Bekijk het origineel

Bedreigingen voor een solide zuil

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Bedreigingen voor een solide zuil

Dr. Jan Zwemer: Reformatorische gezindte heeft te veel de neiging zich naar binnen te keren

11 minuten leestijd

De laatste beurs Wegwijs van dit millennium is bijna verleden tijd. Historicus en kenner van de gereformeerde gezindte dr. Jan Zwemer is er niet geweest en dat spijt hem. Uit nieuwsgierigheid had hij er graag een kijkje willen nemen. Niet uit enthousiasme, want Wegwijs maakt onmiskenbaar deel uit van de reformatorische zuil. "En die beschouw ik als een werelds verschijnsel."

Hij is er nog steeds een beetje bitter over. Vindt dat hij niet eerlijk is behandeld. Zijn proefschrift "In conflict met de cultuur" leverde met name in de kerkelijke pers veel zure reacties op en daarmee heeft men hem naar zijn mening geen recht gedaan. Een van de oorzaken is volgens hem dat niemand precies wist en weet wat hij met Zwemer aan moet.

Hij kan zich daar wel iets bij voorstellen omdat hij naar zijn zeggen niet gemakkelijk in een hokje is te stoppen. "Daarom hebben veel recensenten het zich kennelijk gemakkelijk willen maken. Ze wijzen een aantal details aan die niet helemaal kloppen en verbinden daar de conclusie aan dat de rest dan ook wel niet zal deugen." In onvervalst Zeeuws voegt hij eraan toe: "Dat von ik nogâ flauw."

Het is al weer zeven jaar geleden dat Zwemer promoveerde op een studie naar "de bevindelijk gereformeerden en de Nederlandse samenleving in het midden van de twintigste eeuw." Hij is zelf uit deze kringen afkomstig, zij het dat zijn ouders op zeker moment een overstap maakten van Gereformeerde Gemeenten naar de Nederlandse Hervormde Kerk.

Als wetenschappelijk onderzoeker aan de Vrije Universiteit in Amsterdam zette hij het fileermes er diep in. Zijn analyse van de liggingsverschillen, de gecompliceerde houding van de bevindelijken tegenover de moderne tijd en de pogingen de leer op noemer te brengen, is alleen voor fijnproevers te volgen.

Wie weet bijvoorbeeld nog van "de breuke Sions"? Het is een term die in zijn proefschrift een belangrijke rol speelt en die ook nu in Zwemers taxatie van de hedendaagse positie van de bevindelijken telkens doorklinkt. Het begrip "de breuke Sions" is nauw verbonden met de bekende Benthuizer predikant Ledeboer, die in de jaren veertig van de vorige eeuw uit de Nederlandse Hervormde Kerk werd gezet. Het ging de predikant aan het hart want hij vond dat alleen deze kerk bestaansrecht had.

Het ideaal van Ledeboer was een ongedeelde volkskerk die met de boodschap van het heil als een zoutend zout de hele samenleving zou doortrekken. Bij de breuk met de volkskerk in de vorm van de Afscheiding mochten de bevindelijken zich niet neerleggen. De kerken van de afgescheiden denominaties moesten noodgebouwen blijven zodat de herinnering aan "de breuke Sions" levend gehouden zou worden. Het abnormale mocht van Ledeboer niet als normaal worden gezien.

Zwemer zegt het te betreuren dat de Ledeboeriaanse visie in afgescheiden kringen feitelijk is losgelaten. Alleen onder oud gereformeerden bespeurt hij nog wel eens iets van de heimwee naar de ongedeelde kerk der vaderen en dat vindt hij een "zeer sympathiek trekje." In een van de stellingen bij zijn proefschrift zegt Zwemer dat de visie van Ledeboer, toegepast in deze tijd, "een indringende belangstelling voor de ontkerkelijkte massa" teweeg zou moeten brengen.

Zwemer nu: "In plaats daarvan zie ik eerder het omgekeerde gebeuren. De rechterflank van de reformatorische gezindte heeft juist de neiging zich naar binnen te keren. Alles is gericht op het persoonlijk heil. Het ligt in de lijn van Ledeboer de blik naar buiten te richten.

De plaats van een christen is niet op een terrein afgescheiden van de rest van de samenleving maar juist in het midden ervan, te midden van het volk. Het heil is toch voor heel de wereld? Dat zouden we toch niemand willen onthouden? Daarom zie ik het proces waarbij de blik van de samenleving wordt afgewend als een regelrechte ontsporing."

Maar u kent de tegenwerpingen. Een christen is zwak en het verkeren te midden van deze boze wereld brengt zo veel verleidingen met zich mee dat we daar geen overspannen verwachtingen van mogen hebben.

"Ik vind dat die bezwaren blijk geven van weinig godsvertrouwen. Christus zegt zelf dat we het zout der aarde zijn. Ik zou geen enkele rechtvaardiging weten om dat niet te zijn. Bovendien: als Hij het ons zelf zegt, mogen er toch van uitgaan dat Hij over ons waakt? Het is toch Zijn Kerk en Hij is toch Heer der wereld? Door de confrontatie wordt het geloof alleen maar sterker.

Ik las onlangs de oproep om als kerken schuldbelijdenis te doen over het in gebreke blijven tegenover onze naaste in de afgelopen eeuw. Daar ben ik een sterk voorstander van. Christenen zijn mede schuldig aan de secularisatie doordat ze zich achter veilige linies hebben teruggetrokken."

Het is volgens Zwemer in de rechterflank van de reformatorische gezindte misgegaan toen de dogmatiek steeds meer werd verfijnd. "Met deze dogmatiek in de hand meent men de gemeente aan de hand van allerlei kenmerken te kunnen opdelen in ware gelovigen en ongelovigen. Zo loopt men vooruit op het Rijk Gods. Men wil hier al het onkruid van de tarwe zichtbaar scheiden. Het is een afwijking van de leer van de oudvaders die er langzaam is ingeslopen.

Het past in deze gedachtegang dat de kerk zich terugtrekt uit de samenleving. De ongelovigen, en dat zijn er in de afgescheiden kerken velen naar men veronderstelt, hebben immers niet de kracht om in deze wereld staande te blijven. Zo komt het dat de blik naar binnen is gericht en dat de samenleving zo weinig meer van de christenheid in dit land merkt."

Zwemer tekent erbij aan dat niet de hele reformatorische gezindte mank gaat aan het naar binnen gericht zijn. Binnen de Gereformeerde Gemeenten ziet hij bijvoorbeeld een stroming die zich sterk maakt voor evangelisatie vanuit de plaatselijke kerken. "Een evangelische beweging", noemt hij dit smaldeel. "Het is ook niet zo dat er een heel strakke scheiding is. De een heeft wat meer van dit en de ander van dat."

"Historisch gezien zijn de aanhangers van de meer evangelische stroming de orthodoxen, want zij houden vast aan het oorspronkelijke idee dat het niet aangaat het onkruid en de tarwe zichtbaar te scheiden. Zij staan daarmee in de lijn van oudvaders zoals Van der Groe, Comrie en à Brakel. Die veroordeelden de ex-priester Jean de Labadie die ook zo'n zichtbare scheiding wilde praktiseren binnen de gereformeerde kerk."

Zo komt Zwemer vanzelf bij de 'refo-zuil' terecht. Daaronder wordt het netwerk van organisaties en instellingen verstaan dat zich vanaf de jaren zeventig binnen de reformatorische gezindte heeft ontwikkeld. Op alle terreinen van het leven kan de gezindte een beroep doen op professionele instituten.

Zwemer noemt deze zuil "een werelds verschijnsel." Dat er eigen scholen zijn, kan hij nog billijken omdat jongeren christelijke vorming nodig hebben. Maar zodra een christen tot de maatschappij toetreedt, is het naar de stellige overtuiging van Zwemer zijn taak met zijn aanwezigheid zijn omgeving te beïnvloeden. Daarom mag hij zich niet terugtrekken in een bastion.

"Daarmee wil ik niet zeggen dat christenen een speciale opdracht hebben om overal te gaan preken. Als het goed is, zullen anderen aan ons merken dat we christen zijn en zal er iets van ons uitgaan. De boom wordt immers aan de vruchten gekend."

U suggereert dat de zuil hoort bij het naar binnen gericht zijn. Maar ook de naar buiten toe gerichte "evangelische stroming" maakt volop gebruik van de zuil.

"Ik heb de indruk dat de mensen die tot die stroming behoren, de zuil minder verabsoluteren. De 'zwaren' hebben de neiging te denken dat er buiten de zuil niet veel van principiële waarde te vinden is. De anderen hebben dat naar mijn gevoel in mindere mate."

Een verschijnsel dat volgens Zwemer typisch is voor de 'refo-zuil', is de beurs Wegwijs. Tot zijn spijt heeft hij de beurs nooit bezocht vanwege de afstand tussen zijn woonplaats Serooskerke en Utrecht. "Uit nieuwsgierigheid zou ik er best eens naartoe willen", moet hij toegeven.

De gedachte van een eigen beurs voor de reformatorische gezindte spreekt hem op zich niet aan. "Het lijkt mij een eigenaardige vermenging van commercie en godsdienst. Ik zie niet in wat het reformatorisch beginsel te maken heeft met het organiseren van een gelegenheid waar auto's, bankstellen en kleding te koop zijn. Alleen al de naam Wegwijs begrijp ik niet. Wegwijs waarnaartoe?"

Heel simpel: de reformatorische consument wegwijs maken in het land van de RD-adverteerders. Is daar zo veel mis mee?

"Als het geen andere pretentie heeft, heb ik er geen problemen mee. Maar zodra het in verband wordt gebracht met godsdienst als de gemeenschappelijke noemer, vind ik het een vreemd fenomeen. En verder kom ik dan toch weer bij de verzuiling terecht. Zo'n beurs versterkt het idee van afzondering, het naar binnen gericht zijn. In feite is het een nieuwe uitloper van de zuil. Zelfs de synodaal gereformeerden, die toch een heel sterke zuil hadden, hebben naar mijn weten nooit een eigen beurs georganiseerd."

Een ander verschijnsel dat in dit rijtje past, vindt hij de neiging van leden van de reformatorische gezindte bij elkaar te gaan wonen. In zijn boek "Het gevaar van het hellend vlak", dat Zwemer na zijn proefschrift schreef, noemt hij als voorbeeld Genemuiden. In die plaats zijn volgens een publicatie in NRC Handelsblad de laatste dertig jaar steeds meer reformatorischen komen wonen, terwijl onkerkelijken de wijk namen omdat het dorp in hun ogen te gereformeerd werd. Ook andere plaatsen hebben zich volgens hem tot reformatorische bolwerken ontwikkeld. Zwemer is niet blij met deze "samenklontering." "Hoe meer de zuil wordt opgetuigd, hoe sterker het idee dat men tot een exclusieve groep behoort. Dat lijkt me onvermijdelijk."

U bedoelt dat het binnen de zuil zo goed toeven is dat er geen oog meer is voor "de breuke Sions"?

"Ik ken de oud gereformeerden niet zo want die heb je hier nauwelijks in Zeeland, maar ik heb wel eens begrepen dat die lange tijd wars zijn geweest van eigen organisaties. Dat is wat ik bedoel. In die zin ben ik zelf een Ledeboeriaan, ook al zullen anderen me eerder beschouwen als evangelisch-confessioneel. Ik zei het al, ik pas niet zo goed in een hokje."

In een kritische bijdrage over de beurs Wegwijs schreef hij drie jaar geleden in het Friesch Dagblad dat de 'refo-zuil' tamelijk onbedreigd de 21e eeuw lijkt in te gaan. In het gesprek hierover voegt hij er het woord "voorlopig" aan toe. Hij zegt het buitengewoon moeilijk te vinden een verwachting uit te spreken over hoe het de zuil in de volgende eeuw zal vergaan en hij houdt dan ook graag een flinke slag om de arm.

"De refo-zuil lijkt zeer solide te zijn, maar aan de andere kant zijn er ook bedreigingen. Zo is er de eerdergenoemde tegenstelling tussen de ultrarechtsen en de lichtere stroming. Dat kan gaan botsen. Het hangt mede af van de vraag of zich zaken aandienen die als een splijtzwam fungeren. Er kan een nieuw type problemen ontstaan. Neem dat hele gedoe rond het goddeloze internet. Ik kan er met mijn verstand niet bij dat een deel van de zuil dat vrij kritiekloos aanvaardt. Verder zit het er wel in dat er een nieuwe Blaauwendraad opstaat. Maar of daardoor de zaak uiteen valt, is nog weer iets anders. Tot nu toe is het ook gelukt om het bijeen te houden."

Een andere bedreiging is het materialisme. Juist in de uiterste rechterflank ziet Zwemer een vrij kritiekloos omgaan met geld en goed. Nu het welvaartsniveau tot ongekende hoogte is gestegen en het consumentisme welig tiert, zou dat wel eens kunnen leiden tot interne erosie. In zijn artikel in het Friesch Dagblad wees hij erop dat de gemiddelde bezoeker van Wegwijs gebonden is aan een veelheid aan gedragsregels maar dat het genieten van woningen, huisraad, kleding en auto's kennelijk van dat verbod is uitgezonderd.

Het oprukkend materialisme staat volgens Zwemer op gespannen voet met de calvinistische soberheid. Deze ontwikkeling kan ertoe leiden dat de gezindte steeds meer opgaat in het hiernumaals en steeds minder aandacht heeft voor de zaken van het hiernamaals. "Ledeboer moest volgens mij niets van materialisme hebben. Zijn familie moest ingrijpen om te voorkomen dat hij al zijn bezittingen zou uitdelen onder de armen."

De synodaal gereformeerde zuil is ondergegaan als gevolg van vermolming. De zuil was er nog wel maar ze had geen draagvlak meer.

"Daaraan denk ik wel eens bij het verschijnsel van de reformatorische bezinningsbijeenkomsten voor jongeren. Ik heb gelezen dat daarvoor grote belangstelling is. Daar wordt duidelijk het toekomstig kader gevormd. Maar ik vraag me wel eens af of er tegen die tijd nog wel voldoende draagvlak zal zijn onder de gewone mensen. Zo niet, dan is er dus niets meer om kader voor te zijn. Tegelijkertijd verwacht ik niet dat de zuil helemaal ten onder zal gaan. Persoonlijk zou ik het ontzettend jammer vinden. Bij alle bezwaren die ik heb, bevat ze ook heel veel goede dingen. Ik zou het werkelijk betreuren als het kind met het badwater zou verdwijnen."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 oktober 1999

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Bedreigingen voor een solide zuil

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 oktober 1999

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken