Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

"De pastor moet tweetalig zijn"

Dr. H. C. van der Meulen spreekt op studiedag over pastoraat

5 minuten leestijd

EDE - "Het pastoraat staat in eschatologisch perspectief. We leven tussen Golgotha en de wederkomst in. De pastor staat tussen de tijden in met het oog op de voltooiing. De gebrokenheid hoort daarbij. Volkomenheid is iets voor de toekomst. Dit zorgt voor ontkramping in het pastoraat. In alle gebrokenheid mag je de liefde, de hand, het hart en het oor van de Goede Herder laten zien. We hoeven het niet zelf te doen."

Zo sloot dr. W. H. Velema zaterdag de in Ede gehouden studiedag over pastoraat in de christelijke gemeente af. De studiedag werd belegd rondom de presentatie van het boek "Liefdevol oog en open oor". Ruim zeventig mensen luisterden naar dr. H. C. van der Meulen. "Onze tijd is enorm veranderd door het proces van ontkerkelijking, het informaticatijdperk en het ontstaan van een multiculturele samenleving. Ook is er een nieuwe religiositeit, die vooral binnenwereldlijk is gericht."

Volgens de Utrechtse docent worden nieuwe eisen aan het pastoraat gesteld. "Pastoraat is allereerst de dienst van het luisteren. Ook luisteren naar de stemmen van de tijd. Daaraan is ze echter niet horig. Horig is ze aan het Woord van de Goede Herder. Een pastor moet tweetalig zijn: hij kent de taal van het Evangelie en de taal van de mensen nu."

Tijd nemen

De tijd nemen voor de ander is volgens de docent pastoraat ook een vereiste. "In het bezoek zijn we met de ander even weg van de snelweg. Ook wordt deze mens benaderd als een uniek persoon. Verder is er de confrontatie met de zingevingsvraag. Het bieden van geestelijke leiding is de uitdaging van het pastoraat." Dr. Van der Meulen ziet de vraag naar de toeëigening van het heil als de kernvraag van het pastoraat. "Dat kan op de klassieke manier. Mag ik de hand leggen op Gods beloften? Zijn die ook voor mij? Hoe krijg ik deel aan het heil? Het kan ook op een moderne manier. De post-moderne mens, die vraagt of er heil is, wat heil is en hoe het ervaren wordt. Dit is de moderne toeëigeningsvraag."

Als laatste eis ziet de Utrechtse docent de samenhang tussen pastoraat en diaconaat. "Uiteindelijk vervult de gemeente haar pastorale opdracht door gehoor te geven aan het woord van haar Herder. Herderlijke zorg is geen hobby van enkelingen, maar berust op de zending van en door de Goede Herder."

Huisbezoek

Drs. A. Baars, docent aan de Theologische Universiteit van de Christelijke Gereformeerde Kerken te Apeldoorn, sprak over het huisbezoek. "Tegenwoordig worden kritische vragen bij het huisbezoek gesteld. Is dit niet te veel sociale controle, bemoeizucht en inbreuk op de privacy? Zou de mondige mens er niet beter naar kunnen vragen, als hij er zelf behoefte aan heeft?"

De Apeldoornse docent ziet de spanning tussen het pastorale karakter en het visitatiekarakter van het huisbezoek als oorzaak van de vragen. "De spanning tussen huisbezoek als omzien naar mensen, of als opzicht over de gemeente. Voor Calvijn was vooral het tweede wezenlijk. Bij hem ligt er een nauw verband tussen huisbezoek en tucht. Nu wordt het pastorale karakter vooropgesteld."

Drs. Baars wil beide aspecten echter handhaven. "In het huisbezoek gaat het eerst om het omzien naar de gemeente, maar ook om het opzicht over de gemeente. Deze pastorale vorm van huisbezoek, waarin als dat nodig is ook in liefde vermaand wordt, is onopgeefbaar."

Jongeren

Volgens de universitair docent zijn vooral jongeren kritisch over huisbezoek. "De ouderlingen zouden te lang aan het woord zijn, niet echt luisteren en nauwelijks oog hebben voor de problemen van deze tijd. Deze kritiek moet serieus genomen worden. Er kan van geleerd worden." Volgens Baars zijn twee zaken nodig voor het goed functioneren van huisbezoek. "Allereerst de toerusting van pastores. Daar moet meer aandacht voor komen. Het gebeurt te veel dat een pas gekozen ouderling met een oudere ervaren broeder op pad wordt gestuurd. Hij verdiept zich in wat goede lectuur. Daar blijft het dan echter bij. Er zou meer gedaan moeten worden. Waarom houden kerkenraden niet regelmatig een vergadering met bezinnend en vormend karakter?"

Als tweede noemde de docent het pastoraat in het gezin. "Veel mensen vinden het moeilijk binnen de kring van het gezin over de diepste roerselen van het hart te spreken. Zo worden de gesprekken niet echt persoonlijk. De tijd en de ruimte ontbreken in de gezinnen om diepgaand over persoonlijke vragen te spreken. Het komt te vaak voor dat leden van het gezin geestelijk vreemden voor elkaar zijn. In prediking, pastoraat en catechese moet meer aandacht voor de huisgodsdienstoefening worden gevraagd. Spreken over de preek, samen bidden, lezen, zingen en spreken over de grote vragen van geloof en leven. Juist het samen met ons huis dienen van de Heere is van vitaal belang voor de kerk. Het is het bindmiddel voor het gezin in een gefragmentariseerde samenleving en het zal het huisbezoek meer tot zijn recht doen komen."

Workshops

's Middags waren er workshops. Ds. L. M. Vreugdenhil leidde een workshop over het huwelijkspastoraat. "Als pastor moet je vrij blijven staan tegenover beide partners. Eén partij mag niet het gevoel hebben dat jij aan de kant van de ander staat. Als een verkeersagent moet je man en vrouw met elkaar in gesprek brengen. Als pastor ben en blijf je onpartijdig."

Dr. J. C. Borst sprak over pastoraal beleid bij incest. "Binnen het gezin maakt de dader misbruik van zijn macht. Hij verschuilt zich achter een façade van sociale en kerkelijke contacten, waardoor hij een gerespecteerd mens lijkt. Hierdoor kan een pastor in eerste instantie vol ongeloof op de incestverhalen reageren. Je moet dan oppassen het misbruik niet goed te praten. Incest binnen een gezin onderscheidt zich van ieder ander seksueel geweld, omdat het binnen een klimaat van vertrouwen gebeurt."

Dr. Borst noemde een aantal afweermechanismen van de dader. "Rationalisatie om het verwerpelijke gedrag goed te praten. Of de dader beschuldigt het slachtoffer, alsof het slachtoffer de aanleiding geweest zou zijn van de incest. De dader kan ook ontkennen dat hij voor het gebeurde verantwoordelijk is. Sommige daders beroepen zich op Gods vergeving, waardoor ze wegvluchten voor ieder gesprek. In het pastoraat met incestdaders moet daarom behalve op de luisterhouding de nadruk liggen op het confronteren van de incestdader met zijn schuld."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 13 december 1999

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van maandag 13 december 1999

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken