Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Rechercheurs zonder gezicht

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Rechercheurs zonder gezicht

"Tenslotte moet je boeven met boeven vangen"

5 minuten leestijd

Ze buigen zich over vermoorde mensen, zitten oog in oog met brute misdadigers, aftandse drugsdealers en keiharde criminelen. Ze speuren naar sporen in de schaduwzijden van de maatschappij. Het liefst zonder al te veel ruchtbaarheid; de mannen en vrouwen van de recherche doen hun job in stilte. "We maken in dit werk geen vrienden maar gaan voor de waarheid."

Een gesprek met rechercheurs heeft iets aparts. Normaal stellen zij de vragen, aan een verdachte. Observeren is een onderdeel van de tactiek. Probeert de verdachte vragen te ontwijken, krijgt hij het benauwd, staart hij naar het plafond, zoekt hij naar woorden? "Allemaal zaken waar we op letten", zegt rechercheur Nico Snoep, terwijl hij mij doordringend aankijkt. Een ongemakkelijk gevoel maakt zich van mij meester. Wie is hier de 'verdachte' en wie stelt de vragen?

Zeg "politie" en iedereen ziet de agent op straat voor zich die een bekeuring uitdeelt of het verkeer regelt. Bij "recherche" wordt het moeilijker. Rechercheurs zijn -in boeken en spannende tv-series- in de regel belegen politiemensen die 's nachts knorrig op de plaats delict (peedee in politiejargon) arriveren, nonchalant de vermoorde en de omgeving in zich opnemen en vervolgens via contacten in het criminele circuit naar de dader speuren. Natuurlijk blijkt een haar, een stukje glas of een vlek in de vloerbedekking uiteindelijk de doorslag te geven. Een detail dat iedereen, behalve de knorrige rechercheur, over het hoofd zag.

Boeken met deze voorspelbare inhoud leest Snoep nooit. "We hebben een ontzettend leuk vak, maar de werkelijkheid is vaak weerbarstiger dan in zo'n verhaal", zegt hij in zijn kamer op de eerste verdieping van het hoofdbureau van het district Dordrecht/Zwijndrechtse Waard van de politie Zuid-Holland-Zuid. Snoep (41) is coördinator van het rechercheteam dat dik twintig mensen telt. Aan tafel zit ook een van zijn medewerkers, de 29-jarige Jan Simon van der Net.

Kwam Snoep welbewust bij de politie ("ik wilde een beroep waarbij je met mensen om kon gaan en had de keus tussen de politie of de verpleging"), voor Van der Net was het eigenlijk geen keus. "Mijn vader zag een advertentie in de krant en vroeg of dat iets voor mij was. Tenslotte moet je boeven met boeven vangen, zei hij."

Wie het duo op straat tegenkomt, herkent ze niet. Snoep en Van der Net doen hun werk altijd in burger. Het liefst blijven ze zonder gezicht. Vandaar dat hun foto bij dit verhaal ontbreekt. "Het werk van de recherche valt grofweg in vier categorieën onder te verdelen", vertelt Snoep. "Geweldsdelicten, drugsoverlast, autocriminaliteit en woninginbraken." Doorgaans komen de wat zwaardere (gewelds)delicten op zijn bureau terecht. "Het feit dat mensen omkomen, is heel triest maar voor de recherche is het interessant om de zaak tot een goed einde te brengen. Dat doen we met elkaar."

Snoep hoef je niets wijs te maken; hij gaf zelfs les aan collega's in het rechercheren. "Dat is het mooie van de politie. Je hebt onder collega's te maken met vogels van diverse pluimage. Als christen kun je daar prima je weg in vinden. In aanraking met criminelen heb je veel aan het geloof. Je weet best dat je niet beter bent, maar wel anders. Een crimineel moet je als mens behandelen. Hem in zijn waarde laten en niet voor de gek houden. Kijk, wij maken in dit werk geen vrienden, maar gaan voor de waarheid."

Als de pieper gaat voor bijvoorbeeld een schietpartij met dodelijke afloop in het centrum van Dordrecht en Snoep en Van der Net hebben beide dienst, gebeurt er grofweg gezegd het volgende. Van der Net spoedt zich naar de plaats delict en probeert snel en goed een overzicht te krijgen van de situatie. "Sporen veilig stellen, getuigen van elkaar scheiden en een eerste verhoor afnemen, in ieder geval proberen te voorkomen dat het een chaos wordt."

Snoep kruipt op het bureau met enkele collega's om de tafel en zij proberen de eerste puzzelstukjes te leggen. Is het slachtoffer een bekende van de politie? Wat zijn de omstandigheden? Wat zeggen de getuigen? Zijn er stille getuigen? "De eerste uren zijn van groot belang", zegt Snoep. "Naarmate een onderzoek langer duurt, is de kans op aanhoudingen minder groot."

Zijn er eenmaal verdachten gearresteerd, dan volgt het verhoor. "Daarbij zijn we uit op het vinden van de waarheid, niet op bekentenissen." Het verhoor van een verdachte gebeurt altijd door twee rechercheurs. De een verhoort, de ander observeert. "Je gaat de verhoorkamer in en je weet nooit wat je zult vinden", meent Van der Net. Hij verhult niet bij een indringend verhoor af en toe wat druk uit te oefenen. "Je mag best confronteren en met de vuist op tafel slaan."

Soms acteert de rechercheur tijdens een verhoor. "Als ik verdrietig moet zijn, dan ben ik verdrietig." Snoep vult aan: "We spelen het spel wel eerlijk. We moeten ons bij de rechter met twee vingers omhoog voor de gehanteerde werkwijze kunnen verantwoorden."

Vormt de veroordeling van een verdachte door de rechter de bekroning op een geslaagde zaak? "Niet echt", zegt Van der Net, "wij waren er al eerder van overtuigd dat we de juiste man te pakken hadden." Ronde zaken, zoals dat heet in politietaal, zijn gezond, meent Snoep.

Het kan gebeuren dat de Dordtse rechercheurs overtuigd zijn van iemands schuld en de rechter anders oordeelt. Zoals bij de 26-jarige verdachte A. J. O. alias de man met de hamer. Hij werd opgepakt voor de beroving van een 75-jarige vrouw. Deze vrouw kreeg daarbij op 4 augustus vorig jaar een klap met een hamer op het achterhoofd en overleed een week later. O. werd vrijgesproken voor moord, maar kreeg twaalf jaar cel voor zes berovingen.

Natuurlijk zien Snoep en Van der Net in hun werk gruwelijke taferelen. Hoe verwerken ze dat? "Ik laat als ik 's avonds of 's nachts thuiskom altijd even de dag in mijn tenen zakken", zegt Snoep. "Zeker bij ernstige dingen waar je privé van gruwt. Maar ik moet zeggen dat het me veel meer doet als een van mijn kinderen iets overkomt dan dat ik een gruwelijk verminkt iemand zie." Van der Net: "We zijn meer met het onderzoek bezig. Aanwijzingen en mogelijkheden spoken meer door mijn hoofd dan de aanblik van een lijk."

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 2 november 1999

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

Rechercheurs zonder gezicht

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 2 november 1999

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken