Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een mooie kans voor christelijke instellingen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Een mooie kans voor christelijke instellingen

Persoonsgebonden budget maakt identiteitsgebonden zorg op maat mogelijk

6 minuten leestijd

De vaste kamercommissie van volksgezondheid, welzijn en sport discussieerde woensdag over het persoonsgebonden budget (PGB). De in de PGB-regeling opgesloten keuzevrijheid biedt identiteitsgebonden zorg interessante mogelijkheden, stellen Hugo van der Wal en Johan Polder. Van der Wal is beleidsmedewerker van de SGP-Tweede-Kamerfractie; Polder is verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Beiden verrichten in opdracht van Oikonomos foundation onderzoek naar de plaats en toekomst van de zorginstellingen in de gereformeerde gezindte.

Uitgangspunt van het persoonsgebonden budget (PGB) is dat mensen met een langdurige hulpvraag naar eigen inzicht zorg kunnen inkopen en zelf mogen bepalen wie die zorg gaat verlenen. Het PGB schept nieuwe keuzemogelijkheden voor zorg op maat, zowel als het gaat om de aard als om de inhoud ervan. Bijvoorbeeld op het gebied van de identiteitsgebonden zorg. In de praktijk blijkt echter dat een flexibele en correcte uitvoering van de PGB-regeling wordt bemoeilijkt door een reeks aanhoudende knelpunten.

Het principe van het PGB sluit naadloos aan bij het -zeer zeker ook binnen de gereformeerde gezindte aangehangen- gedachtegoed dat mensen zo lang mogelijk in hun eigen omgeving moeten kunnen blijven functioneren. Iedereen die zelfstandig (dat wil zeggen: niet in een zorginstelling) woont, langer dan drie maanden verpleging en verzorging (VV) nodig heeft of verstandelijk gehandicapt (VG) is, kan voor een PGB in aanmerking komen. Gezien de positieve resultaten van experimenten die de afgelopen twee jaar in diverse regio's zijn gehouden met een PGB voor de geestelijke gezondheidszorg, wordt de regeling wellicht vanaf volgend jaar ook voor deze sector van kracht.

Gebonden

Het PGB wordt gefinancierd uit de Algemene wet bijzondere ziektekosten (AWBZ) en is derhalve gebonden aan de daarvoor geldende regelgeving en uitvoeringssystematiek. De aanvraag moet bij het regionaal zorgkantoor worden ingediend, waarna de regionale indicatiecommissie vaststelt welke en hoeveel zorg nodig is. Voor de categorie verpleging en verzorging gaat het voornamelijk om verpleging, verzorging, huishoudelijke hulp en om hulp bij het opstaan, aankleden, eten en naar bed gaan, ook wel ADL -hulp bij algemene dagelijkse verrichtingen- genoemd.

Mensen met een verstandelijke handicap kunnen in aanmerking komen voor een indicatie voor dagbesteding. Het zorgkantoor beslist uiteindelijk of het PGB wordt toegekend en bepaalt tevens de hoogte ervan.

Aan de combinatie van verpleging, verzorging én ADL-zorg -de zogenoemde 'lijfgebonden zorg'- is een maximum van drie uur per dag gesteld. Degene die meer dan drie uur lijfgebonden zorg behoeft, kreeg tot voor kort een verpleeg- of verzorgingshuisindicatie. Door de budgethouders en hun verenigingen, maar ook vanuit de Tweede Kamer, is er meermalen op aangedrongen dat uit sociaal oogpunt -met name voor die hulpvragers die graag in de eigen leefomgeving willen en kunnen blijven- de 'drie-uursgrens' minder rigide zou moeten worden gehanteerd. Recent is dan ook besloten dat deze categorie ook gebruik mag maken van de regeling voor Intensieve Thuiszorg. Deze zorg mag echter alleen geleverd worden in natura (dus via de thuiszorg) en niet in de vorm van een PGB.

Deel

Diegene aan wie een PGB is toegekend, de budgethouder, krijgt niet het gehele bedrag waar hij recht op heeft op de eigen bank- of girorekening. Slechts een deel van het budget, een vast bedrag van 2400 gulden op jaarbasis of 200 gulden per maand, wordt rechtstreeks naar hem overgemaakt. Dit zogeheten forfaitaire bedrag kan aan kleinere zorguitgaven worden besteed. Het andere deel ontvangt de budgethouder slechts 'op papier'.

Toen het PGB in 1995 werd ingesteld, mochten budgethouders het gehele bedrag eigenhandig beheren. Met ingang van 1996 werden de budgethoudersverenigingen met de centrale administratie belast en kregen budgethouders dat deel van het budget waarvoor de benodigde zorg kon worden ingekocht, niet daadwerkelijk meer in handen. Hiervoor is gekozen om de naleving van de bij het PGB behorende fiscale en sociaal-rechtelijke verplichtingen (bij toekenning van een PGB wordt de hulpvrager immers zelfstandig werkgever) te kunnen waarborgen en oneigenlijk gebruik van gelden te voorkomen.

Budgethouders moesten verplicht lid worden van een budgethoudersvereniging die dit gedeelte van het PGB, het zogenoemde "trekkingsrecht", voor hen beheerde. Vanuit het trekkingsrecht werden de declaraties uitbetaald voor de door de gecontracteerde hulpverlener(s) geleverde zorg. Per 1 januari 1998 is de centrale administratie opgedragen aan de Sociale Verzekeringsbank (SVB). De eis van het verplicht lidmaatschap verviel vanaf dat moment. De uitvoeringssystematiek bleef echter ongewijzigd.

Moeizaam

De centrale administratie verloopt van meet af aan moeizaam. De vele budget-, arbeids- en zorgverleningovereenkomsten, declaraties en fiscale en sociale afdrachten die verwerkt moeten worden, maken de administratie zeer complex en de kans op fouten navenant groot. Ook bij de SVB gaat veel mis en loopt de communicatie met de budgethouders niet altijd naar wens. De uitvoeringsproblematiek is reeds vele malen in de Tweede Kamer besproken. Een afdoende oplossing is echter nog niet gevonden. Mogelijk dat een verhoging van het forfaitaire bedrag enig perspectief kan bieden. De budgethouder kan dan zelfstandig meer zorguitgaven afwikkelen en behoeft minder snel een beroep op zijn trekkingsrechten te doen. Daarmee wordt de centrale administratie ontlast.

Een ander knelpunt is, dat de PGB-vergoedingen sinds de invoering van de regeling niet aan loon- en prijsstijgingen zijn aangepast. Dit in tegenstelling tot het geld dat zorginstellingen krijgen voor hulp aan mensen zonder PGB. Het gevolg is dat budgethouders het verschil uit eigen zak moeten bijleggen, minder zorguren kunnen inkopen of minder gekwalificeerd personeel inhuren. De voorgenomen ophoging van de maximum PGB-tarieven per 1 januari 2000 is dan ook een stap in de goede richting.

Aangezien het PGB geen wettelijke status heeft -het is een subsidieregeling- beschouwen veel potentiële budgethouders het PGB nog niet als een betrouwbaar alternatief voor zorg in natura. Desondanks bestaan er forse wachtlijsten; medio april ongeveer 9000 mensen. De wachttijd voor een PGB-VV bedraagt gemiddeld tweejaar en voor de categorie VG ongeveer vier jaar. Mede gelet op de populariteit van het PGB, is een meerderheid binnen de vaste kamercommissie van volksgezondheid, welzijn en sport van meningdat dit instrument een wettelijk kader behoeft en dat het macrobudget gelijke tred moet houden met de vraag naar PGB.

Interessant

De in de PGB-regeling opgesloten keuzevrijheid biedt identiteitsgebonden zorg interessante mogelijkheden. Voor de -veelal landelijk werkende- christelijke instellingen, die het door de huidige regionaliseringtendens moeilijk kunnen krijgen, kan het PGB in veel gevallen een aanvullende financieringsbron betekenen.

Toegegeven zij dat het bijeenbrengen van meer PGB's in één instelling risico's met zich brengt. Als een of meer budgethouders hun PGB terugtrekken, wordt de financiële basis van de zorginstelling wankel. Echter, hierop zou kunnen worden geanticipeerd door bijvoorbeeld in dit kader een garantiefonds op te richten voor de zorginstellingen binnen de gereformeerde gezindte. Zodat zo nodig tijdelijk kan worden bijgesprongen, onder de voorwaarde dat de instelling verder werkt aan zorg op maat. Immers, om het uitgangspunt van het PGB recht te doen, dienen de instellingen in de gehandicapten-, ouderen- en thuiszorg, en mogelijk vanaf volgend jaar ook in de geestelijke gezondheidszorg, hun zorgprogramma's wel aan de individuele hulpvraag aan te passen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 12 juni 1999

Reformatorisch Dagblad | 44 Pagina's

Een mooie kans voor christelijke instellingen

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 12 juni 1999

Reformatorisch Dagblad | 44 Pagina's

PDF Bekijken