we als enige landbouworganisatie deze omslag gemaakt, omdat we inzien dat een draagvlak in de samenleving erg belangrijk is. Als we dat niet doen, zal er snel ongenuanceerde kritiek komen op de inkomenstoeslagen, evenals dat nu het geval is op het huidige beleid. Velen menen immers ten onrechte dat de landbouw nu alleen maar overschotten produceert en dat de consument een te hoge prijs voor zijn eten moet betalen."

Grillen van politici

Toch kleeft er aan de invoering van inkomenstoeslagen een groot gevaar. Op deze manier kan de landbouw gevoelig worden voor de politieke luimen van het moment. In tijden van bezuinigingen kunnen de premies een interessant doelwit vormen. Ook kunnen er voortdurend extra voorwaarden aan worden gesteld. Doornbos erkent dat de toeslagen riskant zijn, maar hij merkt daarbij op dat er wat dat betreft weinig verandert. "Ook nu worden de prijzen van verschillende landbouwproducten jaarlijks door de Europese landbouwministers vastgesteld." De LTO-voorzitter heeft inmiddels genoeg ervaring met de grillen van politici. "Ik heb in al die jaren dat ik in deze functie zit nog nooit een andere afweging gemaakt dan een afweging tussen twee kwaden."

Hoewel de argumenten voor financiële steun aan de boeren goed onderbouwd zijn, worden ze lang niet door iedereen onderschreven. Bijvoorbeeld landen zoals Nieuw-Zeeland en Australië vinden dat de landbouw een gewone economische sector is, waar de ondernemers zelf hun broek moeten ophouden. Zij pleiten voor een volstrekt geliberaliseerde markt voor agrarische producten.

Doornbos vindt een dergelijke opstelling kortzichtig. "De landbouw is geen fietsenfabriek die snel kan reageren als de vraag daalt of stijgt door zijn productie in te krimpen of uit te breiden. Boeren kunnen hun productie niet ineens aanpassen als de marktsituatie wijzigt. Bovendien hebben we te maken met wisselende opbrengsten door het weer. Vanuit dat oogpunt is het nodig dat de overheid een verantwoordelijkheid houdt bij de voedselvoorziening."

Als er een volledige liberalisering komt, geldt volgens de LTO-voorzitter nog maar één uitgangspunt: "De hoogste productie tegen de laagste prijs. Dat is markt, maar dan behoeven we niet meer te praten over meanderende beekjes, houtwallen, dierenwelzijn en dierengezondheid, terwijl we dat in Nederland toch willen? Bovendien moeten we ook niet vergeten dat een leefbaar platteland alleen mogelijk is met een vitale agrarische sector."

Inkomensdaling

De Europese Unie moet de komende tijd beslissen welke kant het landbouwbeleid op moet. Globaal zijn alle lidstaten het wel eens met het voorstel van de Europese Commissie om het oude beleid van prijsbescherming door exportsubsidies en importheffingen te vervangen door een systeem van lagere prijzen en inkomenstoeslagen.

Toch is er nog weinig vooruitgang geboekt in de onderhandelingen. Een belangrijke reden hiervoor is dat veel lidstaten bang zijn voor een forse inkomensdaling van bepaalde groepen boeren. Zij geloven niet in de verhalen van EU-landbouwcommissaris Fischler dat de Europese agrariërs beter worden van de hervormingen.

Ook Doornbos stelt dat de commissaris geen gelijk heeft. Hij wijst erop dat het Landbouw-Economisch Instituut (LEI) heeft uitgerekend dat het nieuwe beleid de gemiddelde Nederlandse akkerbouwer jaarlijks 6250 gulden kost. Bij degenen met fabrieksaardappelen gaat het zelfs om 14.000 gulden. De prijsdalingen kosten de melkveehouders 15.530 gulden, terwijl het effect bij de vleesveehouders op een nadeel van 22.790 is berekend. De kalvermesters komen bovendien helemaal niet in aanmerking voor een premie.

De EU-onderhandelingen over de hervormingen zijn ook vertraagd door meningsverschillen over het tempo van de liberalisering. Zo willen Groot-Brittannië, Denemarken, Italië, Zweden en Griekenland de melkquota sneller afschaffen, terwijl onder andere Nederland en Duitsland daar niet voor voelen.

Financiering

Het belangrijkste strijdpunt is de financiering van het beleid. Elk land heeft zo zijn opvattingen, waarbij de positie van de eigen landbouw veelal doorslaggevend is. Zo pleiten Nederland en Duitsland voor een plafond voor de landbouwuitgaven. Het kabinet-Kok heeft zelfs in het regeerakkoord afgesproken dat ons land de jaarlijkse afdracht aan de EU van nu 10,7 miljard gulden op termijn met 1,3 miljard gulden wil verlagen. Andere landen, zoals Frankrijk dat sterk profiteert van het Europees landbouwbeleid, zijn daarentegen tegen zo'n plafond.

In de discussies over de landbouwhervormingen speelt het EU-budget een essentiële rol. Hierdoor is de opstelling van de Europese ministers van Financiën belangrijker dan die van hun collega's van Landbouw. Volgens Doornbos is dat "heel slecht." In de opstelling van Nederland heeft hij dan ook geen vertrouwen. "Minister Apotheker van Landbouw heeft binnen het kabinet volgens mij geen millimeter speelruimte. Hij staat weliswaar zeer open voor onze argumenten, we hebben een uitstekend overleg met hem, maar wat levert dat op? Apotheker en zijn ambtenaren moeten tijdens besprekingen met ons toegeven dat wij gelijk hebben, maar toch kunnen ze ons dat niet geven."

"De discussie over het Europees landbouwbeleid in Nederland wordt op dit moment bepaald door premier Kok en de ministers Zalm van Financiën en Van Aartsen van Buitenlandse Zaken. Hun inzet is de knoet van 1,3 miljard gulden. Het kabinet heeft bij het Europees landbouwbeleid eigenlijk maar één doel voor ogen en dat is bezuinigen. Om dat te realiseren steunt de regering zelfs het Franse voorstel om de inkomenstoeslagen op termijn af te bouwen. Ze letten er dan echter niet op dat dit op lange termijn in feite leidt tot een volstrekt geliberaliseerde landbouw met alle gevolgen van dien voor de kwaliteit van het platteland."

Duurzame landbouw

De LTO-voorzitter verwijt het kabinet een kortzichtige opstelling. "Onlangs heeft landbouwminister Apotheker in een nota gesteld dat de regering wil investeren in het platteland. De kwaliteit van het landschap en een duurzame landbouw staan daarbij centraal. Maar hoe moet ik dat rijmen met de doelstelling van liberalisering en bezuiniging? Door zo'n tweeslachtige houding zijn premier Kok en de zijnen bezig de Nederlandse samenleving een oor aan te naaien."

Dat het kabinet de betalingen aan de Europese Unie wil verminderen, kan Doornbos nog billijken, maar hij vindt dat het probleem dan wel op een rechtvaardige manier moet worden aangepakt. "Als je vindt dat je aan de gezamenlijke pot te veel betaalt, moet je het over je bijdrage hebben. Maar als je dat niet durft, of als dat niet lukt en je gaat vervolgens over de ruggen van de boeren in Nederland sleutelen aan de uitgaven zonder goed te kijken wat daar de effecten van zijn, dan ben je dom bezig. 't Is allemaal kortetermijnkruidenierspolitiek."

Oogkleppen

Aanstaande donderdag worden de Europese hervormingen in de Tweede Kamer besproken. De LTO-voorzitter denkt niet dat dit zal leiden tot een ander standpunt. "Van paars mag je niks kwaads zeggen, want dan veren allerlei mensen omhoog."

Doornbos heeft ook weinig vertrouwen in de uitkomst van de onderhandelingen van de Europese landbouwministers over twee weken. "Voor Nederland is alles bespreekbaar als het maar geld oplevert. Het hele Nederlandse kabinet praat met oogkleppen op en holt als een blind paard achter de voorstellen van de Commissie aan. En minister Apotheker mag op de automatische piloot naar Brussel om de Nederlandse standpunten over te brengen."

Bij het zoeken naar een compromis tussen de lidstaten verwacht de LTO-voorzitter een "ordinaire koehandel. Of de landbouwministers tot een akkoord zullen komen, valt nauwelijks te zeggen. Het is gezien de meningsverschillen maar de vraag of ze er deze maand uitkomen. Elk land let scherp op zijn eigen belang. Ook Nederland, en dat is het belang van het laatste kwartje."

Dit is het eerste deel in een serie over de hervorming van het Europees landbouwbeleid. Morgen verschijnt het tweede deel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 9 februari 1999

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Koehandel over EU-landbouwbeleid

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 9 februari 1999

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken