Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Betoverende schijn en prettig bedrog

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Betoverende schijn en prettig bedrog

Nederlandse stillevensschilders uit de Gouden Eeuw leverden onovertroffen kwaliteit

8 minuten leestijd

"Kijk eens hoe mooi het is", lijkt het enige en aandoenlijk eenvoudige motto van het doorsnee stilleven. Wat anders zouden de tientallen gele citroenen, roze pioenrozen en zwaargedekte tafels te vertellen hebben? De eigengemaakte wereld van de stillevenschilder ziet er perfect uit en heeft weinig meer te bieden dan zijn eigen glans. Zeker het morsdode konijn -het beest hangt zielig op zijn kop- is sprakeloos. Of reikt de gedachte verder dan citroenschil, bokaal, rozenblad en... schedel?

De stillevenschilder zet de dingen naar zijn hand. Hij schept zijn eigen wereld. Wat hem mishaagt, laat hij weg. Wat hem bevalt, toont hij. Alles verkeert in opperbeste staat. Bloemen bloeien altijd; van verleppen hebben ze nog nooit gehoord. Het licht valt zoals de schilder dat wil. Hij zet de natuur naar zijn hand en arrangeert zijn bloemstuk, dat niet eens een bestaand boeket is. Nog eigenzinniger is de schilder van de gedekte tafel. Hij schikt en herschikt de levenloze voorwerpen tot de ideale situatie. Voorwerpen kiest hij om de mogelijkheden die ze hem bieden.

Wondermens

Het stilleven is daarmee een opvallend persoonlijk doek. Niemand heeft de schilder gevraagd het zo te doen en hij hoeft geen mens uitleg te geven. De man met de kwast weet alleen dat zijn koperspubliek zich wil verbazen over het "net echte." De mate van uitdaging bepaalt de schilder zelf: het perspectief wordt steeds geraffineerder, het koper glimmender en het steen van de kruik harder.

De vrijheid van het stilleven heeft opvallend veel Nederlandse schilders bekoord. Nu nog intrigeert het genre talloze schilders. De Nederlandse doeken uit de 17e eeuw heten uniek te zijn. Hoewel de oorsprong van stille vens wellicht niet Nederlands is, staat buiten kijf dat ons land een exemplarische bijdrage heeft geleverd aan de status van het genre. Niet alleen blinken de doeken uit in kwaliteit, een vrij groot aantal Nederlandse schilders uit de Gouden Eeuw lukte het bovendien het betoverende -dat de beste stillevens eigen is- in hun werk te leggen. Die bloeitijd heeft ook nog eens meer dan een eeuw geduurd.

Tussen 1600 en 1720 kreeg eveneens het publiek oog voor stillevens, die in grote hoeveelheden werden verzameld. Aangetrokken door het talent van de schilders en de betoverende schijnwerkelijkheid kochten machtige verzamelaars als de Duitse keizer Rudolf II en de Italiaanse kardinaal Borromeo ze aan. Zij mogen dan de ontwikkeling van het stilleven sterk hebben beïnvloed, toch was een schilder voor het grootste deel afhankelijk van de lokale markt. Het verbaast trouwens niet dat ontbijten, ingetogen en huiselijke tafelstukken, het vooral goed deden bij Noord-Nederlanders, terwijl de Antwerpenaar viel voor overdadige keukenstukken.

Perzik

De schilders uit de 17e eeuw waren meesters in de techniek. Hun doeken toonden schijnbaar echt. Het verbluffend hoge niveau is na de Gouden Eeuw voor een groot deel verloren gegaan. Elders en later zijn weliswaar voortreffelijke stillevens geschilderd, maar de magie van Nederlandse werken uit die periode ontbreekt hen.

Van het "vérisme" laat het Rijksmuseum deze zomer sprekende voorbeelden zien. Vijftig kunstenaars -een aantal dat met gemak had kunnen worden uitgebreid- vullen een expositie over het Nederlandse stilleven tussen 1550-1720. Tot de tentoonstelling later dit jaar naar het Cleveland Museum of Art in Ohio, Canada, verhuist, hangt de zuidvleugel van het Rijks vol stillevens met weelderige bloemen, fruit, wild, met zogenaamde ontbijtjes, keukens, voorraadkamers en bijzondere voorbeelden van het trompe-l'oeil, het ogenbedriegertje.

Van de laatste techniek is Torrentius' "Drinkgerei met breidel" (1614) een vroeg voorbeeld. De voorwerpen zijn ruimtelijk, de perspectieven spannend, de reflecties zacht. Wie het doek ziet, begrijpt meteen Constantijn Huygens' typering dat Torrentius "in het weergeven van onbezielde voorwerpen zoveel als een wondermens is en dat er niet licht iemand zal opstaan die die dingen van glas, tin, aardewerk en ijzer beter schildert dan hij."

Dé uitdaging van een stillevenschilder is het zo echt mogelijk weergeven van de schijnwerkelijkheid. Dat vereist voor alles een fantastische beheersing van de stofuitdrukking. Het materiaal moet zo waarheidsgetrouw mogelijk zijn. Tin op het doek mag geen zilver lijken en van een perzik moet je nauwelijks je handen kunnen afhouden. Op Willem Heda's "Gedekte tafel met ham en broodje" (1635) ligt een plak ham die kennelijk van het stuk beenham erachter is afgesneden. De ham heeft zo'n volume meegekregen, dat het gewicht bijna voelbaar is. Het plakje ontbreekt het juist aan stevigheid, terwijl het met dezelfde verf is geschilderd.

Zelfbeheersing

De fabelachtige manier van schilderen intrigeert Wouter Kloek, samensteller van de expositie "Het Nederlandse Stilleven 1550-1720". "Een schilder koos natuurlijk vooral die voorwerpen die hij goed kon weergeven. Daarin specialiseerde hij zich. Dat blijkt ook, want het resultaat is onwaarschijnlijk mooi. Het is een plat vlak, maar met de ham die Heda schilderde, zou je bijna iemand om het hoofd slaan." Hoewel op het doek niets gebeurt, zegt Kloek nooit op een stilleven uitgekeken te raken. "Ze zijn niet saai. Integendeel, als je goed kijkt, zie je telkens weer wat nieuws. Een stilleven is spannend, gedetailleerd. Het heeft diepte."

Hoe geboeid de kunstkenner ook is, van een betekenis achter de voorstelling wil Kloek niet erg weten. Dat lijkt juist de hamvraag. Wat wil een schilder met zijn stilleven? Hoe valt het doek te duiden? Staand voor Torrentius' drinkgerei kan de symboliek van het doek je niet ontgaan. De liedtekst "Wat bu-ten maat bestaat, int on-maat / qaat ver-ghaat" pleit overduidelijk voor zelfbeheersing. Wie weet dat de schilder berucht was om zijn onmatig gedrag, kan een glimlach niet onderdrukken.

Zou elk stilleven een opschrift hebben, dan zou de interpretatie van de doeken weinig hoofdbrekens vergen. Nu blijken de meningen over de duiding van het stilleven verdeeld. Mensen als Kloek willen het doek nemen zoals het is. Voor hen wil de schilder slechts zijn producten tonen. Anderen zien in alle stillevens het vergankelijkheidsaspect. De pronk van bloemen, fruit en allerlei luxe voorwerpen is immers van tijdelijke aard.

Schedel

Bij sommige doeken ligt het aspect van vanitas (ijdelheid) er duimendik bovenop. Een schedel verwijst zo sterk naar de dood, dat zijn betekenis zelfs nauwelijks symbolisch valt te noemen. Een schedel ís de dood. Toch biedt dat niet alle houvast. Integendeel. Op David Baily's schilderij uit 1651 wijst behalve een doodskop het opschrift "vanitas vanit(at)um" (ijdelheid der ijdelheden) nog eens expliciet naar de leegte van het aardse bestaan. Elke meditatieve gedachte wordt echter meteen ontmoedigd: de andere helft van het doek bejubelt de virtuositeit van de schilder en de hoogtepunten van de kunst.

In stillevens suggereert de combinatie van kunstschildersgerei met schedels en andere symbolen van vergankelijkheid dat de kunst een duurzaamheid bezit waarop de dood geen vat heeft. Ook motto's als "vita brevis ars longa" (het leven is kort, de kunst is lang) of "non omnis moriar" (ik zal niet geheel sterven) duiden op de onsterfelijkheid van dit soort schilderijen.

Is een schedel op doek in gezelschap van boeken en zandlopers, dan refereert de schilder juist aan de overwinning van studie en wetenschap. Voor 17e-eeuwse liefhebbers van wetenschap vormden skeletten en schedels immers interessante verzamelobjecten. Ze behoorden tot de uitrusting van een intellectueel. In dat kille realisme is voor een vanitas-betekenis geen plaats.

Kan een schedel een meditatieve gedachte overbrengen, ook doeken zonder doodshoofden hebben dat in zich. Een gezamenlijk doek van Jan Davidsz de Heem en Nicolas van Veerendael -dat helaas niet in het Rijksmuseum hangt- verbindt een religieuze gedachte aan een boeket bloemen: het opschrift "Maer naer d'Alderschoonste Blom / daer en siet men niet om" spoort aan liever naar het lichaam van Christus te kijken dan naar mooie bloemen. Het geeft blijk van een vrome inborst die niet bij elke bloemen- of fruitschilder te vermoeden valt, hoewel Erasmus in zijn "Colloquia" ook een diepere gedachte bij het bloemenschilderij voegt: "Bovendien genieten wij dubbel wanneer wij een geschilderde bloem naast een levende zien. In de ene bewonderen wij een kunstwerk van de natuur, in de andere het vernuft van de schilder, en in beide Gods goedheid."

Trots

Aan het stilleven valt geen algemene betekenis toe te schrijven. Het is een nuchtere gedachte om veel stillevens 'gewoon' als een proeve van artistiek kunnen op te vatten. Nogal wat stillevens tonen de rijkdom van het land. Menig schilder blijkt trots op zijn "heimat". Met zijn exotische vruchten, bloemen en stoffen -door de VOC geïmporteerd dan wel gedocumenteerd- steekt de kunstenaar de loftrompet op over de economische welvaart van de 17e-eeuwse Nederlanden. Haring, brood en bier, de pijlers van de vaderlandse economie, vertegenwoordigen een welvaart die bereikt werd door vlijtigheid en zuinigheid.

De expositie "Het Nederlandse Stilleven 1550-1720" is tot 19 september dagelijks van 10.00 tot 19.00 uur in de zuidvleugel van het Rijksmuseum te bezichtigen (020-6747000). Bij de tentoonstelling is een gelijknamige catalogus verschenen à 65 (uitg. Waanders, Zwolle; paperback, ISBN 90 400 9316 4).

Een nevenexpositie over restauratietechnieken van stillevens is van 10.00 tot 17.00 uur te zien in zaal 102 van het hoofdgebouw.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 28 juni 1999

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Betoverende schijn en prettig bedrog

Bekijk de hele uitgave van maandag 28 juni 1999

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken