Bekijk het origineel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

"Hier werden mensenlevens gered"

Dokter Kolff hielp met dialyseapparaat NSB-dame die in Kampen in het gevang zat

7 minuten leestijd

Hij heeft een "ear-and-eye-lady" meegenomen om zijn weg te vinden. Nu hij 88 jaar geworden is, beginnen zijn ogen en oren hem meer en meer in de steek te laten. Maar aan wil en doorzettingsvermogen ontbreekt het de gepensioneerde dokter Willem J. Kolff, uitvinder van de kunstnier, geenszins. "Als Pim zich ergens in vastbijt, laat hij niet meer los", vertelt zijn schoonzuster. Kolff hééft zich ergens in vastgebeten, namelijk in het behoud van het oude stadsziekenhuis in Kampen.

Daar ontwikkelde hij het dialyseapparaat voor nierpatiënten. In de kamer waar die machine voor het eerst levens van nierpatiënten 'redde', moet een museum komen, vindt Kolff, die in 1911 in Beekbergen geboren werd en nu in het Amerikaanse West Chester Pike in de staat Pennsylvania woont. "Het is wat laat tot mij doorgedrongen dat het gevaar bestond dat het ziekenhuis zou worden afgebroken. Ik geloof dat hetzelfde voor de mensen in Kampen geldt. Die realiseren zich de betekenis van dit gebouw nog niet."

Commanderen

Het is nog vroeg als Kolff in de suite van een hotel aan de IJssel in Kampen zijn verhaal doet. Tijdens de paar dagen die hij in de stad doorbrengt, wil hij zo veel mogelijk mensen spreken. "Ik hoop alle raadsleden te spreken en veel mensen van de pers. Opschieten", commandeert hij zijn "ear-and-eye-lady", een 81-jarige Amerikaanse die Kolff tijdens zijn uitstapjes vergezelt. De rest van zijn gevolg, een schoonzuster en een Duitse gast, weet ook dat Willems wil wet is.

Het moeten stond altijd centraal in het leven van Kolff, die vorig jaar door het LIFE-magazine op de lijst van honderd belangrijkste Amerikanen van deze eeuw is geplaatst. De bejaarde arts heeft nog niets van zijn gedrevenheid verloren. Pas twee jaar geleden ging hij met pensioen. "Nu stop ik ermee", zei hij tegen zijn vrouw. Al snel werden die woorden holle frasen. Willem Kolff kon het niet nalaten zich te bemoeien met zaken die hem aan het hart gingen.

"Ik had beloofd niets meer te schrijven en niet meer op stap te gaan", zegt hij. "Begin dit jaar kon ik het niet meer houden. Pensioen is verschrikkelijk. Ik móést weg. Ik kon niet stilzitten." De dreigende sloop van het Kamper ziekenhuis leek zelfs een welkome uitdaging. "Pim vindt het leuk dat hij weer iets heeft om zich druk over te maken", gniffelt zijn schoonzuster.

Ureum

De carrière van de man die in Amerika de "father of the artificial organs", de vader van de kunstmatige organen, wordt genoemd, begon in 1938. In dat jaar studeerde Kolff af aan de universiteit in Leiden en hij wilde promoveren. "Omdat mijn vrouw een beetje geld had, hoefde ik na mijn afstuderen niet direct aan het werk. Ik kon terecht aan de universiteit in Groningen.

Daar kreeg ik vier patiënten toegewezen voor wie ik moest zorgen. Een van hen was een jongeman die aan een chronische nierontsteking leed. Uiteindelijk is hij een miserabele dood gestorven. Ik vond dat verschrikkelijk en het zette mij aan het denken. Ieder mens met een normaal eetpatroon produceert per dag 20 gram ureum. Dat zijn afvalstoffen die de nieren uit het bloed verwijderen. De nieren van die jongeman in Groningen konden dat niet meer.

Ik wist: Als ik dat ureum eruit kan halen, zou hij een normaal leven kunnen leiden. Waarom zou zijn bloed niet buiten zijn lichaam gespoeld kunnen worden? Al in 1911 waren er experimenten met dialyse gedaan. Waar die waren gestopt, ging ik verder. Ik ontdekte het principe van de spoelmachine: het bloed moest door een lange cellofaanbuis lopen en zowel het bloed als de spoelvloeistof moest in beweging zijn."

Stijlvol gebouw

Toen de Duitsers in 1940 een nationaal-socialist tot hoofd van het departement medicijnen benoemden, vertrok Kolff uit Groningen. "Ik ging daar weg en mijn onderzoek stond dus stil. Kort daarna werd ik aangesteld als eerste internist in het ziekenhuis van Kampen. Daar ben ik zeer goed geholpen, al stelde ik hoge eisen. Ik wilde een modern laboratorium met persoonlijke assistenten die dag en nacht in het ziekenhuis verbleven. Een luxe vergeleken met universitaire ziekenhuizen. Maar ik heb het gekregen. Uiteindelijk heb ik in Kampen het eerste dialyseapparaat voor nierpatiënten gebouwd."

Voor die daad heeft Kolff veel erkenning gekregen. Hij won zo'n honderd prijzen en publiceerde bijna zeshonderd artikelen. Dat hij nu voor het behoud van het Kamper ziekenhuis strijdt, komt niet alleen doordat het een "stijlvol gebouw" is. Terwijl hij door de vervallen ziekenhuiszalen schuifelt, zegt hij: "Hier is geschiedenis geschreven." De gepensioneerde arts wijst om zich heen: "In deze charmante gang werden concerten gegeven. De zusters schoven de bedden rond het middelpunt, en daar lagen die zieke mensen dan te luisteren. En in die kamer stond het dialyseapparaat. Daar werden mensenlevens gered. U moet zich ervan bewust zijn wat dat heeft betekend."

Kolff vervolgt: "Ik was er zo stellig van overtuigd dat het wetenschappelijke principe achter de kunstnier klopte, dat ik ondanks teleurstellingen door bleef gaan. De eerste patiënten die ik met het dialyseapparaat behandelde, gingen -behalve één- allemaal dood. Maar de klinische verbetering die ik bij hen constateerde, maakte dat ik volhield."

Patiënt nummer 17

Verklarend: "Een dochter bracht haar vader bij me. De man was comateus, helemaal ellendig. Na de behandeling, de volgende morgen om zes uur, was hij klaarwakker. Hij vroeg om een ontbijt en wilde een wandelingetje maken. Hij schreef zijn testament en stierf toen. De klinische verbetering -het verschil tussen een comateuze toestand en het vragen naar een ontbijt- was er.

De eerste patiënt die met het dialyseapparaat gered werd, was patiënt nummer 17. Een NSB-dame die in de Van Heutsz-kazerne van Kampen in het gevang zat. Comateus en snurkend kwam ze binnen. Mijn collega's vonden eigenlijk dat ik haar niet moest helpen. Ze heulde immers met de Duitsers. Toch heb ik haar geholpen. Zij was mijn patiënt en ik was de dokter. Ik sloot haar aan en na een paar uur vroeg ik: "Mevrouw, kunt u mij horen?" Ze deed haar ogen open en het eerste wat ze zei was: "Ik ga me van m'n man laten scheiden." Dat heeft ze gedaan."

Geen patent

Tegenover de bezetter hield Kolff zijn bevindingen verborgen. Hij werkte in het diepste geheim. "Ik mocht van die Duitsers best mijn gang gaan, maar ik wilde niet dat zij uiteindelijk met de eer zouden gaan strijken. Daarom wilde ik niet dat de bezetters ook maar iets van mijn onderzoek afwisten. En al helemaal niet dat ze zich ermee bemoeiden.'' Bovendien zat Kolff in het verzet.

"Het laatste jaar van de oorlog konden we niets meer doen. Toen het

vervoer van patiënten niet meer mogelijk was, heb ik een kunstnier laten maken in het ziekenhuis in Den Haag en in het ziekenhuis van de universiteit van Amsterdam. Het apparaat in Amsterdam is door een ondergedoken student in elkaar gezet. Als daar een nierpatiënt binnenkwam, ging ik ernaartoe. Hele tochten heb ik gemaakt.

Gelijk nadat Nederland bevrijd was en vervoer weer mogelijk, ben ik naar de British Information Service gegaan. Ik wilde weten of er iemand in de vrije wereld zich met de kunstnier had beziggehouden. Er bleek niemand te zijn geweest. Ik had het dialyseapparaat voor nierpatiënten uitgevonden. Patent heb ik er trouwens niet op aangevraagd. In die tijd was het onethisch voor dokters om patent aan te vragen op medisch gebied. Ik ben er dus niet rijk van geworden."

Onderzoek

Ook de basis van een hart-longmachine ligt in Kampen. "Ik wilde kijken of ik een machine kon ontwikkelen die vijf liter bloed per uur van zuurstof kon voorzien. Met hulp van Philips in Zwolle heb ik zo'n machine gebouwd."

In 1950 vertrok Kolff naar Amerika. "Kampen was te klein voor mijn plannen. Ik had veel geld, mensen en apparatuur nodig om te kunnen doen wat ik wilde. De hart-longmachine heb ik meegenomen naar Amerika. Daar wilde niemand ze gebruiken, dus heb ik ze in een kelder gezet. Vijf jaar later is ze eruit gehaald en in de Cleveland Kliniek in Ohio verder ontwikkeld. Dankzij de ontwikkeling van de machine vond niet lang daarna de eerst openhartoperatie plaats."

Kolff zucht: "De mensen die met mij aan de kunstnier en de hart-longmachine werkten, zijn bijna allemaal dood. Zij waren allemaal ouder dan ik. Toen de eerste patiënt in 1943 behandeld werd, was ik nog maar 32 jaar. Nu lijkt het alsof ik alleen ben overgebleven om Kampen te vertellen dat het ziekenhuis niet plat moet."

Het is tien uur. Kolff commandeert zijn gevolg: "Terug naar het hotel. Er zit een raadslid op me te wachten. Een vijand, die de boel plat wil gooien. Er moeten mensen overtuigd worden."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 november 1999

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 november 1999

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken