Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Zwaar, smerig maar scheppend werk

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Zwaar, smerig maar scheppend werk

Smederij Rombout levert ook particulieren sierhekken van een ton

6 minuten leestijd

De zware ijzeren krul, bedoeld voor een groot smeedijzeren hekwerk, wordt roodgloeiend en doorschijnend in het kolenvuur. De smid, nog net zo breedgeschouderd en gespierd als in de schoolboekjes van vroeger, pakt het metaal met een tang uit het vuur en legt het op het aambeeld. Met een zware hamer slaat hij het vakkundig in model. In Smederij Rombout in Buurmalsen waant de bezoeker zich terug in de tijd.

Cees Rombout roert in zijn koffie. "Het lijkt de achttiende eeuw wel. Mensen durven weer te laten zien dat ze geld hebben", merkt hij op. Zelfs aan particulieren levert hij sierhekwerken van om en nabij de ton. "Het blijft moeilijk uit te leggen dat daar dan maar voor 4000 à 5000 gulden aan materiaal in zit. Het zijn de uren die betaald moeten worden. Aan zo'n hek werk je diverse maanden met man en macht. Los van de twee of drie ontwerpen die je van tevoren maakt."

Rombouts bedrijf dateert uit 1828. "Toen mijn grootvader dit bedrijf overnam, was hij de dorpssmid. Je weet wel. Paarden beslaan, land- en tuinbouwgereedschap repareren, kachelwerk, hang- en sluitwerk van deuren maken. Het was een vakman, zonder meer, maar een sierhek maken was een grote uitzondering." Rombout pakt het kasboek van zijn opa erbij. In speelse, met inkt geschreven letters lees je dat de oude Rombout meestal niet meer dan een paar cent of een dubbeltje per verrichting verdiende. "Bussen voor op de schoorsteen: één gulden veertig. Dat was een gigantisch bedrag voor die tijd." De gespierde kleinzoon neemt een ander kasboek, waaruit blijkt dat de prijzen soms in zestig jaar niet stegen. "Het beslaan van een paard kostte in 1930 net zo veel als in 1870. Er was nauwelijks brood mee te verdienen. Uren werden niet gerekend, de mensen kwamen één keer per jaar afrekenen."

Acantusbladeren

Toen zijn vader voor de oorlog in het bedrijf kwam, werd het werk anders. "De vraag naar mooi smeedwerk groeide. Het restaureren kwam uiteindelijk op de eerste plaats. Denk aan de opbouw van kerken na de oorlog. Mijn vader begon te ontwerpen, hij kon goed tekenen."

Het ging goed totdat in de jaren zestig en zeventig de klad erin kwam. De meeste dorpssmederijen verdwenen als sneeuw voor de zon. Hoefsmid werd een vak apart, met een eigen opleiding. "Jammer genoeg bestaat de opleiding voor smid sinds veertig jaar niet meer, hoewel de belangstelling onder jongeren groot is."

Tien jaar geleden richtte Rombout met een groep smeden die vreesden dat hun ambacht een voortijdige dood zou sterven, het Nederlands Gilde van Kunstsmeden (NGK) op. Zo'n vijftig smeden zijn lid. De meesten hebben één- of tweemansbedrijfjes. Rombout heeft met tien man personeel een fors bedrijf. Het gilde is een branchegroep binnen de Metaal Unie, die ook subsidie verstrekt voor een volgend voorjaar te starten opleiding voor smid, waar landelijk zo'n acht à tien jongeren aan kunnen deelnemen. "Het probleem is dat we nieuwe boeken moeten maken. Alles wat we op dit gebied hebben, is sterk verouderd. De opleiding gaat twee jaar duren, maar voor je het vak onder de knie hebt ben je zes jaar verder."

Cees Rombout is vergevorderd. Regelmatig geeft hij les in Venetië, waar de Unesco vijftien jaar geleden een uniek project startte. Jonge vakmensen -houtbewerkers, smeden, steenhouwers- uit diverse landen volgen via de universiteit cursussen om de fijne kneepjes van het vak onder de knie te krijgen. Rombout leert jonge smeden bijvoorbeeld acantusbladeren te drijven en de ingewikkelde bladpatronen te maken die de hekwerken uit de Jugendstil zo kenmerken.

Voor de jaarlijkse smeedmanifestatie in Tsjechië, waar zo'n 500 à 600 smeden uit Europa aanwezig zijn, ontwierp Cees een monumentaal hek in Jugendstil. Voor zowel de uitvoering als het ontwerp kreeg hij de eerste prijs. "De beste smeden komen uit Tsjechië", zegt hij bescheiden. "Loop door Praag en je ziet het mooiste smeedwerk ter wereld. Ze worden daar tot in de puntjes opgeleid. Ons bedrijf werkt steeds meer samen met buitenlanders. Duitsers zijn ook goed in hun vak. Zij hebben, net als de Fransen, een gedegen opleiding voor smid."

Kroon op Rombouts werk was de restauratie van het scheepvaarthuis in Amsterdam. Een gebouw uit 1913 in art-decostijl. "Het smeedwerk is uniek in de wereld. Het was een grote eer om deze opdracht uit te voeren." Ander hoogtepunt was het maken van het hekwerk en de bekroning op de toegangshekken van het paleis Noordeinde in Den Haag. Hoewel de coating (meestal zink) en het schilderwerk meestal uit handen wordt gegeven, bracht Rombout zelf de bladgoudlaag aan. Geen vakwerk, maar kunst.

Gestolen

De belangstelling voor het vakwerk van de kunstsmid groeit. "Mensen komen hier steeds vaker met eigen ideeën en ontwerpen. De meeste zijn uitvoerbaar. Je moet denken aan trapleuningen, kandelaars, lampen, lantaarns en meubelen."

Rombout werkt nog altijd met ijzer. De grootste vijand blijft roest. "Vandaar dat we een coating van zink of verf laten aanbrengen. Mijn grootvader gebruikte smeedijzer. Dat was zachter en had een lager koolstofgehalte. Het is niet meer verkrijgbaar. Tegenwoordig werk je met constructie-ijzer. Het is harder. Er is ook wel geprobeerd te smeden op gas. Maar je krijgt nooit de temperatuur van een kolenvuur. Er is dus niet veel veranderd in tweehonderd jaar. Ik gebruik ook nog steeds het gereedschap van mijn grootvader." Lachend: "Het is nog steeds zwaar, smerig, maar scheppend werk. Er wordt tegenwoordig ook geëxperimenteerd met brons, alhoewel nog niet door ons. Brons is zachter en gemakkelijker te bewerken, maar tegelijk veel kostbaarder."

Mensen beseffen tegenwoordig dat een hek meer is dan een omlijsting van ijzer. Rombout toont een sierlijk hekwerk van een klant, dat voor een raam geschroefd wordt. "Het waren er twee, de andere is gestolen. Ik maak met heel veel plezier een nieuwe, maar de bijzondere vormgeving vereist veel uren werk. Er hangt dus een stevig prijskaartje aan. Toch is het fijn dat mensen het weer laten maken. Hierdoor krijgen we de kans de liefde voor ons werk te laten zien. Daar ben ik heel blij om."

Rombout blikt nog even terug. "Als ik denk aan de tijd van mijn grootvader dan is er natuurlijk wel iets veranderd. Hij had alle tijd om opdrachten te maken. Mensen kwamen af en toe langs om te vragen of een werkstuk al klaar was, maar het kwam niet op een week of een maand. Men verwacht nu dat je binnen een afgesproken tijd kunt werken. Als het een dag later wordt, gaat de telefoon."

Smederij Rombout is gevestigd aan de Rijksstraatweg 9 te Buurmalsen. Tel. 0345-57 22 84.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 23 oktober 1999

Reformatorisch Dagblad | 40 Pagina's

Zwaar, smerig maar scheppend werk

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 23 oktober 1999

Reformatorisch Dagblad | 40 Pagina's

PDF Bekijken