Bekijk het origineel

Nostalgie op een moderne gevel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Nostalgie op een moderne gevel

Baarnse beeldhouwster laat cursisten gevelstenen boetseren

6 minuten leestijd

"In 't root scaep", staat er op de gevelsteen, maar het schaap lijkt meer op een misvormde hond. Anatomisch klopt er vaak weinig van de afbeeldingen op oude gevelstenen, maar "ze geven een huis iets eigens, iets persoonlijks, kleur en warmte." De Baarnse beeldhouwster Nieneke Lamme herstelt de traditie in ere. Volgende week verschijnt haar boek "Gevelstenen boetseren".

In de tuin van haar statige oude huis in Baarn staan beeldjes. Achter het huiskamerraam: beeldjes. Bij de voordeur ook. Naast de deur hangt de gevelsteen "Het vrolijke lam", een zinspeling op de naam van de kunstenares. "Al ben ik niet altijd vrolijk, maar ik probeer het wel te zijn."

Stuk voor stuk zijn het producten van de bewoonster, die al sinds de kleuterschool geboeid wordt door kleiwerkstukken. In haar geboorteplaats Hilversum kreeg ze tekenlessen van frater Beatus. Hij liet haar één keer boetseren, maar daarna moest ze terug naar de tekentafel. Dat gebeurde niet. "Boetseren was veel leuker, dus toen heeft hij me dat geleerd. Nu ben ik altijd, iedere dag, met klei bezig."

Nieneke Lamme werkte in een pottenbakkerij en op het gipsatelier van televisiemaatschappij NOS. Toen ze trouwde en kinderen kreeg, stopte ze met werken, maar boetseren bleef haar hobby. Met exposities op markten kreeg ze het geld voor haar atelier bij elkaar. Met de cursussen die ze tijdens haar huwelijk twee keer per week gaf, houdt ze zich sindsdien fulltime bezig. Daarnaast gaat ze met haar eigen werk naar exposities.

Eens in de 2 jaar houdt de Baarnse kunstenaarsvereniging "open atelier". "Alle kunstenaars in dit dorp houden dan open huis. Twee dagen lang kunnen mensen van het ene atelier naar het andere fietsen. Pótten koffie en thee gaan er dan door."

Nieuwe techniek

Nieneke Lamme is de uitvindster van de uitholtechniek. "Ik gaf mijn cursussen van september tot mei en had daardoor 's zomers geen inkomen. Daarom ging ik een jaar of 8 geleden cursusweken beleggen, waarin grotere werkstukken werden gemaakt. Grote beelden konden echter alleen gemaakt worden met een armatuur, dus dan kon je ze niet bakken en moesten ze in brons worden afgegoten. Dat liet ik anderen doen, want het is vies werk, met giftig spul.

Tijdens de cursusweken kwam de uitholtechniek tot stand en toen hoefde ik de kunstwerken niet meer in brons af te gieten. Ik maakte eerst een massief beeld van soms wel 80 kilo klei. Door het afsnijden van plakken holde ik hem uit. Zo kun je de beelden bakken zonder dat ze uit elkaar vallen.

Ik maak vaak ronde vrouwenfiguren en portretten. Bij de frater leerde ik veel over de menselijke anatomie. Je mocht niet stoppen voordat je alle nageltjes en ooghaartjes afgewerkt had. Dat precieze heb ik wel wat losgelaten. Ik werk nu met grote, strakke vormen in een sierlijk gebogen lijnenspel. Het gaat meer om het gevoel achter het boetseren, maar mijn werk is wel herkenbaar gebleven.

Ik ben blij dat ik de anatomielessen gekregen heb, want daardoor zie ik door veel moderne werkstukken heen. Vaak kloppen ze niet. Moderne kunstenaars zeggen dan dat het niet hóéft te kloppen, maar daar ben ik het niet mee eens. Je mag niet halverwege een werkstuk een stijlbreuk hebben. Een kunstwerk moet harmonie uitstralen."

Gevelstenen

Nieneke steekt haar sigaret aan met de waakvlam van de geiser en wijst naar de gevelstenen aan de muur van het atelier. "Daarin gebruik ik géén grote, strakke vormen en laat ik ook geen details weg." De stenen hebben een vast formaat. "Anders pasten ze niet in mijn oven, maar inmiddels heb ik een nieuwe."

De interesse voor de gevelstenen ontstond tijdens een wandeling door de Utrechtse binnenstad. Net als in Amsterdam zijn in de Domstad veel van dergelijke stenen bewaard gebleven. "De mensen moesten het tot 1795 grotendeels zonder straatnaambordjes en huisnummers stellen, dus in de Middeleeuwen gebruikte men houten uithangborden als adresaanduiding. Ze woonden dan achter "Het witte paard" of tegenover "De rode kater". In sommige beroepsgroepen was een dergelijk uithangbord zelfs verplicht. Nog altijd is daardoor te zien waar vroeger de smid, de vroedvrouw en de slager woonden."

Na de stadsbrand in Amsterdam in 1421 bepaalde het gemeentebestuur dat nieuwe huizen niet meer van hout mochten zijn. De houten uithangborden werden vervangen door gevelstenen, gebeeldhouwde reliëfs die doorgaans in het fries onder de onderpui werden aangebracht. Ze dienden meestal als adresaanduiding, maar ook wel als gedenksteen. Vaak werden bijbelse gebeurtenissen of dieren uitgebeeld. Soms is de betekenis onduidelijk. Veel stenen zijn inmiddels verdwenen. "In Amsterdam hebben ze een muur neergezet met gevelstenen van afgebroken huizen."

Rust en nostalgie

Mevrouw Lamme begon zelf gevelstenen te vervaardigen. "Ik heb er inmiddels zo'n twintig gemaakt, zowel voor een oud Amsterdams pandje als voor modernere huizen." Haar cursus "Gevelstenen boetseren" sloeg aan. "De cursisten kunnen er niet alleen hun creativiteit in kwijt, maar ze maken ook echt iets persoonlijks. Mensen willen zich graag van anderen onderscheiden. Sommigen beelden hun naam uit, zoals ik dat zelf heb gedaan met "Het vrolijke lam". Cursist Hoogenboom maakte een gevelsteen met een mooie, hoge appelboom. Ook een beroep of hobby kan worden uitgebeeld.

De uit witte charlotteklei geboetseerde stenen worden met acrylverf beschilderd en dan gebakken, waardoor ze een beschermlaag en tegelijk een oud tintje hebben. Het geeft een huis een oud sfeertje, een stukje nostalgie. Mensen zoeken in deze gehaaste tijd een rustige plek en vinden die vaak in historische dingen, zoals stamboomonderzoek of plaatselijke historie. Cursisten boetseren echter ook omdat het rustgevend is om met klei bezig te zijn en om iets samen met andere mensen te doen. Het geeft een psychische opkikker. Ze kunnen de dingen van alledag even vergeten."

Het boetseren van gevelstenen is vrij eenvoudig, zegt de Baarnse kunstenares. "Het is gewoon leuk, ook als de vormen en afmetingen niet zo fantastisch zijn. Dat hoeft ook helemaal niet. Als je oude stenen ziet, lach je je soms wezenloos. Soms staat er een paard op. 't Is dat er dan "paerd" onder staat, anders zou je denken dat het een haasje is."

Boekenserie

"Gevelstenen boetseren" is behalve een cursus ook de titel van het boek dat mevrouw Lamme volgende week bij de Baarnse uitgever Cantecleer publiceert (verkoopprijs 34,95). Vorig jaar verscheen daar haar boek "Beelden boetseren" ( 39,95) en komend najaar rolt "Dieren boetseren" van de pers. Het boek over de gevelstenen is door de dochter van de schrijfster geïllustreerd. Stap voor stap laat Lamme zien hoe gevelstenen worden gemaakt. Het boek is rijk aan foto's, voorbeelden en patronen.

"Het beeld van twee lopende, kletsende vrouwtjes zie ik als een van de hoogtepunten van mijn boetseerwerk uit de afgelopen decennia. M'n vader vond het ook erg mooi, dus ik plaats het op zijn graf. Tijdens het boetseren denk ik vaak: Dít is het, maar als het dan klaar is, denk ik: Tja...

Dus de volgende keer probeer ik het maar weer beter te doen."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 10 april 1999

Reformatorisch Dagblad | 44 Pagina's

Nostalgie op een moderne gevel

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 10 april 1999

Reformatorisch Dagblad | 44 Pagina's

PDF Bekijken