Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De terugkeer van een groei-orgel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De terugkeer van een groei-orgel

Purmerend zet zich in voor restauratie van instrument van Garrels

4 minuten leestijd

In Purmerend gloort hoop op terugkeer van het Garrels-orgel. Een vriendenstichting gaat de boer op om gelden binnen te halen. Het instrument uit de Koepelkerk, dat al bijna een kwarteeuw ligt opgeslagen, moet onder het stof vandaan komen. Rudi van Straten en Jan Jongepier kiezen voor conservering. Terugkeer naar 1742, het jaar van oplevering, is niet aan de orde. "Dit instrument mag een groei-orgel blijven."

Rudolph Garrels (1675-1750) legde in 1742 de laatste hand aan een drieklaviersorgel voor de Nicolaaskerk in Purmerend. Hij gebruikte voor het destijds 39 stemmen tellende instrument onderdelen uit het bestaande orgel, onder meer pijpwerk uit de vroege 16e eeuw, pijpen van Jacobus van Hagerbeer (1656) en van Gerard van Giessen (1703). Vandaar dat Jan Jongepier het omschrijft als "groei-orgel".

De uit het Oost-Friese Norden afkomstige Garrels stond in de Noord-Duitse orgelbouwtraditie. Hij was immers in de leer bij Arp Schnitger geweest. In 's-Gravenhage, waar hij een orgelbedrijf runde, kwam hij in aanraking met de Hollandse stijl. Garrels wist deze twee stijlen samen te smeden. Purmerend is daar een exponent van. De opstelling van de verschillende delen en de dispositie van het pedaal zijn typisch Noord-Duits. Ook de aanwezigheid van het borstwerk als derde klavier is een Noord-Duits element, omdat dit in Holland al lang uit de mode was. Het klankconcept van de manualen is echter van Hollandse snit. "De klank is milder, rustiger en minder hoog dan die van Noord-Duitse instrumenten", herinnert Jan Jongepier zich. "Deze Garrels klinkt zangerig." De organist roemt de ontspannen klinkende prestanten en de ronde, fluwelen fluiten.

Bouwvalligheid

Na enkele kleine herstellingen door L. van den Brink in 1809 en in 1827 werkten de Amsterdamse orgelmakers Flaes en Brünjes aan het orgel. Zij bouwden het instrument in 1854 in de nieuwe Koepelkerk op -de oude, gotische hallenkerk was vanwege bouwvalligheid afgebroken- en wijzigden het op enkele punten. Ook Flentrop bracht in 1912 veranderingen in de dispositie aan. In 1947 restaureerde Leeflang het instrument. Deze orgelbouwer voerde enkele dispositiewijzigingen door en herintoneerde het orgel.

In 1971 sloot de kerk haar deuren voor de eredienst. Het gebouw kwam in handen van de gemeente Purmerend, die in 1978 een cultureel centrum in de Koepelkerk vestigde. Twee jaar eerder waren de pijpen van het orgel in Assendelft opgeslagen. Jan Jongepier, sinds 1953 bespeler van het instrument, had dus niets meer in Purmerend te zoeken.

Nadat de rk-parochie de kerk in 1989 in gebruik nam, bleef de orgelkas leeg. Daar lijkt nu verandering in te komen. De in 1996 opgerichte Stichting Restauratie Garrelsorgel is sinds vorige week eigenaar van het instrument en gaat proberen de benodigde gelden voor de restauratie, zo'n 1,7 miljoen, bijeen te brengen. Het is nu of nooit in Purmerend. De hoop is dat Flentrop binnen 5 jaar de restauratie kan afronden.

Barokke tijd

Rijksadviseur Rudi van Straten en Jan Jongepier, adviseur van de stichting, hebben een restauratieplan opgesteld. Uitgangspunt is conservatie. Flentrop zal teruggaan naar de situatie van 1854. De herintonatie van Leeflang wordt ongedaan gemaakt. "Deze Garrels bleef vrijwel gaaf bewaard. Door de eeuwen heen is nauwelijks aan de klank geschaafd", weet Jongepier. "Het is dus een belangwekkend instrument. De dispositie is slechts op drie punten gewijzigd: de Vox Humana 8' van het hoofdwerk maakte plaats voor een Fagot 16'. De Prestant 8' discant van het vovenwerk verdween ten gunste van een Viola di Gamba 8'. En van de Gemshoorn 2' van het hoofdwerk is niets meer terug te vinden. Van den Brink bouwde in 1872 de Woudfluit 2' van het hoofdwerk om tot een Superoctaaf 2'. Dit register blijft gehandhaafd. Uit deze stem zullen we een Woudfluit 2' reconstrueren.

Wat de kleur van de orgelkas betreft gaan we wel terug naar de situatie van 1742. De oorspronkelijke kleurstelling zit namelijk nog onder de huidige verflaag."

Het ziet ernaar uit dat de Nicolaaskerk straks verschillende instrumenten herbergt. Nadat de restauratie van de kerk is afgerond, zal dit najaar een "puntgaaf" tweeklaviers Witte-orgel (1864) er een plekje krijgen. Dit instrument wordt hoofdzakelijk voor de liturgie ingezet. Er gaan in de West-Friese stad stemmen op om ook het destijds door Jongepier aangekochte eenklaviers Bätz-orgel (1777) weer in de Nicolaaskerk te plaatsen. Deze instrumenten zouden samen met het Van Dam-orgel (1892) in de nabijgelegen lutherse kerk een illuster kwartet vormen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 19 april 1999

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

De terugkeer van een groei-orgel

Bekijk de hele uitgave van maandag 19 april 1999

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken