Bekijk het origineel

Rust en ruimte in de lucht

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Rust en ruimte in de lucht

Zweefvlieger Arie van der Kuil: Ineens kwam er een tweezitter op me af

4 minuten leestijd

Rust in de lucht, windje om je heen. Voor Arie van der Kuil (19) uit Klaaswaal gaat er niets boven zweefvliegen. Als het weer een beetje meezit, cirkelt hij urenlang ver boven het Zeeuwse land.

"'t Is prachtig om hoog in de lucht rond te zweven. Je hoort alleen de wind, je hebt geen last van herrie van een ronkende motor", zegt Arie. In vakanties en in weekeinden is hij vaak te vinden op het zweefvliegveld in Haamstede, in Zeeland.

Spectaculair vindt de 19-jarige Zeeuw het begin van een vlucht. Iedere keer weer. Het vliegtuig zit 'vastgebonden' aan het uiteinde van een 1200 meter lange staalkabel. Een lier, die een eind verderop staat, trekt het toestel met een flinke snelheid naar zich toe en tegelijk omhoog.

Op een hoogte van ongeveer 300 meter schiet de kabel los. Arie: "Het geeft een kick als je binnen vier seconden met een snelheid van 100 kilometer per uur de lucht in wordt geslingerd." Starten kan ook nog op een andere manier. Dan sleept een motorvliegtuigje het zweefvliegtuigje naar boven.

Belevenis

Als je eenmaal van de grond bent, is het de kunst zo lang mogelijk in de lucht te blijven. Daarvoor moet de zweefvlieger gebruikmaken van opstijgende warme lucht, de zogenaamde thermiek. Soms is zo'n bel vanwege een wolk zichtbaar, een andere keer moet je "geluk hebben" om erin te belanden. Komt een vliegtuig in een thermiekbel terecht, dan kan het in een paar tellen tientallen meters naar boven zweven.

Het is altijd weer afwachten hoe lang een zweefvliegtuig het in de lucht uithoudt. Soms staat het toestel al na zes minuten weer aan de grond. Een andere keer is er zo veel thermiek dat het vliegtuigje urenlang rondzweeft. Aries record is vijf uur en twintig minuten.

Bij zweefvliegen geldt: hoe hoger, hoe sneller. Is het 'windstil', dan zweeft de vlieger meestal op zo'n 350 meter hoogte. Een pittige wind, kracht 5 tot 6, kan flink voordeel opleveren. Dan kom je gemakkelijk op 600 meter.

Zelf haalde Arie ooit de 1900 meter. "Dat is een belevenis, zo hoog in de lucht. Ik zweefde dicht bij een wolk en kon heel ver kijken. Beneden was alles heel klein. Als je geluk hebt, kun je boven Schouwen in de verte Den Haag zien liggen."

Wie bang is dat een zweefvliegtuig -waar immers geen motor in zit- ineens neer kan storten, heeft het mis, zegt Arie. "Je blijft altijd zweven, al kun je soms wel snel tientallen meters dalen." Belangrijkste 'wapens' van een vlieger zijn de stuurknuppel en twee pedalen. Met die instrumenten kan hij het toestel bijsturen.

Foefjes

Arie haalde deze zomer het nieuws, nadat hij met een zweefvliegtuig een 'noodlanding' in een akker had gemaakt. De zweefvlieger moet er een beetje om lachen dat hij in de krant terecht is gekomen. Het komt namelijk veel vaker voor dat een zweeftoestel uitwijkt naar een akker of weiland.

"Wij hebben het dan over een voorzorgslanding", zegt Arie, die al een paar keer eerder een vliegtuigje op het boerenland aan de grond zette. "Net als je bij autorijden moet kunnen achteruitparkeren, moet je bij zweefvliegen op een akker of in een weiland kunnen landen."

Bij zo'n 'noodlanding' moet de piloot z'n ogen goed de kost geven. Het is de bedoeling dat hekjes en paaltjes blijven staan waar ze staan. Daarom leren zweefvliegers een aantal foefjes. "Je leert bijvoorbeeld wat de afstand tussen lantaarnpalen is. Verder kun je veel te weten komen als je goed let op de schaduwen beneden."

Toch kan er wel eens iets mis gaan. "Op weilanden staan soms hekken met kleine plastic paaltjes en dun schrikdraad. Het gebeurt wel eens dat een zweefvlieger zo'n draad over het hoofd ziet. Da's wel even schrikken, zo met een snelheid van 80 kilometer per uur.

Boeren staan niet te juichen als een zweefvliegtuig hun land op komt banjeren. Vaak richt het toestel schade aan. Arie reed bij zijn laatste 'noodlanding' een serie uienplanten aan gort. Hij moest de boer 100 gulden betalen.

Schrikken

Op dit moment heeft Arie niet het geld om een eigen zweefvliegtuig te kopen. Hij heeft een abonnement bij de zweefclub. Dat betekent dat hij in het vliegseizoen -van maart tot november- in vakanties en op vrije dagen verschillende vluchten per dag mag maken. De Zeeuw hoopt nog eens "een eigen kist" aan te kunnen schaffen.

Ooit had Arie het hoog in de lucht even knap benauwd. "Ineens kwam er een tweezitter recht op me afvliegen. Ik ben er meteen rechts onderdoor gedoken. Die goser heeft me niet gezien, volgens mij. Later zei hij dat we elkaar toch niet zouden hebben geraakt. Nou, je schrikt wel flink."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 4 september 1999

Reformatorisch Dagblad | 40 Pagina's

Rust en ruimte in de lucht

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 4 september 1999

Reformatorisch Dagblad | 40 Pagina's

PDF Bekijken