Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een preekje over de Kananese vrouw

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Een preekje over de Kananese vrouw

De actieradius van Johannes Briesmann en de hervorming in Oost-Pruisen

10 minuten leestijd

Op Witte Donderdag 1550 werd te Riga, de hoofdstad van Lijfland, vanaf de kansel de hervormer Johannes Briesmann herdacht. Hij was enkele maanden eerder, op 1 oktober 1549, te Koningsbergen overleden. Briesmann was voor de gemeente te Riga geen onbekende. Vier jaar, van 1527 tot 1531, had hij hier het Evangelie verkondigd. We luisteren even mee naar het In Memoriam op die bewuste Witte Donderdag.

Gemeente, zei de dienstdoende predikant, "het past ons God de Almachtige te danken voor hetgeen Hij ons in Briesmann geschonken heeft, die eerbiedwaardige getrouwe man, die met zo veel zegen in Christus' kerk zijn werk gedaan heeft; en laten wij God bidden dat Hij nog meer van zulke mannen verwekken en lang sparen wil, tot welzijn en troost van ons nageslacht."

Briesmann staat terecht bekend als de hervormer van Oost-Pruisen, maar de actieradius van zijn werk strekte zich verder uit, onder andere tot Riga. Hij was een leerling en vriend van Luther. In juli 1519 woonde hij als theologisch student het dispuut tussen Luther en dr. Johan Eck te Leipzig bij. Eck was een trouw aanhanger van het pausdom. Wat Luther hier, met een beroep op de Schrift, verdedigde, raakte Briesmann diep. Zelf was hij op dat moment nog monnik, een franciscaan, maar hij bleek nu reeds open te staan voor de boodschap van het Evangelie.

Promotie

In 1522 promoveerde hij tot doctor in de theologie aan de Universiteit van Wittenberg. Zijn bekwaamheden bleken zo groot te zijn dat hij onmiddellijk daarna werd opgenomen in het korps van hoogleraren. In datzelfde jaar preekte hij, geheel in Luthers geest, voor het eerst in zijn geboorteplaats Kottbus. Een jaar later, in 1523, werd hij, op Luthers aanbeveling, predikant te Koningsbergen, de hoofdstad van het hertogdom Brandenburg. Daar vond hij zijn levenswerk.

Al zijn krachten heeft hij gegeven aan de hervorming in Pruisen. Hij trof het; Albrecht, de hertog, was van harte de Reformatie toegedaan. Hij had persoonlijk Luther ontmoet en deelde diens inzichten. Als gevolg daarvan deed Karel V hem in de rijksban.

Aan een man als Briesmann had de hertog dringend behoefte. Briesmann was een theoloog van formaat, kon leidinggeven. Hij sprak niet alleen het eenvoudige volk aan, maar ook de geestelijkheid en geletterden. Hij was ook een bekwaam prediker. Men hoorde hem graag. Bovendien publiceerde hij tal van geschriften.

Goede werken

Eén daarvan willen wij voor het voetlicht brengen. September 1523 publiceerde hij 110 stellingen over geloof en goede werken. De inhoud geeft er blijk van dat Briesmann zich Luthers commentaar op de Galatenbrief (1519) en zijn sermoen over de christelijke vrijheid (1520) geheel eigen had gemaakt. Gods geboden, Zijn wet, zo lezen wij, is door ons onmogelijk te houden, zij brengt ons tot vertwijfeling. "Deze vertwijfeling is niet het geringste stuk van onze verkondiging. Alleen met het pantser en het schild des geloofs kunnen wij de vertwijfeling te boven komen."

En dan de slagzin: "Zoals alleen het geloof rechtvaardigt, zo is het alleen het ongeloof dat verdoemt." Vallen de werken er dan geheel buiten? Nee, het ware geloof laat ons niet ledig maar doet van harte vrijwillig wat God wil. Door het geloof zijn wij met Christus verenigd in "een gelukkig huwelijk". Van Hem hebben wij de naam "christenen" ontvangen; niet slechts van de afwezende maar ook van de inwonende Christus. Ook hier beluisteren we weer authentieke lutherse klanken.

Kananese vrouw

Briesmanns preken ademen alle dezelfde geest. Brede bekendheid verwierf hij zich met een preek over Matthéüs 15:21-28, over de Kananese vrouw. Had Luther meermalen over deze tekst gepreekt, Briesmann heeft het ook gedaan. Sprak Luther in dit verband over de zware aanvechtingen in het leven des geloofs, Briesmann deed het ook.

In 1546 was Briesmann om gezondheidsredenen genoodzaakt zijn ambt als domprediker neer te leggen. Hij had toen vijftien jaar lang vanaf de kansel de inwoners van Koningsbergen, de hoofdstad van het hertogdom, de waarheden van het Evangelie ingeprent. Het Evangelie prediken was in zijn ogen in het kerkelijk leven de hoofdzaak. De Reformatie was in de eerste plaats een zaak van de prediking, hét middel.

Toch heeft Briesmann het bij preken alleen niet gelaten. Hij schreef onder andere een uitleg van het Gebed des Heeren. Ook het gebedsleven moest veranderen: Bid het "Onze Vader" in plaats van Maria en de heiligen aan te roepen!

Organisatie

Van de hand van Briesmann verschenen ook tal van orden ten dienste van het kerkelijk leven en het christelijk leven in het algemeen. Alles moest georganiseerd worden: de eredienst met de sacramentsbediening, het onderwijs op de scholen, het hoger onderwijs en ook het huwelijksleven. Wat de bediening van het avondmaal betreft: de "elevatie" werd afgeschaft, dat wil zeggen dat de priester bij de mis de kelk omhoog heft, met de bedoeling dat de aanwezigen knielen en de inhoud van de kelk, die gehouden werd voor Christus' bloed, aanbidden.

Wat het huwelijk betreft, de roomse kerk kent vele huwelijksbeletselen, waarvoor de paus van geval tot geval eventueel dispensatie kan geven. Briesmann wilde niet verdergaan dan wat in Leviticus 20 verboden wordt; hiermee ontlastte hij vele gewetens. Het verbod op priesterhuwelijken werd opgeheven. Briesmann zelf trad op 12 juni 1524, ongeveer gelijktijdig met Luther, in het huwelijk. Zijn vrouw heette Elisabeth Sackheim en kwam uit Koningsbergen. Het echtpaar heeft in ieder geval één zoon gekregen, Elias geheten.

Ook de biecht onderging verandering. Zij werd niet geheel afgeschaft, maar onderging een ingrijpende wijziging. Het was niet langer plicht alle zonden die men zich maar herinneren kon aan de priester op te biechten. Van deze kwelling werden de gemeenteleden bevrijd. Het was genoeg als men in een pastoraal gesprek met de biechtvader het eigen geweten ontlastte door hem voor te leggen wat het hart bezwaarde.

Bisschopsambt

Briesmann werkte ook aan nieuwe kerkorden. Het bisschopsambt werd gerenoveerd. Zelf vervulde hij enige tijd het ambt van superintendent. Als zodanig maakte hij visitatiereizen, bezocht hij dus de gemeenten en hun voorgangers om de hervorming ook plaatselijk gestalte te geven.

In 1544 stichtte de hertog te Koningsbergen een universiteit. Briesmann was hem daarbij behulpzaam. Als een echte hervormer was hij zeer gesteld op een theologisch-wetenschappelijke opleiding van de predikanten. Dat was hij nog niet vergeten. En we hoorden al dat hij te Wittenberg was gepromoveerd tot doctor in de theologie. De universiteit van Koningsbergen kreeg spoedig een hele faam. Zij had een krachtige uitstraling tot in de wijde omtrek. Zelf gaf Briesmann colleges over Paulus' brief aan de Romeinen.

Al in 1524 vaardigde hertog Albrecht een reformatiemandaat uit. Daarin werd het volk aangeraden de werken van Luther te lezen. In de eredienst werd het Latijn vervangen door het Duits. Er werd ook in het Duits gezongen. De "lectio continua" werd ingevoerd, dat wil zeggen dat hele bijbelboeken aan één stuk het volk in de kerk werden voorgelezen. Er kwamen ook catechismuspreken. Het volk dat onder de macht van Rome dom gehouden werd, werd nu kennis bijgebracht. Ook ijver voor wat wij zouden noemen het lager onderwijs.

Vanzelfsprekend heeft Briesmann dit alles niet op zijn eentje kunnen presteren. Als wij hem met recht de hervormer van Pruisen noemen, dan moeten wij wel bedenken dat ook collega's behulpzaam zijn geweest.

Boheemse Broeders

In de laatste periode van zijn leven kreeg Briesmann nog te maken met een eigenaardig probleem. In het naburige Polen kregen de jezuïeten een zo grote macht dat de Boheemse Broeders die daar woonden, verdreven werden. Zij waren geen lutheranen, maar stonden in velerlei opzicht dicht bij hen. Zij namen hun toevlucht tot Pruisen. De hertog liet dat toe. Maar hoe nu? Eerst bepaalde de hertog dat zij zich moesten onderwerpen aan de Pruisische kerken met eigen predikanten. Alleen het houden van conventikels was hun verboden, maar die hadden zij nu ook niet meer nodig. Al hun eigen vormen en gebruiken mochten zij handhaven.

Overigens heeft het Briesmann aan strijd in zijn leven niet ontbroken. Pruisen is verschoond gebleven van de Duitse boerenoorlog. Maar er waren wel wederdopers actief. Gelukkig besefte de hertog het gevaar van die kant. Geheel in de geest van Luther heeft Briesmann zich krachtig tegen hen verzet. Een ander gevaar kwam er van de kant van de volgelingen van Karlstadt en Caspar Schwenckfeld. Zij waren spiritualisten. Luther en Briesmann spraken van geestdrijvers. In deze tijd heeft Briesmann van Luther brieven gekregen, vol waarschuwingen. Hij en de hertog hebben ze ter harte genomen. Woord en Geest mogen niet gescheiden worden. De Geest werkt door het uiterlijke Woord. Wie het uiterlijke Woord verwerpt, verzandt in eigen inzichten en gevoelens.

Andreas Karlstadt was eens Luthers collega geweest aan de universiteit te Wittenberg, maar hij liet zich meevoeren door raddraaiers die Wittenberg op stelten zetten in de tijd dat Luther op de Wartburg zat. Hij was niet revolutionair, dat niet, maar wel een drijver. Zijn volgelingen ondermijnden met hun theorieën niet zelden het kerkelijk leven waar zij zich nestelden. Dat gevaar nu was er ook in Koningsbergen. Briesmann heeft het onderkend en de hertog ook.

Rechtvaardiging

Nog ingrijpender was het conflict met de volgelingen van Andreas Osiander. Het raakte het hart van de zaak, de leer van de rechtvaardiging. Wat de zaak complex maakte, was het feit dat Osiander zelf in 1549, Briesmanns laatste levensjaar, zich te Koningsbergen vestigde, dus in de directe nabijheid van Briesmann. Osiander werd hier door de hertog, die erg op hem gesteld was, aangesteld tot predikant en hoogleraar. Het heeft Briesmanns levensavond verduisterd.

Nu was Osiander onder de hervormers van die tijd niet de eerste de beste. Hij was de hervormer van Neurenberg, was aanvankelijk bevriend met Luther en Calvijn, en dat hertog Albrecht van Pruisen zo op hem gesteld was, is begrijpelijk als we bedenken dat het Osiander was die hem te Neurenberg voor de Reformatie gewonnen had.

En toch hebben Luther en Calvijn, en ook Briesmann, openlijk met Osiander gebroken. Een klein bewijs daarvan. In zijn Institutie (III.XI.5) verwijt Calvijn Osiander dat hij "een of ander gedrocht van een essentiële rechtvaardigheid heeft ingevoerd waardoor hij de onverdiende rechtvaardigheid in zulk een duisternis gehuld heeft dat die de vrome harten van het ernstig besef van Christus' genade berooft."

Vrijspraak

De zaak lijkt complex. Hertog Albrecht, die geen theoloog was, zal mogelijk het verschil niet hebben aangevoeld. En toch is dat verschil zeer wezenlijk. Luther, Calvijn en Melanchthon leerden: wij worden in het Goddelijk oordeel vrijgesproken op grond van de gerechtigheid die Christus voor ons heeft aangebracht. De rechtvaardiging is een Goddelijke vrijspraak, uit louter genade. Bij Osiander nu was op dit zeer wezenlijke punt een hoogst gevaarlijke verschuiving. De grond voor de rechtvaardiging zocht hij niet buiten de zondaar, alleen in de genadige toerekening van Christus' verdiensten, de vergeving der zonden, maar ín de mens, in de inwonende gerechtigheid van Christus. Osiander verwees, om Calvijn te citeren, de vrome naar zichzelf, naar binnen. Maar we moeten op Christus zien. Zeker, Hij woont in ons, maar de grond voor ons behoud ligt buiten ons.

De zaak heeft Briesmann zeer na aan het hart gelegen. Hij heeft haar niet meer met alle krachten kunnen verdedigen, want hij was in 1549 al ziekelijk, maar dat het zijn geloofsbelijdenis was dat de mens uit louter genade gerechtvaardigd wordt, enkel door Christus' verdiensten, staat vast, en wordt ook bewezen uit zijn laatste woorden.

Pest

Op 1 oktober 1549 overleed Johannes Briesmann, 60 jaar oud. De pest heerste in Koningsbergen en sloeg het huis van Briesmann niet over; hijzelf was een van de slachtoffers. Hij werd begraven in het koor van de kathedraal. De laatste woorden die hij aan het papier toevertrouwde, geven uitdrukking aan wat hem sinds zijn jonge jaren, sinds God door middel van Luther zijn ogen opende voor het Evangelie, bewogen heeft, tot het einde toe.

Zij luiden: "Waar het op aankomt is dat wij rechtvaardig zijn voor God, dat wil zeggen dat onze zonden vergeven zijn om Christus' wil, uit louter genade, en dat wij berouw hebben en ons bekeren."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 september 1999

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Een preekje over de Kananese vrouw

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 september 1999

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken