Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Van uittocht tot unieverklaring

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Van uittocht tot unieverklaring

5 minuten leestijd

3 augustus 1944: De synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland zet de hoogleraren S. Greijdanus en K. Schilder af vanwege meningsverschillen over de pluriformiteit van de kerk, de leer van de algemene genade en de veronderstelde wedergeboorte. Acht dagen later proclameert Schilder de Acte van vrijmaking en wederkeer.

30 maart/1 april 1948: Het Amersfoorts congres wordt gehouden. Dit leidt tot de oprichting van het GPV. Vooraanstaande vrijgemaakten protesteren onder meer tegen de leer van de gemene gratie, omdat die tekortdoet aan de heerschappij van Christus. Praktisch gezien konden de vrijgemaakten en de synodalen al niet meer door één politieke deur. Afgezette ambtsdragers vonden dat zij in de ARP niet konden samenwerken met degenen die voor hun afzetting verantwoordelijk waren. Schutte noemde dat vorig jaar in deze krant "een acuut ethisch conflict."

15 mei 1963: GPV-lijsttrekker P. Jongeling verovert een zetel in de Tweede Kamer.

31 oktober 1967: Er verschijnt een open brief van 25 vrijgemaakten die zich niet kunnen vinden in de exclusieve kerkopvatting van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt). Dit leidt tot een reeks conflicten waardoor een deel van de vrijgemaakten buiten het kerkverband komt te staan. Het kerkverband van de buitenverbanders krijgt later de naam van Nederlands Gereformeerde Kerken.

28 april 1971: Het GPV behaalt een tweede zetel, dankzij de stemmen van verontruste antirevolutionairen. Dr. A. J. Verbrugh neemt naast Jongeling plaats in de groene bankjes van de Tweede Kamer.

27 mei 1972: De besprekingen tussen het Nationaal Evangelisch Verband (een bundeling van verontruste AR-mensen) en het GPV lijden schipbreuk. De NEV'ers willen op voet van gelijkheid met het GPV samenwerken, maar daartoe is deze partij volstrekt niet bereid.

15 maart 1975: NEV'ers en anderen orthodoxe protestanten die zich niet thuisvoelen in SGP, GPV, ARP of CHU, richten de Reformatorische Politieke Federatie op.

25 mei 1977: Doordat de RPF aan de verkiezingen deelneemt (overigens zonder succes) verliest het GPV zijn tweede zetel in de Tweede Kamer. In dat jaar komt er wel een GPV'er, J. van der Jagt, in de Senaat. Met een onderbreking van 1981 tot 1983 zit hij daar tot de huidige GPV-senator, Veling, hem in 1991 opvolgt.

26 mei 1981: De RPF behaalt bij de Tweede-Kamerverkiezingen twee zetels. M. Leerling en A. Wagenaar schuiven aan bij de GPV'er Schutte, die de opvolger is van Verbrugh. In dit jaar schrijft een zeventigtal GPV'ers een brief over de noodzaak om de lijsten van RPF en GPV ineen te schuiven.

23 april 1985: Na jaren van ruzie gaan de wegen van de RPF-kamerleden Leerling en Wagenaar uiteen. Leerling houdt de steun van de RPF. Wagenaar gaat zelfstandig verder en richt een eigen partij op, die bij de verkiezingen van 1986 geen zetel behaalt.

6 september 1989: Het GPV behaalt opnieuw een tweede zetel. Fractiemedewerker E. van Middelkoop neemt plaats naast Schutte. De RPF behoudt haar ene zetel.

24 april 1993: Het GPV verruimt zijn statuten zodat niet-vrijgemaakten zich ook aan kunnen melden als lid. In de praktijk blijken weinigen daar gebruik van te maken. Ondanks de open luiken blijft de partij een vrijgemaakte uitstraling houden.

3 mei 1994: De RPF behaalt met een vernieuwde lijst drie zetels. L. C. van Dijke, mr. A. Rouvoet en D. Stellingwerf maken hun entree op het Binnenhof. Het GPV behoudt zijn twee zetels.

Voorjaar 1996: Het federatiebestuur van de RPF doet een verzoek aan het bestuur van het GPV om bij de verkiezingen van 1998 met een gezamenlijke lijst uit te komen. Het GPV neemt daarna het zogenaamde dubbelbesluit: het verzoek tot een ineengeschoven lijst wordt afgewezen, maar de partij besluit tegelijkertijd gesprekken met de RPF aan te gaan. De partijen stellen een commissie in die de verschillen en de overeenkomsten tussen beide partijen moet analyseren.

15 november 1997: De partijbesturen van RPF en GPV presenteren de nota "Samenwerking in perspectief", waarin ze uitspreken dat de partijen meer gaan samenwerken. In de wandelgangen heet dit moment "de verloving".

7 februari 1998: De fractievoorzitters van RPF en GPV in de Tweede Kamer bieden hun partijvoorzitters een manifest aan waarin ze voorstellen gezamelijke fractievergaderingen te houden en tijdens debatten gezamenlijk het woord te voeren.

10 maart 1998: RPF en GPV houden eerste gezamenlijke fractievergadering.

6 mei 1998: RPF en GPV behouden bij de Tweede-Kamerverkiezingen hun drie respectievelijk twee zetels. De fracties zetten hun onderlinge samenwerking met gezamenlijke woordvoerders voort.

18 juni 1998: De ingestelde RPF/ GPV-commissie constateert dat het mogelijk moet zijn dat beide partijen in één politiek en organisatorisch verband gaan optreden. Ze hebben een proeve van een grondslag opgesteld voor een gezamenlijk politiek optreden. GPV-fractievoorzitter Schutte verklaart zich tegen een fusie. Hij kan wél leven met één lijst en één programma.

2 november 1998: De besturen van RPF en GPV spreken uit dat ze streven naar een gezamenlijk politiek-programmatisch optreden. Het RPF-bestuur wil ook een organisatorische eenheid. Het GPV is daar niet aan toe. De kiesverenigingen krijgen tot 1 april 1999 de gelegenheid zich via het beantwoorden van de vragenlijst uit te spreken over de vorm van samenwerking die zijn wensen.

24 april 1999: De besturen van RPF en GPV constateren dat er in de partijen een breed draagvlak bestaat voor een gezamenlijk politiek optreden van RPF en GPV. Voor organisatorische samenwerking bestaat minder enthousiasme: 80 procent van de GPV-verenigingen wil een eigen toelatingsbeleid van leden behouden, 40 procent van de RPF'ers wil dat ook. Het GPV wil daarmee voorkomen dat evangelischen en anderen die de gereformeerde belijdenis niet onderschrijven, in hun gelederen komen. De RPF wil deze mensen juist wel politiek onderdak bieden. De partijbesturen nemen de taak op zich om te komen met concrete voorstellen. 21 oktober 1999: De partijbesturen presenteren hun plan voor een unie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Saturday 23 October 1999

Reformatorisch Dagblad | 40 Pagina's

Van uittocht tot unieverklaring

Bekijk de hele uitgave van Saturday 23 October 1999

Reformatorisch Dagblad | 40 Pagina's

PDF Bekijken