Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Turks nationalisme obstakel   voor oplossing Koerdenvraagstuk

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Turks nationalisme obstakel voor oplossing Koerdenvraagstuk

4 minuten leestijd

BERLIJN - Met het uitspreken van de doodstraf tegen Öcalan is het Koerdenvraagstuk weer in het centrum van de belangstelling gekomen. De wortels van het probleem zijn nauw verbonden met de staatsfilosofie en geschiedenisinterpretatie van Kemal Pasja, de grondlegger van het moderne Turkije in de jaren twintig en dertig van deze eeuw.

Met de Balkanoorlogen (1912, 1913) en de Eerste Wereldoorlog ging het Osmaanse wereldrijk definitief ten onder. De laatste sultan Mehmed VI tekende in Sèvres een vredesverdrag met de geallieerden waarbij Koerdistan en Armenië onafhankelijk werden verklaard. Kemal Pasja (Atatürk), inspecteur bij het derde leger in Anatolië, verzette zich met succes tegen het verdrag. Griekenland kreeg van de geallieerden opdracht de "rebelse generaal" en zijn "roversbende" te vernietigen, maar de missie liep uit op een enorme nederlaag.

"Gazi" (de zegevierende), zoals Kemal Pasja nu werd genoemd, stuurde de sultan de laan uit, proclameerde de republiek en tekende een voor Turkije veel gunstiger vredesverdrag (Lausanne, 1923). Tijdens de bevrijdingsoorlog probeerde het leiderschap de Koerden bij de strijd te betrekken en beklemtoonde men de broederschap van Turken en Koerden, niet in de laatste plaats met het oog op de van het Turkse rijk afgescheiden gebieden van het huidige Irak, Iran en Syrië, met grote aantallen Koerdische inwoners.

Geschiedenisopvatting

Na de consolidatie van zijn macht had Atatürk met de Koerden, wie op papier bij het verdrag van Sèvres een autonoom Koerdistan was toegezegd, geen consideratie meer. Volgens zijn "Hervorming van de geschiedenisopvatting" woonden al in de tijd van de Hethieten en Sumeriërs, dus vele honderden jaren voor Christus, Turkse stammen uit Azië op de Anatolische hoogvlakte, waarmee hij een soort oerrecht voor de Turken op het gebied claimde. Koerden zouden een Turkse stam zijn, die door het leven in de bergen gedeformeerd was geraakt, een opvatting die bekend staat als het "Bergturken-syndroom". Kemal Pasja stierf in 1938, maar zijn ideeën zijn, zeker bij de toplaag van de samenleving, waarin het leger met zijn belangen in de wapenindustrie een belangrijke rol speelt, nog springlevend.

De huidige Grondwet van Turkije laat aan duidelijkheid niets te wensen over: "Geen bescherming zal worden verleend aan denkbeelden of meningen die strijdig zijn met Turkse nationale belangen, het beginsel van het bestaan van Turkije als een ondeelbare eenheid.

Evenals ieder ander land behoort Turkije het soevereiniteitsrecht over het eigen grondgebied te hebben. Maar elke staat die in zijn Grondwet de eenvormigheid van de cultuur, het nationalisme en het belang van de afstamming zo expliciet verankert, moet niet verbaasd zijn tegenkrachten op te roepen als een deel van de bevolking tot een andere etnische groepering behoort. Van een harmonieuze Turkse eenheidsstaat is dan ook niets terechtgekomen en er is zelfs sprake van maatschappelijke desintegratie op grote schaal.

Immense taak

Voorstanders van een etnische opdeling van het land moeten intussen voor ogen houden dat de Koerden (naar schatting 11 tot 20 miljoen mensen op een totale bevolking van circa 60 miljoen) bij het verkrijgen van onafhankelijkheid op grote problemen zouden stuiten. Als de zes Koerdische provincies politiek zelfstandig zouden worden, moet er serieus rekening mee worden gehouden dat de Koerden in de grote steden kans lopen hun staatsburgerschap te verliezen (Van de acht miljoen inwoners van Istanbul is een derde van Koerdische origine). En over de economische perspectieven van een agrarisch georiënteerde Koerdische binnenstaat kan men weinig illusies koesteren. Afscheiding zou in ieder geval betekenen dat iedere steun van Ankara, hoe gering die nu ook mag zijn, zou verdwijnen. Daar komt bij dat veel Koerden door de afgedwongen assimilatie hun moedertaal niet goed beheersen. Een nieuwe Koerdische regering zou voor de immense taak staan het onderwijs in de eigen taal aan te pakken en uit de vele dialecten een standaardtaal te creëren. Tenslotte kan men er niet van uitgaan dat in een op nationalistische gevoelens gebaseerd Koerdistan automatisch een democratisch staatsbestel opbloeit. In dit licht bezien is de splitsing van Turkije in twee etnische entiteiten een minder begerenswaardige optie.

Een duurzame vrede in het gebied lijkt voor het gebied eerder weggelegd als het hele land economisch gelijkmatig wordt ontwikkeld, beide partijen afzien van chauvinistische aspiraties en, zoals de Duitse sociologe Sabine Riedel bepleit, het conflict tegemoettreden als een vraagstuk van democratie, minderheids- en mensenrechten.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 juli 1999

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Turks nationalisme obstakel   voor oplossing Koerdenvraagstuk

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 juli 1999

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken