Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Biobloemen zijn nog kasplantjes

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Biobloemen zijn nog kasplantjes

Groter assortiment van essentieel belang voor ecologische sierteelt

7 minuten leestijd

HAARLEM - Met biologische bloemen en planten is het nog steeds pionieren. Vooral door het beperkte assortiment komt de ecosierteelt moeilijk van de grond. Er zijn perspectieven, maar er is nog een lange weg te gaan.

Eigenaar H. Houweling van "Bloemsierkunst Monique" in Haarlem-Noord verkoopt niet alleen gewone tulpen, fresia's, primula's en dergelijke. Het gele reclamebord buiten op de stoep met de tekst "Gea, milieuvriendelijke bloemen en planten" geeft aan dat klanten bij hem ook voor ecologische sierteeltproducten terechtkunnen.

Voor het oog is het verschil tussen beide soorten niet te zien, maar volgens Houweling is er wel degelijk onderscheid. "De biobloemen en -planten worden op een natuurlijke wijze, zonder kunstmest en chemische gewasbeschermingsmiddelen, geteeld. Hierdoor zijn ze vaak wat sterker en ruiken ze ook iets lekkerder dan de gewone producten."

Om de consument duidelijk te maken dat het om biologische bloemen en planten gaat, dragen ze het Eko-keurmerk en het Gea-label. De naam Gea verwijst naar de godin der aarde uit de Griekse mythologie.

Bloemenveiling Aalsmeer

De biologische sierteelt is nog een betrekkelijk jonge loot aan de Eko-stam. Het idee van deze natuurvriendelijke werkwijze kwam van de akkerbouw en de groenteteelt. Verschillende bloemen- en plantenkwekers schakelden rond 1990 over op een ecologische bedrijfsvoering.

Het kleinschalige initiatief kreeg in 1993 een enorme stimulans toen Bloemenveiling Aalsmeer onder de merknaam "Gea" biologisch geteelde bloemen en planten ging verhandelen. De veiling benaderde voor het project tien bloemenwinkels, waaronder die van Houweling.

"In het begin ging het vrij goed. De consument had aanvankelijk best belangstelling, maar al snel liep het minder", aldus de bloemist uit Haarlem. "De biosierteelt kampte met het kip-en-eiprobleem. Kwekers moeten 2 jaar ecologisch werken voordat hun producten het Eko-keurmerk krijgen. Tijdens deze periode van omschakeling hebben ze te maken met extra risico's omdat er niet gespoten mag worden, terwijl de productie door het niet gebruiken van kunstmest lager ligt."

Door deze nadelen viel de interesse van de telers tegen. Houweling: "Het gevolg was dat er niet het hele jaar voldoende bloemen en planten werden aangevoerd, waardoor vraag en aanbod niet op elkaar aansloten. Zomers, als er veel bioproducten waren, was de vraag te klein, terwijl er 's winters te weinig aanbod was."

Door de problemen kwam het Gea-project niet goed van de grond. Bij de start was de verwachting dat de biologische bloemen en planten 1 tot 3 procent van de landelijke distributie voor hun rekening zouden nemen, maar in 1996 was het marktaandeel nog geen 0,02 procent. Voor Bloemenveiling Aalsmeer was dat een reden om te stoppen met de handel in biobloemen.

Hoewel het besluit van de veiling een flinke tegenvaller was, besloten verschillende betrokkenen toch door te gaan. De telersvereniging Biosfeer, de ecologische bloemengroothandel De Schoof en de organisatie Rhea van de bloemisten die biologische producten verkopen, sloegen de handen ineen en richtten de stichting Symbiont op.

Inmiddels is de stijgende lijn ingezet, stelt Houweling, die ook voorzitter van Symbiont is. "We liften een beetje mee met de toenemende belangstelling voor biologische producten in Nederland." Het aantal aanmeldingen van sierteelttelers is behoorlijk toegenomen tot ongeveer dertig en er zijn nu 26 Gea-bloemisten.

Sluipwespen

De overstap naar biologische teelt is groot, erkent M. Tijssen van de kwekerij "De swingende sluipwesp" uit De Kwakel, een dorpje ten zuiden van Aalsmeer. "De grootste omschakeling moet je tussen je oren maken", geeft hij aan. "Je moet heel anders gaan werken dan in de gangbare sierteelt."

Tijssen kweekt alstroemeria's. Hij is de enige ecologische teler van deze bloemen met hun lange stelen. "Hierdoor kan ik niet terugvallen op de ervaring van anderen. Je moet veel zelf uitzoeken. Een voorbeeld is de bemesting. Omdat ik geen kunstmest gebruik, is voor het kweken van een zo goed mogelijk product voor mij het bodemleven erg belangrijk. In de ecoteelt voegen we organische mest toe. Het resultaat hiervan is echter minder snel zichtbaar dan bij het gebruik van kunstmest."

Een ander probleem is het bestrijden van ziektes en plagen. Een voordeel is dat er al veel biologische bestrijdingsmiddelen zoals sluipwespen en bacteriën beschikbaar zijn. Hoewel ook de gangbare kwekers daar op vrij grote schaal gebruik van maken, spuiten velen van hen toch met chemische middelen om ziektes te voorkomen. "In de ecologische teelt doen wij dat niet, zodat wij scherper moeten opletten of er schadelijke beestjes in de bloemen zitten", stelt Tijssen.

De biokweker probeert in zijn kas ook het energiegebruik te verlagen door een zo goed mogelijke isolatie en door minder te stoken. "Verder let ik scherp op het waterverbruik om de uitspoeling van vooral stikstof tegen te gaan. In alles probeer ik de belangen van het milieu en de natuur zo goed mogelijk in de gaten te houden."

Rustiger groeien

Tijssen kiest ervoor de bloemen wat rustiger te laten groeien, zodat er een sterker gewas komt dat beter bestand is tegen ziektes en plagen. Ondanks de extra inspanningen is hij over het eindresultaat dik tevreden.

"Weliswaar ligt de productie wat lager, maar daar staat tegenover dat de stelen door de meer natuurlijke groei dikker en van een goede kwaliteit zijn." Hierdoor ontvangt hij gemiddeld een hoger bedrag voor zijn bloemen dan de gangbare alstroemeriakwekers. "Het prijsverschil bedraagt ruim 15 procent."

Ongeveer 35 procent van zijn bloemen verkoopt Tijssen via biogroothandel De Schoof. Het andere deel wordt verhandeld op veiling Vleuten. Om hun marktpositie te versterken, zetten de bij Biosfeer aangesloten kwekers hier hun producten gezamenlijk af. Vanwege de goede kwaliteit worden ze ook door veel gewone handelaren gekocht.

De jonge teler wil gezien de goede gang van zaken zeker doorgaan met de ecologische teelt. "Het gaat fantastisch." Wel vindt hij dat de afzet beter moet worden gestimuleerd. "Het is nu nog geen 1 procent van de omzet van de totale sierteelt."

Abonnement

Om de afzet te vergroten, is er in Zuid-Holland onlangs een proefproject gestart voor een biologisch sierteeltabonnement. Voor 15 gulden per week kan de consument in een van de dertien deelnemende winkels een boeketje of bloemstukje ophalen. Na zes weken zijn er nu zo'n tachtig abonnees. De belangstelling neemt langzaam toe. Houweling hoopt op ongeveer 200 deelnemers aan het eind van dit jaar als het project afloopt.

Over de verkoop van de biologische bloemen en planten maakt de Symbiont-voorzitter zich echter geen zorgen. Dat dit niet het probleem is, blijkt ook uit het feit dat een grote supermarktketen afspraken over de levering wil maken. Dat kan echter niet, omdat er nog steeds te weinig producten zijn, aldus Houweling. "Het blijft moeilijk. We hadden bijvoorbeeld slechts één ecologische rozenteler, maar die stapte helaas over naar de plantenteelt, waardoor de problemen weer groter zijn."

De biologische sierteelt blijft voorlopig een kasplantje. Het succes staat of valt met het beschikbare assortiment, benadrukt Houweling. Hij hoopt dat de Stichting Keuring Alternatieve Landbouw (SKAL), die toezicht houdt op de naleving van de ecologische normen, de omschakelperiode van 2 jaar wil versoepelen. Of dat lukt, is echter zeer de vraag.

Status

Houweling denkt dat de biologische en de gangbare sierteelt naar elkaar toe zullen groeien. "De ecotelers kunnen zich nu nog profileren, maar over circa 15 jaar is deze werkwijze normaal. De gangbare telers passen zich door het in 1993 gestarte Milieu Project Sierteelt aan."

De voorzitter van Symbiont ziet voorlopig best toekomst voor de biologische sierteelt. "Er is meer vraag dan we kunnen leveren. Veel consumenten vinden het interessant om een ecologisch boeket weg te geven. Het geeft een beetje status, je staat even in de belangstelling. Op die manier proberen sommigen misschien hun milieuonvriendelijk gedrag op andere terreinen af te kopen", zegt hij lachend.

Dit is het vijfde artikel in een serie over biologische landbouw. Het volgende en laatste deel verschijnt aanstaande zaterdag in Accent.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 14 april 1999

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

Biobloemen zijn nog kasplantjes

Bekijk de hele uitgave van woensdag 14 april 1999

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

PDF Bekijken