Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een thuis voor theologen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Een thuis voor theologen

Utrechtse gereformeerde studentenvereniging Voetius viert honderdste verjaardag

7 minuten leestijd

"Voetius is een plek waar je thuis kunt zijn. Het is een plaats waar je over de schrik heen komt. Als theologiestudent hoor je van alles. Dan is Voetius een plaats van herkenning temidden van vervreemding." Inmiddels honderd jaar. "Maar...", zegt dr. J. H. van de Bank, "Voetius is ook altijd kritisch ten opzichte van de leden geweest. Er kwamen ook wel wereldvreemde lieden binnen."

Het theologisch dispuut Voetius in Utrecht bestaat maandag honderd jaar. Volgende week donderdag komen enkele honderden leden, oud-leden en genodigden naar de Domkerk in Utrecht om op de jaarlijkse "dies natalis" (geboortedag) het twintigste lustrum te vieren.

Dr. J. H. van de Bank, ds. A. J. Mensink en drs. C. C. de Vreugd doken ter gelegenheid van het jubileum in het verleden en schreven "Cantemus Voetiani! Geschiedenis van 100 jaar studentenleven binnen de Gereformeerde Theologen Studenten Vereniging Voetius te Utrecht ". De titel is ontleend aan de eerste regel van het verenigingslied.

Het drietal startte vijf jaar geleden de speurtocht naar het verleden en hun "Entdeckersfreude" is bevredigd, aldus Van de Bank. "We zijn onder andere meer te weten gekomen over het begin van de vereniging. Er was al bijna een Voetius vóór Voetius. Dat wist niemand." De eerste periode was heel moeilijk. Van de Bank: "Soms was Voetius aan zijn eindje." Zo blijkt bijvoorbeeld in het collegejaar 1907-1908 het ledental gezakt te zijn tot twee.

Wereldoorlog

Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, vergaderde Voetius aanvankelijk door. Dat werd steeds moeilijker, want de voetianen hadden weinig geld. De verwarming was slecht en regelmatig viel het licht uit. Voor iedere bijeenkomst was overigens goedkeuring nodig van de politie van Amsterdam. In het archief vind je daarover allemaal briefkaartjes. In geval van goedkeuring kwam de aanvraag terug, voorzien van een stempel "geen bezwaar, mits geen onderwerpen van politieken aard ter sprake worden gebracht, direct noch indirect."

"Het werd spannend", aldus Mensink, "toen de studenten de loyaliteitsverklaring moesten tekenen." De Voetianen waren daartegen en ze konden twee dingen doen: onderduiken of naar Duitsland. Door godsdienstleraar te worden vonden sommigen een constructie om er onderuit te komen. Zes studenten werden op transport naar Duitsland gezet. Twee leden overleefden de oorlog niet.

Een heet hangijzer in de geschiedenis van Voetius is de plaats van de vrouw. Jarenlang discussiëren de studenten. Mag ze nu wel lid worden of niet? En als ze eenmaal lid is, wat mag ze dan doen? Een preekoefening houden, ja of nee? Tot op de dag van vandaag is het antwoord op de laatste vraag: Nee. Er is geen tweederde meerderheid voor het afschaffen van artikel 13 in de wet van Voetius. En zolang dat zo is, voert de vereniging de discussie met langere of kortere tussenpozen steeds opnieuw. Van de Bank: "Het is een groot gezanik. Er is altijd het misverstand dat als een vrouw op Voetius 'preekt', ze ook in het ambt staat." De Vreugd: "Die visie hangt samen met het doel van Voetius. Zie je het bezig zijn op het dispuut als voorbereiding op het ambt, of zie je het als een veel bredere toerusting van de leden."

Identiteit

Voetius zou Voetius niet zijn als er geen ruimte was voor het ludieke. Er zijn veel grappen uitgehaald. Zo trouwde op een gegeven moment een van de heren met zijn hospita. Vervolgens werden de eerstejaars erheen gestuurd. Ze moesten vragen of er een kamer was vrijgekomen. Van de Bank, zelf lid van 1957 tot 1961, herinnert zich nog goed hoe hij eens uit de vergadering werd gezet. "Ik had de hoed van de preses opgezet."

Het is Mensink opgevallen dat nieuwe studenten voor Voetius kozen vanwege de identiteit en niet in de eerste plaats voor de gezelligheid. Van de Bank: Dat stond vaak thuis al vast. Natuurlijk werd je lid van Voetius. Mensink: Je merkt wel dat Voetius alles in huis haalde wat er op theologisch gebied te koop is. Van de Bank: Ja. Berkouwer, Banning en rooms-katholieke gasten kwamen spreken. Mensink: Daarbij was wel steeds de gedachte: Onderzoek alle dingen, maar behoud het goede. De Vreugd: Dit beleid is altijd een punt van discussie geweest. Het is tegelijk ook de sterke kant van Voetius.

Als je het hebt over de identiteit van Voetius, dan zie je door de loop der tijd een golfbeweging, aldus Van de Bank. Je had heel serieuze jaargroepen en later weer echt studentikoze. Je merkte het aan het varium (ludieke voordracht tijdens de jaarlijkse diesviering). Mensink: "Dat varium lag trouwens vaak gevoelig. Daar is nogal eens commentaar op gekomen."

In de jaren zestig was Voetius meer een studentenvereniging, is de indruk van De Vreugd. Leden gaan er dan bijvoorbeeld met het lint van de assessor vandoor. Die mag daarom zijn functie niet uitoefenen. Hij wordt dan benoemd tot notulator. Eerlijk gezegd, Van de Bank geeft het toe, gingen er ook wel eens dingen verkeerd. Dan werd de student geroyeerd.

In de jaren zeventig en tachtig worden de notulen steeds serieuzer, merkte De Vreugd. Dan is Voetius meer een theologenvereniging. Van de Bank: "Maar altijd heeft men willen vasthouden aan het gereformeerd-zijn. Dat begrip is ook niet eenduidig. De golven in de kerk gingen Voetius niet voorbij. Zo is steeds de spanning tussen Woelderink en Kievit ook op Voetius gevoeld. Dat heeft zich doorgezet." Mensink: "Maar de voetianen hebben nooit expliciet voor een van beide gekozen." Van de Bank: "Toch betekende het wel dat sommigen geen lid werden."

Mensink, zelf lid van 1988 tot 1994: "In onze tijd spitste zich dat toe op het gebruik van de Nieuwe Vertaling en het Liedboek. Als bestuur hebben we toen met een hele groep eerstejaars die daarom eigenlijk geen lid wilden worden, een gesprek gehad. We hebben ook gezegd: Als je denkt dat gereformeerd-zijn anders is, dan moet je komen en ons dat duidelijk maken. Uiteindelijk zijn de meesten in dat jaar wel over de streep gekomen." De Vreugd: "En die bleken later lang niet de slechtste inbreng te hebben."

Uitlaatklep

"Op Voetius zelf is het altijd heel goed gegaan als er verschillen van gedachten waren", vindt Mensink. Van de Bank: "Dat komt ook doordat er een uitlaatklep is. In de "Vox Voetianorum" (het verenigingsblad) is altijd open gediscussieerd. Maar nooit op onchristelijke wijze. Vroeger was er in de Hervormde Kerk een vrije kansel. Hervormd-gereformeerden van allerlei kleur preekten op elkaars kansel. Dat zijn we kwijtgeraakt." De Vreugd: "Op Voetius is die openheid van hervormd-gereformeerden en confessionelen juist altijd gebleven." Van de Bank: "Toch denk ik dat er vroeger meer uit de rechtervleugel lid waren dan nu." De Vreugd: "Er is inderdaad regelmatig gedreigd met het oprichten van een nieuw dispuut." Van de Bank: "Maar zover is het nooit gekomen."

Hoewel het woord hervormd-gereformeerd regelmatig valt, is de verhouding tot de Gereformeerde Bond altijd informeel geweest. "Er is jaarlijks contact," aldus De Vreugd. "In het begin toen ikzelf in het bestuur zat," vult Van de Bank aan, "zocht de GB contact en dicteerde. Toen hebben we als bestuur gezegd: "Het is niet zo dat we een GB-dispuut zijn." Dat is altijd de toon geweest. Er is sprake van een hartelijke en goede verhouding." Mensink: "In de praktijk bleek natuurlijk wel dat de meeste voetianen in dat circuit terechtkomen."

Hoewel de kerkelijke achtergrond van de voetianen nooit is uitgezocht, schat hij dat 95 procent van alle leden en oud-leden hervormd is, al waren er ook altijd wel enkele christelijke gereformeerden en studenten vanuit de Gereformeerde Gemeenten. "Er is ook altijd een aantal voetianen geweest die in de studententijd ergens anders zijn terechtgekomen dan waar ze begonnen."

Toekomst

Over de toekomst van het dispuut zit De Vreugd niet in. "Zolang de theologische faculteit bestaat, bestaat Voetius." Als grote uitdaging voor Voetius in de volgende eeuw ziet Van de Bank het Samen-op-Wegproces. Hij vermoedt dat het de meeste studenten weinig bezighoudt. "Het is de taak van Voetius om goede kerkelijke en wetenschappelijke theologen te blijven produceren."

Volgens Mensink gingen bij voetianen de ogen in het verleden moeilijk open voor de veranderingen in de samenleving. Hij ziet de grote uitdaging voor de vereniging dan ook liggen in het voorbereiden van de studenten op hun positie in kerk en samenleving. "Die zal door de secularisatie een andere worden."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 1999

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Een thuis voor theologen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 1999

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken